'Zardari niet waard om wraak op te nemen'

De Pakistaanse president Zardari staat onder druk na een vonnis over corruptie. Oud-politicus Mubashir was een van de klagers. „Een regering behoort niet corrupt te zijn”.

Pakistani lawyers listen to the court decision on a mobilephone outside from the supreme court in Islamabad on December 16, 2009. Pakistan's Supreme Court invalidated an amnesty shielding senior government figures from prosecution, opening the door for corruption cases to be brought against the president's allies. Zardari's Pakistan People's Party (PPP) went on to win elections in 2008, restoring civilian rule, but the NRO expired at the end of November and the PPP did not have enough support to renew the ordinance in parliament. AFP PHOTO/Farooq NAEEM AFP

Trots? „Ik ben veel te oud om me nog ergens trots over te voelen”, zegt Mubashir Hassan (88), ooit samen met de roemruchte, dertig jaar geleden opgehangen premier Zulfikar Ali Bhutto wegbereider van een waarlijk socialistisch Pakistan. Een land waar de gewone man, niet militairen, feodale landheren of religieuze fundamentalisten het voor het zeggen hebben.

In zijn huis in Lahore, waar hij zich heeft genesteld in een leunstoel voor de gaskachel, werd op 30 november 1967 de Pakistaanse Volkspartij (PPP) opgericht. Als minister van Financiën, nationaliseerde hij vier jaar later alle banken in Pakistan.

Maar Mubashir is niet alleen een weemoedige stem uit vervlogen dagen. Hij is volop terug in het nieuws. Samen met enkele anderen heeft hij de aanzet gegeven tot een baanbrekend vonnis van het Hooggerechtshof, dat de politieke verhoudingen in Pakistan op scherp heeft gezet. Mede door zijn toedoen is de positie van de omstreden president Asif Ali Zardari, weduwnaar van de twee jaar geleden vermoorde Benazir Bhutto, plotseling onder grote druk komen te staan.

Mubashirs naam als ‘klager’ prijkt prominent in de vernietigende uitspraak die het Hooggerechtshof afgelopen week deed over het zo genoemde Nationaal Verzoeningsbesluit (NRO) uit 2007. Dat is de wet waarin toenmalig president en legerleider Pervez Musharraf de afspraken vastlegde die hij in het geheim had gemaakt met oud-premier Benazir Bhutto over haar terugkeer uit ballingschap. Volgens de amnestieregeling worden oude zaken wegens corruptie en andere vergrijpen met rust gelaten. Zo kon Benazir weer een politieke rol gaan spelen in haar vaderland en hoopte de generaal aan te kunnen blijven als president.

Misschien een slim politiek compromis, maar wel een dat neerkomt op het legitimeren van corruptie, vond Mubashir. Hij tekende protest aan bij het Hof . Nu is hij, twee jaar later, in het gelijk gesteld. Sommige commentatoren betitelden hem als een ‘held’. Zelf houdt hij niet van zulke grote woorden. „Maar ik ben natuurlijk wel tevreden”, zegt hij. „Pakistan geldt als een van de meest corrupte landen in de wereld. Als het Hooggerechtshof daarom zo’n uitspraak doet, is dat natuurlijk goed. Een regering behoort niet corrupt te zijn”.

Het vonnis heeft grote beroering veroorzaakt. Velen zeggen dat de van corruptie beschuldigde president Zardari, die vele jaren vast zat maar nooit is veroordeeld, op morele gronden moet aftreden – als president geniet hij immuniteit. Maar Zardari en het partijkader van de regerende PPP willen daar niet van weten. Zij zeggen dat de corruptieaanklachten destijds politiek gemotiveerd waren en ze zeggen nieuwe processen vol vertrouwen af te wachten.

De Moslimliga (PML) van haar kant, de grootste oppositiepartij van Nawaz Sharif, wil politieke munt uit de ontstane situatie halen, maar opereert vooralsnog voorzichtig. Als Zardari zijn belangrijkste presidentiële bevoegdheden afstaat, zal de oppositie zich gedeisd houden, is het aanbod dat nu op tafel ligt.

Net als Mubashir juichen commentatoren het toe dat corruptiebestrijding serieus ter hand wordt genomen onder regie van het Hooggerechtshof. Maar er zijn ook kritische kanttekeningen, juist om de politieke constellatie. De bekende juriste Ashma Jahangir, voorzitter van de Pakistaanse Mensenrechten Commissie, schrijft dat het vonnis van het Hof eerder politiek dan principieel is. Vooral mensen uit de entourage van Bhutto en de PPP worden getroffen. Het vonnis kan leiden tot politieke „heksenjachten”, vreest zij.

Analist Ayesha Siddiqa uit Islamabad heeft die twijfels ook. Het vonnis verscherpt de politieke scheidslijnen. Musharraf, de generaal die de amnestiewet opstelde en die nu in zelfgekozen ballingschap in Londen verblijft, blijft buiten schot. En de grote winnaars zijn de militairen, stelt ze vast.

De positie van Zardari is danig verzwakt. „Hij is in feite machteloos gemaakt”, zegt Siddiqa. „Pakistan is er per saldo een paar stappen op achteruit gegaan. Het democratisch proces en de civiele instituties worden er niet door versterkt, maar juist verzwakt.”

Dat Siddiqa wijst op de rol van het leger, is geen wonder. Ze schreef een kritisch boek over de dominante rol van de Pakistaanse strijdkrachten in de economie en het landsbestuur.

Net zoals premier Zulfikar Ali Bhutto in de jaren zeventig en premier Nawaz Sharif in de jaren negentig, moet president Zaradari nu buigen voor het leger, zegt Siddiqa. Met dank aan het Hooggerechtshof. En Zardari’s eigen fout? „Hij heeft de macht van het apparaat onderschat”.

De militairen hebben de afgelopen 62 jaar, sinds de onafhankelijkheid, zes presidenten en vijftien premiers naar huis gestuurd en vier parlementen ontbonden, somt Mubashir op. Het meest dramatische slachtoffer was zijn eigen voorman, Zulfikar Bhutto die werd geëxecuteerd door legerleider Zia ul-Haq.

Na de dood van Zulfikar Bhutto raakte de PPP van haar socialistische koers af, zegt Mubashir. Benazir Bhutto en haar entourage, onder wie echtgenoot Zardari, waren meer geïnteresseerd in persoonlijk winstbejag dan in lotsverbetering van de gewone man. Teleurgesteld keerde Mubashir zich af van de partij.

De veteraan weigert in termen van wraak te denken. „Toen ik twee jaar geleden deze zaak aanspande, was er nog helemaal geen sprake van Zardari als president”. Bhutto’s echtgenoot werd in september vorig jaar beëdigd. Bovendien: „Zardari is het niet waard om wraak op te nemen. Niemand vindt hem geloofwaardig”.