Waarom Europa buitenspel stond in Kopenhagen

De Europese Unie moet zich de mislukking van Kopenhagen aanrekenen en op het internationale toneel met één stem gaan spreken, vindt Bas Eickhout.

De wereldleiders hebben zichzelf geen dienst bewezen met de boterzachte verklaring van Kopenhagen. Harde doelstellingen voor de vermindering van broeikasgassen ontbreken. Het is onduidelijk hoe de klimaatsteun voor ontwikkelingslanden vanaf 2013 gefinancierd wordt. Voor een bindend verdrag wordt nog eens een jaar de tijd genomen. En dat terwijl het in Kopenhagen had moeten gebeuren.

Maar waarom gebeurde het niet? Simpel gesteld hebben de drie grootste landen of landengroepen in Kopenhagen hun verantwoordelijkheid niet genomen: Obama mocht niet van zijn Senaat, China wilde niet en de Europese Unie kon niet. Een treurige conclusie na een proces van jaren om tot een mondiale aanpak van de klimaatcrisis te komen.

Deze mislukking moet de EU zich aanrekenen. Al jaren claimt zij wereldleider te zijn in klimaatbeleid. Die koplopersrol werd ingevuld met duidelijke reductiedoelstellingen en wetgeving. Maar leiderschap vraagt om meer: doortastend handelen op momenten die ertoe doen. Daar wringt de schoen. De slagkracht van de EU is beperkt, zolang alle lidstaten het eerst onderling eens moeten worden over de strategie, alvorens de EU-voorzitter handelend kan optreden.

De Europese besluiteloosheid heeft zich afgelopen vrijdag gewroken. De dag werd geopend door de Chinese premier Wen Jiabao. Hij onderstreepte dat China pas zou bewegen als de rijke landen (lees: de VS) gingen bewegen. Tussendoor probeerde president Lula van Brazilië de zaak nog vlot te trekken met een vlammende speech, maar dat betoog werd nutteloos toen Obama alle dynamiek uit de onderhandelingen zoog met een inspiratieloze speech. En toen kwam Zweden aan het woord, als EU-voorzitter. Dat was dé kans om te redden wat te redden viel. Maar ook premier Reinfeldt hield een kleurloze toespraak, wetende dat de EU-landen het nog niet eens waren over de te volgen strategie. Zo vervloog alle hoop. Er volgde een surrealistisch tafereel van langgerekte onderhandelingen over drie kantjes slappe tekst.

Vrijdagavond kwamen de EU-leiders nog bijeen voor een laatste reddingspoging. Maar voordat het Europese conclaaf goed en wel was afgerond, maakte Obama al wereldkundig dat er een akkoord lag. De EU mocht tekenen bij het kruisje.

Wil de EU haar leiderschap waarmaken, dan moet zij niet alleen vooroplopen met beleid, maar ook in de onderhandelingen een leidende rol spelen. Dat vraagt om een Europese actor die ter plekke kan manoeuvreren en strategisch zijn inzet kan timen. Die niet voor elke stap afhankelijk is van de unanieme instemming van 27 lidstaten, maar achteraf rekenschap aflegt. De les van Kopenhagen is dan ook dat de EU op het internationale toneel met één stem moet gaan spreken. De lidstaten dienen daarvoor hun vetorecht in te leveren. Veel burgers, zo weten we van de discussie over de Europese Grondwet, zijn daar nog niet aan toe. Maar de mensen die een sterkere EU wantrouwen, moeten niet klagen dat de EU afwezig was in Kopenhagen. Daar hebben ze zelf voor gekozen. Dát zou de boodschap van milieuminister Cramer (PvdA) na Kopenhagen moeten zijn; niet dat de VN moeten worden hervormd of terzijde geschoven. Zolang de EU zichzelf de handen bindt wordt het internationale klimaatbeleid gedicteerd door de VS en China. Een onprettige conclusie voor iedereen die het klimaat en de groene economie na aan het hart liggen.

Bas Eickhout is lid van het Europees Parlement voor GroenLinks.