VN-chef roept op tot steun klimaat-akkoord

Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, heeft gisteren alle landen opgeroepen het klimaatakkoord dat dit weekeinde in Kopenhagen werd gesloten te ondertekenen. Ook vroeg Ban aan de rijke landen om bij te dragen aan het klimaatfonds waaruit arme landen vanaf januari nieuw klimaatbeleid kunnen financieren.

Ban erkende dat het akkoord volgens velen niet ver genoeg gaat. Zelf noemde hij het toch „een succes” omdat hiermee „een grote stap” is gezet in de richting van een nieuw verdrag met bindende afspraken over emissiereducties.

Volgens Ban heeft de conferentie laten zien dat het onderhandelingsproces moet worden gestroomlijnd. Na afloop van de klimaattop klonk zware kritiek op het feit dat een paar landen op het laatst de conferentie gijzelden, omdat de VN werken op basis van consensus. Ook is er onduidelijkheid over de verhouding tussen regeringsleiders, ministers en andere delegatieleden. Nu bestond de indruk dat de leiders van een kleine groep grote landen in achterkamertjes een akkoord hebben gesloten, waar de rest alleen nog maar ‘ja’ tegen kon zeggen.

Ban heeft al gesprekken gehad met president Felipe Calderón van Mexico, waar eind 2010 de volgende klimaatconferentie wordt gehouden. Hij zei geïnteresseerd te zijn in voorstellen van betrokkenen voor een nieuwe overlegstructuur. Ban benadrukte dat het van groot belang blijft dat wereldleiders „direct bij de onderhandelingen betrokken blijven, zodat in 2010 een juridisch bindend verdrag gesloten kan worden”.

Tussen Groot-Brittannië en China is intussen een felle woordenstrijd ontstaan over de uitkomst van de conferentie. Volgens de Britse minister van Klimaat, Ed Miliband, heeft China de top „gekaapt” door op het laatste moment een veto uit te spreken tegen alle harde afspraken over emissiereducties. Maar volgens Yi Xianliang van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken hebben de rijke landen juist hun eigen toezeggingen onder druk van de economische crisis steeds verder afgezwakt, en „daarna geprobeerd om de schuld te geven aan ontwikkelingslanden, vooral de grote opkomende economieën”, aldus Yi.