Sallie moest plots Jan heten

Bij het gisteren hervatte proces tegen de van oorlogsmisdaden beschuldigde Demjanjuk, getuigen medeaanklagers over vermoorde familie.

Twaalf medeaanklagers zijn gisteren als getuigen gehoord op het hervatte proces tegen John Demjanjuk in München. Twaalf levens getekend door de dood van vaders, moeders, broers, zussen, oma’s, opa’s en andere verwanten. Vermoord in 1943 in Sobibor, een Duits vernietigingskamp in Polen. Misschien wel door toedoen van John Demjanjuk, de bejaarde en zwijgzame verdachte die in de rechtszaal aanwezig is.

Rechter Ralph Alt probeert door systematisch vragen ordening in de antwoorden aan te brengen. Wie zijn op welke dag vermoord, wanneer was dat bekend, hoe hebben de twaalf getuigen de oorlogsjaren overleefd? In de wandelgangen oogst hij lof van de merendeels Nederlandse getuigen annex medeaanklagers. Ze hebben waardering voor zijn onafhankelijkheid en prijzen zijn gezag en waardigheid.

De Nederlandse jurist en hoogleraar prof.dr. H.G. van der Wilt zegt na afloop van de verhoren onder de indruk te zijn van hoe gestructureerd het er in het proces aan toegaat. Hij vindt de verhalen van de getuigen „belangrijk voor de entourage” en noemt ze „indrukwekkend en steeds een slag anders”.

John Demjanjuk (89) wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan moord op 27.900 joden in Sobibor. Hij heeft al eerder terecht gestaan: in Israël, toen hij ervan verdacht werd ‘Iwan de Verschrikkelijke’ te zijn, de kampbeul van Treblinka. Op het nippertje werd hij wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. In het voorjaar is hij door de VS aan Duitsland uitgeleverd, voor mogelijk het laatste grote naziproces .

Justitie in München hoopt aan te tonen dat Demjanjuk, van geboorte Oekraïner, als bewaker in Sobibor heeft gediend. In die hoedanigheid moet hij volgens de justitiële autoriteiten betrokken zijn geweest bij de uitvoering van het vuile werk voor de SS: het naar de gaskamers jagen van joden. Demjanjuk was destijds een zogeheten Hilfswillige, een krijgsgevangene die – meestal uit overlevingsdrift – voor de nazi’s werkte.

Philip Jacobs (87), Rob Cohen (83), Marco de Groot (70), Paul Hellmann (74), Rob Wurms (66), Leon Vieira (67), Max Degen (67), Sallie Israel ‘Jan’ Goedel (71), Louis van Velzen (74), Ellen van der Spiegel (67), Vera de Jong-Simons (70) en Kurt Gutmann (82) hebben ieder familieleden in eerste graad in Sobibor verloren. Hun verhalen gaan over uit het leven gerukte geliefden, over wie na de oorlog vaak niet meer gesproken mocht worden; over onderduiken en de pijnlijke gevolgen daarvan voor de eigen identiteit. Sallie Israel Goedel moest Jan heten, Ellen van der Spiegel werd zowel christelijk als joods opgevoed, een moeizame combinatie; Vera Simons veranderde als kind drie keer van identiteit en kon dat maar niet begrijpen.

Voor de advocaat van Demjanjuk, Ulrich Busch, zijn hun getuigenissen „bewijzen van het leed dat de nazi’s de joden hebben aangedaan”. Maar ze zeggen volgens hem niets over de rol van Demjanjuk. En Busch voegt hier met zoveel woorden aan toe dat de verklaringen van de nabestaanden geen bewijs zijn dat Demjanjuk eigenhandig joden in Sobibor heeft omgebracht.

Zoals steeds tijdens dit proces zwijgt Demjanjuk. De ochtend brengt hij redelijk fit in zijn rolstoel door. Hij heeft z’n vertrouwde blauwe honkbalpet op, en een groene parka aan. Hij praat even met zijn tolk, een jonge vrouw die alles in het Oekraïens vertaalt. Hij lacht zelfs even. ’s Middags wordt een compleet bed in de rechtszaal voor hem opgebouwd. Hij blijkt last van rugpijn te hebben en geeft aan te willen liggen. Zijn pet trekt hij over z’n ogen, zijn handen vouwt hij over z’n buik.

Eén incident springt er deze dag uit. Bij de ondervraging van Rob Cohen suggereert Demjanjuks advocaat dat de „jodenpolitie” in het Nederlandse doorgangskamp Westerbork „erger was dan de SS”. De rechter vraagt bijtend waar Busch zijn wijsheid vandaan heeft. Die zegt dat hij zijn bronnen niet hoeft te noemen. „U zult in ieder geval moeten aangeven waar dit te vinden is zodat wij uw bewering kunnen verifiëren”, zegt rechter Alt. Advocaat Busch: „Als u googelt, komt u het vanzelf tegen”.

Rob Cohen repliceert laconiek: „Er was helemaal geen joodse politie in Westerbork. Er was een joodse ordedienst en die mensen sloegen ons nooit.”

Commentaar: pagina 7

    • Joost van der Vaart