Onderzoek naar Leers kan verder

De gemeente Maastricht hoeft het onderzoek naar de rol van burgemeester Gerd Leers en zijn ambtenaar Nico Nollen rond de Bulgaarse vakantievilla van Leers niet stop te zetten. Ook hoeft de gemeente niet een onjuiste beschuldiging van Leers tegen de ambtenaar te rectificeren.

Dat heeft vicepresident Erik van Unen van de rechtbank Maastricht vanochtend bepaald in een kort geding dat was aangespannen door de ambtenaar, mede-eigenaar van het bedrijf dat de villa aan Leers verkocht.

Volgens de vicepresident heeft de gemeente tijdens de behandeling van het kort geding toezeggingen gedaan waarmee tegemoet gekomen wordt aan de eisen van de ambtenaar. Ook zette de gemeente vlak vóór de zitting in een persbericht de onjuiste beschuldiging van Leers recht, waardoor er geen belang meer is bij een rectificatie.

Hoewel alle vorderingen zijn afgewezen wordt de gemeente wel veroordeeld tot het betalen van het merendeel van de proceskosten. Volgens de vicepresident heeft de gemeente namelijk pas nádat de dagvaarding was ingediend de toezeggingen gedaan en het persbericht verspreid. „Zodat de conclusie is dat Nollen op het moment van de dagvaarding in zijn recht stond met het aanhangig maken van zijn vorderingen.”

Ook inhoudelijk heeft de vicepresident kritiek op de gemeente. Die had voldoende aanwijzingen om onderzoek te doen naar de ambtenaar, bijvoorbeeld omdat het bedrijf zijn leveringsverplichtingen tegen een koper van een villa niet nakwam. Dat die koper de Maastrichtse burgemeester Leers is, stelt het optreden van de gemeente tegen Nollen echter „in een opmerkelijk daglicht”.

Volgens vicepresident Van Unen dringt de indruk zich op dat „het de gemeente niet (alleen) te doen is om de integriteit van haar ambtenaar Nollen maar (mede) om de levering van de in privé gekochte villa aan Leers en de bewaking van diens goede naam.”