Oeigoeren terug na akkoorden met China

Kort nadat de Cambodjaanse regering twintig gevluchte Oeigoeren terug naar China had gestuurd, hebben China en Cambodja gisteren overeenkomsten gesloten ter waarde van 840 miljoen euro voor wegenaanleg en huizenbouw.

China had de uitlevering geëist omdat de twintig, onder wie twee kinderen, ervan worden verdacht betrokken te zijn geweest bij de botsingen tussen Han-Chinezen en islamitische Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang afgelopen zomer.

De Chinese vice-president Xi Jinping, die als toekomstig president van China een rondreis maakt langs de buurlanden van China, bedankte gisteren in Phnom Penh de Cambodjaanse regering voor de uitlevering en de weigering om aan de („criminele”) Oeigoeren asiel te verlenen. Mensenrechtengroepen en de Amerikaanse regering protesteerden vorige week tevergeefs tegen de uitlevering van de twintig islamieten die waren gevlucht met behulp van christelijke organisaties.

China is in de woorden van de Cambodjaanse premier Hun Sen Cambodja’s meest loyale bondgenoot. De twintig zouden het land illegaal zijn binnengekomen. Volgens Rebiya Kadeer, de voorzitter van het Wereld Oeigoeren Congres zochten de twintig geen asiel in Cambodja maar wilden zij de status van vluchteling verkrijgen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

In een artikel op de opiniepagina van The Wall Street Journal schrijft Kadeer vandaag dat de twintig zijn „gedeporteerd” omdat Cambodja China niet wilde „teleurstellen”. Volgens Kadeer kunnen de Oeigoeren nergens meer heen omdat inmiddels alle landen bang zijn voor hun betrekkingen met China.