Mijn kapper is een Avatar

Goed, je wilt interessante columns schrijven over gebeurtenissen in het land. Maar je bent ingesneeuwd. Wat doe je? Precies, je gaat naar de film. Dan kun je naar een obscure film over driehoeksverhoudingen in Kazachstan gaan. Maar de kans dat je je dan van je lezers vervreemd is groot. Daarbij moet een column volgens sommige mensen lekker actueel zijn. Een onderwerp waar mensen al honderd dingen over hebben gelezen en gehoord en dat dan nog een keer, maar net even anders. Jaja. Ik ging dus naar Avatar.

Wat kan ik erover zeggen? Een soort Dances with Wolves, maar dan futuristisch. Een aaneenschakeling van verwijzingen naar een paar millennia ervaring met imperialistische oorlogen en kolonialisme (de regisseur heeft ongetwijfeld de hele antropologische bibliotheek in zijn kast staan). Held maakt contact met inboorlingen, ziet dat ze niet zo barbaars zijn als hem van tevoren werd wijsgemaakt, vervreemdt zich van zijn eigen ‘volk’, redt vervolgens de inboorlingen. Joehoe! Tsjakaa! Voorspelbaar? Dan doen we het toch 3D en noemen het ‘het nieuwe filmkijken’?

Misschien had je het door, maar zulke films boeien me eigenlijk niet. Wat me wel boeit is het effect ervan op mensen. Ik ben er heilig van overtuigd dat futuristische verhalen leiden tot self-fulfilling prophecy. Immers, de ontwerpers en uitvinders van de toekomst kijken deze films ook (of lezen de boeken). Tijdens hun jeugd wordt hun geest gevuld met de meest fantastische toekomstbeelden. Ik ben geen psycholoog, maar het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat ze die beelden later van nature meenemen in hun ontwerpproces. Zo zou het me niet verbazen als de bedenkers van die belachelijke (behalve als je auto rijdt natuurlijk) bluetoothoortelefoontjes films als Terminator en Robocop voor zich hebben gezien, of dat de ontwerpers van Bransons spacevliegtuig goed naar Thunderbirds keken. Net zoals de vormgevers van het Nederlandse ‘veiligheidsbeleid’ zich hebben laten inspireren door Orwells 1984.

Niet alleen ontwerpers gedragen zich naar dit soort geïnternaliseerde beelden. Gewone stervelingen doen dat even goed. Je hebt ook idioten die de hele dag met zo’n bluetooth-oortelefoontje rondlopen. En neem mijn kapper. Ik verdenk hem ervan Avatar al twee jaar geleden te hebben gezien. Gespierde gladgeschoren armen en borst in een krap giletje, kraaltjes in zijn lange dreadlocks. Spekglad gezicht met geëpileerde wenkbrauwen. Hij had zelfs een keer kleurenlenzen in. Voor een futuristisch beeld hoef ik niet naar Avatar. Ik ga gewoon naar de kapper.

    • Kimon Moerbeek