Een snuifje minder coke in 2010

Stimulerende middelen hielpen de economie door 2009. Volgend jaar begint het afkicken.

Eind goed al goed? Aan de vooravond van 2010 ziet de wereldeconomie er een stuk gezonder uit dan aan het begin van dit jaar werd gevreesd. Wat gebeurde er allemaal niet? De banksector heeft het gehouden, zij het met veel kunst- en vliegwerk. De economische recessie is ongekend zwaar geweest, maar in veel landen valt het effect op de werkgelegenheid vooralsnog mee. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar vooral ook voor Duitsland. De aandelenkoersen stortten in maart in, maar eindigen het jaar met een vrolijke noot. Er zijn geen calamiteiten geweest aan het valutafront, en overheden hebben hun forse tekorten moeiteloos en tegen lage rentes kunnen financieren op de kapitaalmarkt. Azië heeft zich niet laten meeslepen in de crisis. Er is geen openlijke handelsoorlog uitgebroken. Deflatie heeft zich incidenteel, maar niet structureel voorgedaan.

Vrijwel overal wordt nu een terugkeer van de economische groei verwacht, zij het bescheiden. Maar dat betekent niet dat 2010 probleemloos wordt. In tegendeel. Er is sprake geweest van grootschalig uitstel van de problemen, maar daarmee zijn ze niet weg. Het monetaire beleid was in het afgelopen jaar ongekend soepel: geld in overvloed tegen rentes van vrijwel nul procent.

Op het macro-economisch vlak lieten overheden, naast hun actieve steun aan de financiële sector, hun zogenoemde ‘automatische stabilisatoren’ ongehinderd werken. Dat betekent dat begrotingstekorten mochten oplopen zonder dat er werd ingegrepen. Daar bovenop werd er actief gesteund, vaak door middel van deeltijd-WW of prikkels voor verkoop van auto’s en voor de huizenmarkt.

Deze cocktail van vitamines en stimulerende middelen heeft gewerkt. De patiënt mag weer een uurtje op, en doet voorzichtig de eerste passen op de gang. Maar de vraag in 2010 wordt of hij op eigen kracht geneest, of dat hij verslaafd is geraakt aan de economische cocaïne. In dat geval moet hij de middelen toegediend blijven krijgen om te blijven functioneren. Dat kan niet, want het spul is nogal duur en de schulden lopen al hoog op. Er zijn twee alternatieven. De eerste is afkicken op de cold-turkeymanier. In dat geval nemen de centrale banken hun prikkels snel weg, verhogen de rente naar een normaal niveau en tomen de liquiditeiten aan de banksector in. Overheden gaan tegelijkertijd over op een programma van draconische bezuinigingen om te voorkomen dat de tekorten hoog blijven en de staatsschuld verder oploopt.

Er zijn geen raketgeleerden voor nodig om te voorzien dat deze strategie noodlottig is. Een nieuwe recessie kan een nog grotere dosis monetaire en budgettaire stimulering vergen, waardoor het probleem straks nog groter is dan nu. Het alternatief is het langzaam verlagen van de dosis, tot de economie op eigen kracht zonder kan. Coördinatie is daarbij cruciaal. Dat geldt op nationale schaal, waar de monetaire prikkels en de begrotingsprikkels in onderling evenwicht moeten worden teruggenomen. En het geldt op het internationale vlak, waar het beleid zal moeten worden.

De werkelijke nationale en internationale samenwerking begint in 2010 dus pas. Dat is heel anders dan de ogenschijnlijke coördinatie van de afgelopen anderhalf jaar. Overheden en centrale banken leken in onderlinge overeenstemming hun maatregelen te nemen. Maar zelfs zonder communicatie en overleg zouden zij waarschijnlijk individueel precies hetzelfde hebben gedaan.

Dat wordt nu anders. Het wegnemen van de prikkels is een uiterst precair proces, juist omdat er veel problemen zijn uitgesteld, maar niet verdwenen. De werkloosheid kan alsnog ver oplopen, banken zitten nog vol financieel puin, de huizenmarkten zijn wankel, en de problemen in de markt voor commercieel vastgoed beginnen pas [zie grafiek]. De financiële markten hebben de overheidsschulden tot nu toe probleemloos gefinancierd, maar dat kan snel veranderen. Azië kan niet de motor van de wereldeconomie blijven als zijn belangrijkste afzetmarkten in het Westen niet snel herstellen, en heeft inmiddels door alle stimulering wellicht zijn eigen zeepbellen in huis. En de internationale vrijhandel mag dan goeddeels intact gebleven zijn, de verleidingen worden wel groter naarmate het economisch herstel op zich laat wachten of als zich een terugval voordoet.

Het échte werk moet dus nog beginnen. Samenwerking en wederzijds begrip worden in 2010 pas goed op de proef gesteld. De valuta- en de obligatiemarkt mogen zich schrap zetten als er straks minder lijntjes coke op de spiegel liggen.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel

    • Maarten Schinkel