Drukte om sneeuwval, rust in de huiskamer

Schrijver Walter van den Berg bleef gisteren wegens de hevige sneeuwval thuis.

Hij ontdekte dat sneeuw egaliserend werkt. Verslag van een perfecte trage dag.

Het intensiefste wat ik op 21 december 2009 heb gedaan, de dag waarop werkend Nederland stil viel door een dik pak sneeuw, is het aanmaken van een twitter hashtag. Nee, dit wordt geen technisch verhaal over sociale media – dit gaat over de rust die over Nederland viel toen het land werd toegedekt.

Nederland had zijn wekker braaf om zeven uur gezet, maar de NS zei dat je beter niet op de trein kon stappen, en de ANWB raadde autorijden af. Het had een hoog wij van wc-eendgehalte – maar dan negatief. Hoewel, negatief? Ik drukte mijn wekker uit, zocht even uit hoe het zat met de treinen (ik moest naar Den Haag voor mijn werk), haalde mijn schouders op, en sliep een uurtje verder.

Dat extra uur was welkom: het laatste rondje met de hond de vorige avond was nogal uitgelopen. Het park was te wit geweest, te stil, en om één uur ’s nachts ongegeneerd sneeuwballen naar je enthousiaste hond gooien, zit een beetje in dezelfde categorie als zwemmen met dolfijnen, als je mensen die ooit met dolfijnen hebben gezwommen moet geloven. Dat kan dus veel simpeler: een pak sneeuw en een hond.

Ondertussen berichtten de media over de „chaos” die de „extreme sneeuwval” in Nederland aanrichtte. Auto’s die schuivers maken, afgelaste voetbalwedstrijden in het weekeinde, het Dickensfestijn in Deventer waar 20.000 bezoekers minder waren dan verwacht, koopzondagen waar niemand op afkwam. En er was de vraag: weeralarm, of toch niet? En vervolgens Kamervragen over waarom er niet eerder een weeralarm was gegeven, want Piet Paulusma had het wel zien aankomen. ‘Mensen bleven binnen of gingen recreëren in de sneeuw’, schreef Trouw.

Chaos dus. Hoewel? 20.000 mensen minder naar Deventer? Ik herhaal nog een keer: ‘mensen bleven binnen of gingen recreëren in de sneeuw.’

Na zo’n zondag de gordijnen opentrekken en dan de sneeuw nog steeds zien liggen. Auto’s rijden stapvoets, een paar voetgangers schuiven voorbij (voor het beeld mag je nu een moeder met een slee aan een stevig touw voor je zien, twee kinderen in hun kerstvakantie erop) en iemand heeft het aangedurfd zijn fiets van het slot te halen. En iedereen gaat even snel. Of beter: even langzaam. De sneeuw is egaliserend.

Nederland lag stil. Nederland bleef thuis. En zo erg was dat niet.

Ik bleef ook thuis. Maakte nog een wandeling met de hond, hield een conference call en wachtte op mijn verkering die vanuit Tilburg terug naar Amsterdam wilde komen. En het enige dat de NS deed, was zeggen dat er weinig werd gereden. Dus ik riep twitterend-zich-op-stations-bevindend Nederland op te tweeten welke treinen er wel reden, want ik wilde mijn verkering graag thuis hebben. Doe het met een hashtag, dan heeft iedereen er wat aan, zei ik. Een hashtag is een overdreven benaming voor een woord met een # ervoor. Het had niet veel nut. Iemand zei iets over Den Haag, en iemand anders zei iets over de sprinter tussen Rotterdam en Hoek van Holland. Niets over een rit van Tilburg naar Amsterdam. Iemand twitterde nog iets over een sneeuwballengevecht. En mijn verkering twitterde na tweeënhalf uur reizen, ongeveer, dat ze in een Amsterdamse tram zat.

Nederland was toegedekt, op 21 december 2009, en echt: zo erg was het niet.

Walter van den Berg is schrijver