De zaak tegen John D.

In München is gisteren onder massale belangstelling het strafproces hervat tegen de van oorlogsmisdaden verdachten John Demjanjuk (89). De zittingen moeten kort zijn wegens zijn zwakke gezondheid. Demjanjuk wordt verdacht van medeplichtigheid aan de moord op 27.900 Joden in het vernietigingskamp Sobibor. Daar zou hij als Oekraïense krijgsgevangene Hilfswillige kampbewaker zijn geweest en dus medepleger van genocide. Dat verjaart nooit.

Is het gerechtvaardigd om zestig jaar na dato nog een dergelijk proces te houden? Demjanjuk was waarschijnlijk een van de honderden medeplichtigen die destijds door de nazi’s werden gerekruteerd. Het grootste naziproces tegen de kleinste dader ooit, zo wordt deze zaak wel genoemd.

Maar behalve een juridisch proces over het daderschap is dit ook een maatschappelijk proces. Het doek gaat vallen: de meeste daders zijn dood, net als de meeste getuigen. De Holocaust verdwijnt uit het levende geheugen. De laatste getuigen verwachten van het strafproces vooral een getuigenis van de verdachte en een formele schuldigverklaring. Niet zozeer straf of vergelding.

Als Demjanjuk is voor wie hij wordt gehouden, dan lijkt hij één van de vele ‘gewone mannen’ te zijn geweest die zich onder groepsdruk conformeerden en zo een gruwelijk misdrijf hielpen plegen. In die zin staat deze ‘kleinste dader’ symbool voor de grotere groep.

Er kan preventieve werking uitgaan van een schuldigverklaring en eventueel van straf, ook als het een symbolische is. Het proces reconstrueert immers nauwgezet de historische werkelijkheid. En brengt het daarmee in zijn volle gruwelijkheid terug in de openbaarheid. Toekomstige omstanders worden zo geïnformeerd over de gevolgen van groepsdenken en dus gewetenloosheid.

De andere klassieke doelen van het strafproces lijken hier niet van belang: bescherming van de maatschappij en heropvoeding van de verdachte. Een bedreiging gaat niet van de verdachte uit. Ook ‘heropvoeding’ heeft hier geen betekenis.

Voor de slachtoffers gaat het eerder om het afdwingen van reflectie en liefst spijt. Maar afgedwongen spijt is meestal onoprecht. Ook reflectie komt per definitie van binnenuit, als daar het licht is aangegaan. Wel kan een straf, ook een symbolische, bijdragen aan preventie. De boodschap is dan: zo’n misdrijf kan tot op de rand van het leven nog ernstige negatieve consequenties hebben. Daar is niets op tegen.

Leeftijd speelt echter een wrange rol. Hoe ouder deze verdachten worden, hoe groter de kans op vervolging, zo lijkt het. Behalve de slachtoffers trekken ook de autoriteiten een eindsprint. Kleine daders werden zo vanzelf grote daders, vooral omdat ze er nog zijn. Hoeveel kampbewakers bleven anoniem en niet vervolgd? Zoals naoorlogse Duitse generaties de ‘Genade van de late geboorte’ koesterden, lijken de daders getroffen door de ‘Wraak van het lange leven’. De meesten werden niet gedwongen om rekenschap in het openbaar af te leggen. Demjanjuk wel. Dat wringt.