De Britten vielen ook op het kerkhof der naties

De Britten vielen in de 18de en begin 19de eeuw drie keer Afghanistan binnen – en alle campagnes mislukten.

Wat leert dit ons voor de huidige oorlog in het gebied?

Le camp britannique du général Roberts devant la ville de Kandahar (Afghanistan) pendant la deuxième guerre anglo-afghane (1878-1893). Gravure anglaise (The Graphic), 1880. RV-391593 ROGER_VIOLLET

When you’re wounded and left on Afghanistan’s plains,/ And the women come out to cut up what remains,/ Jest roll to your rifle and blow out your brains/ An’ go to your Gawd like a soldier.

In dit gedicht Young British Soldier uit 1895 geeft de Britse schrijver Rudyard Kipling nieuwe rekruten advies hoe te overleven in het Britse leger dat in verre, vijandige landen het imperium moest verdedigen. Een van die landen was Afghanistan, dat het Britse leger drie keer binnenviel in de negentiende en twintigste eeuw.

Deze pijnlijke geschiedenis wordt nu vaak aangehaald als waarschuwing voor de internationale troepenmacht die nu actief is in Afghanistan. Analisten wijzen erop dat het land een graveyard of empires is, waar niet alleen de Britten, maar later ook de Sovjet-Unie zich op heeft stukgelopen.

Waarom zijn de Britten eigenlijk drie keer Afghanistan binnengevallen? Waarom mislukten die drie campagnes uiteindelijk? Het antwoord op de eerste vraag is: India. De Britten wilden de ‘parel in de kroon’ van hun imperium koste wat kost verdedigen en daarom waren alle gebieden die grensden aan India van cruciaal belang. Afghanistan was destijds een van de belangrijkste aanvoerroutes over land naar de kroonkolonie. De Britten maakten zich zorgen dat andere grootmachten via Afghanistan de Britse heerschappij in India zouden bedreigen.

De belangrijkste rivaal van de Britten was Rusland. „Russische bemoeienis in Afghanistan was de aanleiding voor de eerste Britse invasie in 1838”, zegt de Britse militair historicus Huw Davies, die is verbonden aan het Kings College in Londen. „De Britten wilden het land in hun directe invloedsfeer brengen en stuurden een leger van 16.000 man. Dat moest de toenmalige heerser van de troon stoten en een leider aanstellen die de Britten vriendelijker gezind was. In die zin was de doelstelling destijds vergelijkbaar met de Amerikaanse invasie in 2001.”

Afghanistan was in de negentiende eeuw echter geen echte staat. „Het was een lappendeken van vele stammen en nationaliteiten met complexe loyaliteiten en geschiedenis”, zegt Davies. „Net als nu kregen de Britten al snel te maken met een guerrillaopstand van stammen waar ze zich geen raad mee wisten. In de winter van 1841 moest het Britse leger halsoverkop Kabul ontvluchtten.”

Ondanks de pijnlijke nederlaag vielen de Britten in 1878 Afghanistan opnieuw binnen en grotendeels om dezelfde reden. Dit keer hadden ze meer succes op het slagveld. Davies: „Maar net als nu was de Britse troepenmacht niet groot genoeg om het hele land effectief te bezetten, vandaar dat de Britten ervoor kozen om het land te gebruiken als buffer tegen de Russen, terwijl ze invloed hielden op het buitenlands beleid.”

Na de tweede oorlog, die in 1880 eindigde, namen de Britten een beslissing die tot op de dag van vandaag grote gevolgen heeft. De toenmalige secretaris van Buitenlandse Zaken van Brits India, Henry Mortimer Durand, trok de grens tussen koloniaal India (nu Pakistan) en Afghanistan. Deze grens, die de Durandlijn wordt genoemd, liep dwars door het stammengebied van de Pasthun.

„Dit deden de Britten bewust, ze wilden die koppige, opstandige Pashtuns verzwakken door hun gebied in tweeën te hakken”, zegt Robert Crews, historicus aan de Universiteit van Stanford die is gespecialiseerd in de geschiedenis van Afghanistan

Door deze „kortzichtige Britse politiek” ontstond aan beide zijden van de grens een wetteloos gebied dat en Pakistan en Afghanistan nog altijd niet onder controle hebben, stelt Crews. „De grens is alleen denkbeeldig, de Pashtun bewegen zich in het gebied alsof hij niet bestaat. De Talibaan, die grotendeels bestaan uit Pashtun, hebben hier een veilige thuishaven gevonden.” Ook Osama bin Laden en andere topmannen van Al-Qaeda zouden zich in dit gebied schuilhouden.

De derde oorlog in 1919 duurde slechts een paar maanden. Na een machtstrijd met zijn broer besloot de Afghaanse emir India binnen te vallen als afleiding van de interne onrust. Daarop stuurden de Britten troepen naar Afghanistan. „Maar na de kostbare en uitputtende Eerste Wereldoorlog had het Britse leger weinig zin en middelen om weer een oorlog uit de vechten”, zegt Davies. „De oorlog eindigde in een tactische overwinning van de Britten.” De Durandlijn werd opnieuw bevestigd als grens tussen Afghanistan en Brits India en de Afghanen kregen het recht om hun eigen buitenlandpolitiek te bepalen als onafhankelijke staat.

Davies vindt het gevaarlijk om algemene vergelijkingen te trekken tussen de drie Britse oorlogen en het huidige conflict. Er is sindsdien te veel veranderd. „Destijds ging het om koloniale oorlogen met als doel om Afghanistan te bezetten. Nu is het doel om een min of meer stabiel bestuur op te zetten dat kan voorkomen dat de Talibaan opnieuw aan de macht komen. Toen reageerden de Britten met grof geweld op elke opstand, waardoor er veel burgerdoden vielen. Daarmee zetten ze kwaad bloed bij de Afghanen, wat de opstand aanwakkerde. Nu probeert de internationale troepenmacht burgerdoden te voorkomen omdat het contraproductief is.”

Ook Crews vindt de Britse geschiedenis irrelevant voor de huidige situatie, behalve misschien om te onderstrepen dat veel Afghaanse regio’s nooit effectief bestuurd zijn vanuit Kabul. „Deze gebieden hebben altijd een grote vorm van autonomie gehad, aangezien hun loyaliteit ligt bij bij de clan en de stam. Als je daar verandering in wilt brengen, moet je eeuwen van Afghaanse geschiedenis herschrijven. Of iemand zich aansluit bij de Talibaan, wordt bepaald door soms eeuwenoude conflicten.”

Davies is het daar volledig mee eens. Toch denkt hij dat er wel lessen te trekken zijn uit een aantal specifieke ervaringen van Britse officieren tijdens de eerste oorlog in Afghanistan. Omdat de Britten niet genoeg manschappen en wapens hadden om de rebellie te verslaan, zochten ze hun heil in een andere strategie. „Ze stuurden officieren naar verschillende stammen om uit te vinden wat hun motivatie was om zich aan te sluiten bij de opstand. Om deze motivatie weg te nemen, werden sommige eisen van de stammen ingewilligd. Het probleem hierbij was om de compromisloze rebellen te onderscheiden van de pragmatici, net als nu. Daarbij was kennis van de cultuur essentieel. Deze strategie werkte wonderwel. ”

Davies ziet hierin een belangrijke les voor de huidige troepenmacht in Afghanistan, maar hij vreest dat de internationale gemeenschap niet het geduld en geld kan opbrengen. „Een echte oplossing vergt een langdurige betrokkenheid bij Afghanistan.”

Ondertussen vechten Britse militairen weer in Afghanistan, net als in de tijd van Rudyard Kipling. Eén van hen schreef een gedicht, getiteld Afghanistan (with apologies to Kipling), dat deze zomer op internet is opgedoken. In deze versie staan tal van verwijzingen naar moderne oorlogsvoering, zoals ‘Gimpy’ (naam voor een machinegeweer) en ‘arty’, jargon voor artillerie. Maar de beproevingen die de militairen moeten doorstaan, blijken van alle tijden, zoals lage soldij, gebrek aan goede uitrusting en bezorgdheid over vrouw en kinderen.

When you’re lying alone in your Afghan bivvy,/ And your life it depends on some MOD civvie/ When the body armour’s shared (one set between three),/ And the firefight’s not like it is on TV,/ Then you’ll look to your oppo, your gun and your God,/ As you follow that path all Tommies have trod.

    • Toon Beemsterboer