De asielzoeker die even in Frankrijk was

Een uitgeprocedeerde asielzoeker krijgt geen pardon omdat hij sinds 2001 drie dagen in het buitenland verbleef.

De zaak. Een 31-jarige asielzoeker uit Sierra Leone wil in aanmerking komen voor de pardonregeling, bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers die sinds april 2001 onafgebroken in Nederland zijn. Zij mogen het land in die tijd aantoonbaar niet hebben verlaten.

De feiten. Deze man was echter in 2001 één dag in Frankrijk en werd toen meteen teruggestuurd. In 2005 was de man twee dagen in Frankrijk om medische redenen. Maar ook „uit wanhoop”: hij diende er een asielverzoek in. Hij keerde snel terug „toen bleek dat hij in Frankrijk geen opvang kon krijgen”. Er is dus hard bewijs dat hij tijdens zijn negen jaar durende verblijf in Nederland ook drie dagen in Frankrijk is geweest.

Wat besloot de IND? Die weigert de man voor de pardonregeling omdat zijn verblijf in Nederland „niet ononderbroken” was. Die ene dag in Frankrijk wordt niet meegeteld. Dat gebeurt pas als er duidelijke indicaties zijn dat de asielzoeker zich inderdaad elders heeft willen vestigen. Dat neemt de IND aan als iemand langer dan twee weken in het buitenland was, er een asielverzoek indiende of als er „anderszins indicaties” zijn dat hij wilde verhuizen. De twee dagen verblijf in Frankrijk uit 2005 telt de Staat daarom wel mee. Hij diende toen een asielverzoek in. Dat is een duidelijk bewijs dat hij Nederland wilde verlaten.

Welke argumenten voert de asielzoeker aan? Kern is dat zijn Franse asielverzoek niet serieus genomen moest worden. Zijn wanhopige situatie, de achteraf zeer korte duur van zijn Franse verblijf, zeker in verhouding tot de twee weken die alle asielzoekers sinds 2001 buiten Nederland mogen verblijven. Dan is het niet eerlijk die twee dagen zo zwaar te rekenen: dat is rechtsongelijkheid. Ook staat in de wet dat de overheid bij „bijzondere omstandigheden” niet verplicht is beleidsregels te volgen als de uitkomst ervan „onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen”. De man zegt destijds ziek te zijn geweest: de pardonregeling is juist ingesteld om mensen als hij te helpen. Een weigering is onredelijk zwaar.

Wat zegt de rechter? De asielzoeker heeft niet bewezen dat hij het destijds niet echt meende: zich vestigen in Frankrijk. Wie ergens asiel vraagt, wil er ook gaan wonen; die conclusie van de IND is redelijk. Ook het feit dat hij snel terugkwam toen zijn asielverzoek geen opvang „genereerde”, steunt dat. Van ongelijke behandeling ten opzichte van asielzoekers die twee weken weg „mochten” blijven is ook geen sprake. De gevallen zijn immers niet gelijk. De ene categorie vroeg wel asiel, de andere niet. De pardonregeling is verder niet bedoeld om asielzoekers met medische problemen te helpen, die overigens door de man ook niet zijn aangetoond. De conclusie dat hij volgens de wet „niet ononderbroken” in Nederland was sinds 2001, klopt dus. Hij moet vertrekken.

Folkert Jensma

Reageer: nrc.nl/recht-en-bestuur