Angst voor oprukkende Osmanen

Tentoonstelling: Landsknechten en Turken. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 7/3. Inl.: 010-4419400, of www.boijmans.nl. ***

In oktober 1529 schreef Ibrahim Pasja, grootvizier van sultan Süleyman, dat hij op weg was naar Wenen om aartshertog Ferdinand te vangen. Grootspraak was dit allerminst, want Ibrahim voerde de Turkse legers aan die in dat jaar de Habsburgse hoofdstad belegerden. Zijn missive is afgedrukt op een houtsnede waarop hijzelf ook is weergegeven: te paard, voorzien van een imposante baard en gekleed in een schitterend gewaad. De prent weerspiegelt de vrees van West-Europa voor de oprukkende Osmanen, maar ook een fascinatie voor hun exotische voorkomen.

De voorstelling maakt deel uit van een reeks van zo’n twintig met de hand ingekleurde houtsneden die omstreeks 1530 in Neurenberg werd uitgegeven. Ze tonen enkele bij naam bekende Turken, zoals de sultan en diens grootvizier, maar ook anonieme soldaten te voet of te paard. De kunstenaars – onder wie befaamde prentmakers zoals Hans Sebald Beham – hadden oog voor de felle kleuren van hun zwierige kleding en tulbanden en hun, in Westerse ogen opvallende, praktijk van het rijden op dromedarissen. Maar ook spreken anti-Turkse sentimenten uit voorstellingen als die van een moordpartij in het Wienerwald, waar Osmaanse strijders met vervaarlijke zwaarden mensen afslachten. Een ruiter met twee gevangen boeren aan een touw en een baby aan zijn lans gespietst is angstaanjagend.

Westerse krijgslieden waren dat eveneens. Naast de Turkenserie is in het prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen een vergelijkbare reeks houtsneden opgehangen met voorstellingen van huurlingen. Deze ‘landsknechten’ waren infanteristen uit Zuid-Duitsland en Zwitserland, die zich in de vijftiende en zestiende eeuw verhuurden voor de oorlogvoering in heel Europa. Ze onderscheidden zich door hun levenswandel, waarin – naast vechten – gokken, drinken en hoerenlopen een centrale plaats innamen. Maar het meest vielen ze op door hun kleurrijke uitdossing. De prenten tonen de baardige ijzervreters in bonte pakken met asymmetrische decoraties in felle kleuren, met in stroken versneden mouwen en broekspijpen, en bepluimde mutsen. Ze zijn in de weer met hellebaarden, tweehandige zwaarden en haakbussen.

Met de kwalijke reputatie van deze ruwe klanten contrasteert de kwaliteit van de prenten. Ze werden indertijd in grote oplagen vervaardigd en intensief gebruikt, vaak opgeprikt als wanddecoratie. Dat is er de reden voor dat relatief intacte series als deze zeldzaam zijn. De in Rotterdam getoonde reeksen landsknechten en Turken zijn na een halve eeuw in een particuliere collectie opnieuw op de markt. Museum Boijmans hoopt de fondsen bijeen te krijgen voor aankoop.