Woorden met beeld en geluid

Het Algemeen Nederlands Woordenboek is een interactief eigentijds woordenboek.

Zo op het eerste gezicht lijkt het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW), dat hier vorige week even ter sprake kwam, op woordenboeken als Van Dale, Koenen en Prisma. Om het geheugen op te frissen: het ANW wordt gemaakt door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden en beschrijft de algemene Nederlandse woordenschat vanaf 1970. Het project, in 2001 gestart, loopt tot 2019. Onlangs is een selectie van 914 woorden online beschikbaar gekomen. Uiteindelijk zal dit woordenboek zo’n 70.000 ingangen tellen.

Wie in het ANW een woord opzoekt, krijgt eerst een superkorte definitie plus een lijst vaste verbindingen. Bij ambtenaar staat dat dit ‘iemand in overheidsdienst’ is en dat we bijvoorbeeld „een echte ambtenaar” en „een ambtenaar van de burgerlijke stand” kennen. Tot zover lijkt het ANW op de gangbare woordenboeken. Door verder te klikken krijg je steeds meer informatie te beginnen met een uitgebreidere definitie. Daarna volgen gegevens over uitspraak, woordsoort, woordcombinaties (je zegt: een ambtenaar aanstellen, benoemen etc.), tekstvoorbeelden, plus een zogenoemd semagram (opsomming van ‘kennisgegevens die met een woord te verbinden zijn’). Bij ambtenaar staat: „Bedient zich vaak van ambtelijke, formele taal”, plus elf andere karakteristieken.

Het ANW is het eerste wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands dat volledig digitaal wordt gemaakt. Er is geen papieren versie en die zal er ook niet komen. Bovendien is het nadrukkelijk bedoeld als interactief woordenboek, wat ik een grote stap voorwaarts vind. De redactie roept gebruikers expliciet op om commentaar te leveren.

De woordenboekartikelen in het ANW worden gemaakt volgens een zeer gedetailleerd taalkundig stappenplan – wat kan oplopen tot maar liefst 140 stappen. Dat model dwingt de redacteuren per woord een bepaalde hoeveelheid informatie te verstrekken. Ook zijn de zoekmogelijkheden groot. Zo kun je onder meer ‘omgekeerd’ zoeken: van betekenis naar een woord of woordgroep.

Er is lang geklaagd dat digitale woordenboeken nauwelijks méér waren dan de gedigitaliseerde versie van een papieren woordenboek. Het ANW gaat nu wel echt verder: zo staan er bij sommige trefwoorden afbeeldingen, filmpjes en geluiden. Een zwak punt is overigens dat die beelden en geluiden elders op internet staan; om problemen met het auteursrecht te voorkomen wordt er alleen gelinkt, zodat voortdurend zal moeten worden gecontroleerd of die links nog kloppen.

Een ander kwetsbaar punt volgt uit de lange productietijd van het ANW: zelfs als je woorden groepsgewijs behandelt, zoals nu wordt gedaan, dan nog zal het heel moeilijk zijn om bij het definiëren consequent te blijven.

Het ANW is niet alleen het grootste woordenboekproject van dit moment, maar ook het duurste: het kost ruim zeven ton per jaar. Geen enkele commerciële uitgeverij kan jarenlang zoveel geld in een woordenboek pompen. Een uitgeverij als Van Dale staat al jaren onder druk en het zou mij niet verbazen als die druk door het ANW flink zal toenemen, met name op de Grote Van Dale. Want al kun je het ANW op allerlei niveaus raadplegen, uit onderzoek blijkt dat verreweg de meeste mensen woordenboeken juist heel oppervlakkig gebruiken: zij zoeken naar de spelling en de betekenis van een woord. En welke commerciële uitgever kan daar straks nog geld voor vragen als het allemaal gratis online staat?

Reacties naar sanders@nrc.nl of via nrc.nl/woordhoek