Vervolgen Demjanjuk is willekeurig

Vandaag gaat het proces tegen Demjanjuk verder. Maar waarom vervolgen we hem? Een kleine man wordt nu symbool voor Sobibor, aldus Göran Sluiter.

Als fervent voorstander van de berechting van internationale misdrijven valt het mij zwaar om stelling te moeten nemen tegen de berechting van John Demjanjuk in Duitsland voor vermeende oorlogsmisdrijven gepleegd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik deel het uitgangspunt dat deze misdrijven in beginsel altijd berecht moeten worden. Maar de vervolging van Demjanjuk voor zijn rol als kampbewaker is volstrekt willekeurig, druist in tegen mijn rechtsgevoel en levert geen enkele nuttige bijdrage aan de strijd tegen straffeloosheid.

Er is geen twijfel dat de feiten waarvan Demjanjuk wordt verdacht, zeer ernstig zijn en, onder normale omstandigheden, vervolgd moeten worden. Maar het gaat bij internationale misdrijven per definitie om ‘systeemcriminaliteit’, wat simpelweg betekent dat duizenden, wellicht honderdduizenden mensen bij het plegen van die misdrijven betrokken zijn geweest. Vervolging van al deze betrokkenen is niet alleen praktisch onmogelijk, maar bovendien onwenselijk omdat het samenlevingen die na conflicten weer moeten worden opgebouwd, kan ontwrichten. Landen die wel hebben getracht alle betrokkenen te vervolgen, zoals Rwanda na 1994, zijn daar zeer snel op teruggekomen.

De situatie in Europa na 1945 was dat grote groepen betrokkenen niet voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking kwamen. De berechting richtte zich nadrukkelijk op de ‘hoofdverantwoordelijken’. Toegegeven, dat is een moeilijk en rekbaar begrip, maar er kan geen twijfel over bestaan dat Demjanjuk niet in die categorie valt. De bewuste keuze is gemaakt om de ‘categorie-Demjanjuk’ niet te vervolgen voor haar rol in de internationale misdrijven gepleegd tijdens de oorlog.

Dat is niet ideaal en schokt wellicht ons rechtsgevoel. Dat rechtsgevoel wordt echter evenzeer geweld aangedaan als bijna 65 jaar na het einde van de oorlog op die bewuste beleidskeuze een uiterst selectieve en willekeurige uitzondering wordt gepleegd. Want waaraan heeft Demjanjuk zijn vervolging op dit moment te danken?

In de eerste plaats wordt uiteraard de groep van nog levende betrokkenen, ook op een lager niveau van strafrechtelijke verwijtbaarheid, steeds kleiner. Simpel gezegd: de zorg dat de ‘categorie- Demjanjuk’ te groot is om voor berechting in aanmerking te komen, slaat nu om in een welhaast panische angst dat binnenkort geen enkele verdachte nog in leven is, en dat een laatste ‘naziproces’ nog moet plaatsvinden. Het probleem tekent zich nu al af dat deze nog levende verdachte heel Sobibor, of wellicht de gehele Holocaust gaat symboliseren. Niet alleen is dat volstrekt in strijd met zijn niveau van verantwoordelijkheid, het is ook iets wat een verdachte in een strafproces niet mag worden aangedaan. De rol van Demjanjuk moet worden bezien in het licht van die honderdduizenden betrokkenen die op een lager hiërarchisch niveau op verschillende wijzen het naziregime een handje hebben geholpen, en die na de oorlog categorisch en structureel ongemoeid zijn gelaten.

Een tweede zorg is dat Demjanjuk als verdachte is ‘geselecteerd’ als gevolg van de grote publiciteit rondom zijn persoon. Demjanjuk is in Israël in 1993 vrijgesproken van de verdenking dat hij Iwan de Verschrikkelijke zou zijn – kampbeul in vernietigingskamp Treblinka. Deze vrijspraak, en de daaruit volgende publiciteit, vormt nu de basis voor deze vervolging. Gelet op het uitgangspunt dat een vrijspraak zo veel mogelijk de situatie ex ante moet herstellen, heb ik daar grote moeite mee. Voorzover ik kan overzien, zijn de Duitse autoriteiten niet begonnen met een breder onderzoek, waarin Duitse bejaardentehuizen worden afgestruind om te bezien of daar nog levende voormalig kampbewakers zijn die eveneens voor vervolging in aanmerking komen. Nu dit niet het geval is, is de vervolging van Demjanjuk op dit moment niet alleen willekeurig, maar bovendien willekeur van het ergste soort, namelijk dat voortkomt uit een vrijspraak in een strafproces.

Er is nog een ander bezwaar. Het proces-Demjanjuk trekt een zware wissel op schaarse middelen. De inzet van het strafrecht moet zorgvuldig worden gewogen; er moeten duidelijke en verdedigbare prioriteiten worden gesteld. De berechting van Demjanjuk betekent dat andere internationale misdrijven niet of in mindere mate kunnen worden berecht. Het lijdt geen twijfel dat er op dit moment voldoende verdachten rondlopen, ook in Duitsland, van de meest ernstige internationale misdrijven, bijvoorbeeld gepleegd in Rwanda, ex-Joegoslavië of Soedan. Hier moet onze aandacht primair naar uitgaan, want ten aanzien van deze situaties en deze verdachten kan het strafrecht nog wat wezenlijks bijdragen. Dat doet het niet bij de berechting van verdachten met een lage verantwoordelijkheid 65 jaar na dato. Het is spijtig dat de Duitse autoriteiten deze prioriteiten niet stellen.

Ik heb in beginsel geen bezwaar tegen de berechting van hoogbejaarde verdachten. De ernst van de misdrijven brengt met zich mee dat ook deze mensen terecht kunnen staan, zij het dat zij daar wel toe in staat moeten zijn. Dat betekent dat zij voldoende moeten begrijpen wat de beschuldiging inhoudt en actief aan hun verdediging kunnen deelnemen. Ik stel op dit punt vertrouwen in de Duitse justitie. Het is evenwel de moeite waard een vergelijking te maken tussen verschillende tachtigers die op dit moment voor internationale misdrijven terecht staan. Behalve Demjanjuk, worden op dit moment in Cambodja vier tachtigers berecht voor hun rol tijdens het Rode Khmer-regime, waarbij op de diverse killing fields zo’n twee miljoen burgers het leven verloren. Deze berechting is een zeer nuttige onderneming waar de Cambodjaanse samenleving meer dan dertig jaar na dato nog grote behoefte aan heeft. Bovendien gaat het om de allerhoogste verantwoordelijken, zoals een paar ex-ministers. De zaak-Demjanjuk steekt daar in haar willekeur schril en pijnlijk tegen af.

Göran Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht, in het bijzonder het internationaal strafprocesrecht, aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Göran Sluiter