Vernieuwd weeralarm KNMI moet weer indruk maken

Op het weeralarm van het KNMI kwam ook de afgelopen dagen weer kritiek. Vandaag presenteerde het een vernieuwd weeralarm, dat per regio wordt afgegeven.

671 kilometer file en nauwelijks trein- en busverkeer door de stevige sneeuwval. Maar geen weeralarm van het KNMI. Dat was afgelopen donderdag.

Gisteren liet het instituut wel een weeralarm uitgaan, maar pas na half elf ’s ochtends, toen het verkeer in grote delen van Nederland al vaststond. En in augustus van dit jaar gaf het KNMI juist veel te vroeg een weeralarm af. De zware onweersbuien met zware windstoten kwamen pas aan het eind van de middag. Veel mensen hadden hun buitenactiviteiten onnodig afgelast.

Bijna elke keer als een weeralarm wordt afgegeven (of juist niet), volgt kritiek: het was te vroeg, te laat, of onnodig. Het alarm is bedoeld om de samenleving te behoeden voor schade. Maar een onterecht of te laat afgegeven weeralarm heeft juist het tegenovergestelde effect. Ander nadeel: bij een verkeerd afgegeven alarm trekken steeds minder mensen zich er iets van aan.

Ook het KNMI zelf is ontevreden. Volgens het instituut is sinds de invoering in 1999 47 keer een weeralarm afgegeven. In 21 procent van de gevallen was dat onterecht, in 15 procent was het te laat. Hoe vaak geen alarm is afgegeven terwijl dat wél had gemoeten, vermelden de cijfers niet.

Maar er is goed nieuws. Vanochtend presenteerde staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer, ChristenUnie) met het KNMI een ‘vernieuwd weeralarm’, dat betrouwbaarder en nauwkeuriger moet worden. „Met het huidige systeem is de kans op een vals alarm te groot”, zei Huizinga. Het nieuwe alarmsysteem gaat februari volgend jaar in.

Hoe werkt het?

Ten eerste: regionalisering. Het nieuwe alarm wordt voortaan per regio of provincie afgegeven, en soms ook per ‘lijn’ (bijvoorbeeld: ten westen van de lijn Zwolle-Nijmegen).

Ten tweede: het weeralarm wordt pas afgegeven als met 90 procent zekerheid kan worden gezegd waar en wanneer het slechte weer optreedt. In de praktijk zal de waarschuwing veelal later worden gegeven dan tot nu toe.

Om te voorkomen dat mensen door een weeralarm worden overvallen, wordt ‘de waarschuwing voor extreem weer’ geïntroduceerd. Uiterlijk 48 uur voor het verwachte slechte weer wordt dit afgekondigd, zodat mensen zich vroegtijdig kunnen voorbereiden. Een soort pre-weeralarm dus.

„Daarmee willen we aangeven dat mensen de berichtgeving op Teletekst en het Journaal in de gaten moeten houden”, zegt Fons van Loy van het KNMI. „Maar zonder dat ze gelijk al hun plannen aanpassen. Het kan best zo zijn dat het echte weeralarm nooit wordt afgegeven.”

Werkt dat niet verwarrend, twee verschillende waarschuwingen?

Van Loy: „Daarom vermijden we bij de eerste waarschuwing het woord ‘alarm’. Maar we willen mensen wel alert maken op wat er kan komen. Het is natuurlijk raar als wij tot het allerlaatste moment informatie voor ons houden en er dan ineens mensen mee overvallen.”

Als extreem weer zeker lijkt, wordt vanaf nu een speciaal ‘weeralarmteam’ bijeengeroepen. Daarin zitten overheidsorganisaties als Rijkswaterstaat en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), en andere organisaties, zoals de ANWB. Ook worden meteorologen van commerciële weerbedrijven voortaan systematisch geraadpleegd. Nu gebeurt dat alleen informeel.

Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA), die zich al jaren inzet voor verbetering van het weeralarm, verwacht dat het nieuwe systeem veel beter werkt. Hij is vooral blij dat ook private bedrijven voortaan worden geconsulteerd. „Daar zit veel deskundigheid. Het voorspellen van het weer gaat om het interpreteren van data. Hoe meer mensen dat doen, hoe zorgvuldiger de voorspelling wordt.”

Het betekent volgens hem ook dat de kans op het ten onrechte niet afgegeven van een alarm kleiner wordt: „Als een van de partijen denkt dat het fout gaat, kan ze gelijk aan de bel trekken.”