Van laparoscopische grijper tot stormparaplu

De Kunsthal in Rotterdam, TU Delft en het Nationaal Archief zijn trots. Trots op ruim 400 jaar Hollandse uitvindingen en innovaties. Afgelopen zaterdag was ik via mijn werk uitgenodigd voor de opening van de tentoonstelling ‘Made in Holland’ die de komende tijd te bezichtigen is in de Kunsthal.

De openingsceremonie werd voltrokken door een kunstenaar die zichzelf The Dutch Bushmen noemt. Hij had zichzelf voor de helft bruinzwart geschminkt, had een omgekeerde schaats als hoofddeksel en liep verwilderd door een installatie van paraplu’s met makrelen. Er valt veel over te zeggen; maar hij had zijn artiestennaam niet beter kunnen visualiseren.

Na de verplichte welkomstpraatjes en bedankjes, met natuurlijk een grapje over typisch Amsterdamse uitvinders (opscheppers) en Rotterdamse uitvinders (bescheiden harde werkers), werd het naar innovaties hongerende publiek losgelaten op de tentoonstelling.

Soms moet je wel even door de hier en daar wat opgeklopte nationale trots heen kijken. Zo blijkt dat ‘de Nederlanders’ over het algemeen beter zijn in doorontwikkelen dan echt fundamentele uitvindingen doen. Dat begint al bij de beroemde brandspuit van de gebroeders Van der Heijden, die het al bestaande concept eind zeventiende eeuw verbeterden en vervolgens vooral goed in de markt hebben gezet.

Nederlanders vonden ook niet de fiets, de schaats, de paraplu, de auto, of de trein uit. Maar werkten dan wel weer aan allerlei slimme modellen van de fiets en vonden de klapschaats en de stormparaplu uit. Goede ideeën over nieuwe auto’s en treinen hebben Hollanders ook.

Of wat dacht je van een ergonomisch paardenzadel, een atraumatische laparoscopische grijper (voor het vastpakken van weefsel tijdens kijkoperaties) of dames-urinoir ‘Lady P’.

Vooral van de auto’s en de treinen was ik onder de indruk. De EU-flitstrein bijvoorbeeld, ontworpen door Doeke de Walle. Ik kan het niet beter uitleggen dan het onderschrift dus ik citeer: ‘De vormende kracht van water leidt tot een open concept met een treinhuid die binnenin naar banken en bagagerekken morft.’

Qua auto-innovaties stal wat mij betreft vooral een presentatie van het ‘c,mm,n’ (common)-project de show. Het gaat om een soort elektrisch losvast autotreintje waar je met je eigen volautomatisch bestuurde autootje op inhaakt en als je weer de andere kant op wilt, afhaakt. Onderweg kun je lekker een boekje lezen.

Al met al kan ik iedereen aanraden eens een kijkje te nemen in Rotterdam. Uit nationale trots of gewoon omdat je benieuwd bent wat de toekomst ons gaat brengen.

Kimon Moerbeek