Praten over het 'delict' ligt uiterst gevoelig

Longstay toont de dagelijkse beslommeringen in een tbs-kliniek in Brabant.

Bij de première zaten de gefilmde bewoners in hun beste pak op de eerste rij.

Nederland, Zeeland, 15-12-09 Pompestichting locatie PI de Corridor. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Bang is ze niet geweest, vertelt documentairemaker Maria Mok. Gedurende negen maanden kwamen Mok (regie en geluid) en collega Meral Uslu (regie en camera) over de vloer in de tbs-kliniek De Corridor van de Pompestichting, in het Brabantse plaatsje Zeeland. Mok: „Het was eerder omgekeerd, dat ik me op zeker moment zo op mijn gemak voelde in de kliniek dat ik bijna vergat waarom die mannen daar zitten. Ik deed een keer mee met een potje volleybal, en ineens keek ik om me heen en besefte ik dat ik aan het sporten was met moordenaars en verkrachters. Dat was een heel vervreemdend moment.”

Van buiten ziet de tbs-kliniek er onheilspellend uit. Om het enorme terrein van zes hectaren staat een vijf meter hoog hek met prikkeldraad. „De hoogte van het hek is wettelijk voorschrift”, zegt manager Peter Braun. „We zouden met een hek van drie meter ook prima toe kunnen.”

Binnen is de sfeer een stuk gemoedelijker. Dat is ook niet zo gek. Zowel voor de mensen die hier opgesloten zijn als degenen die hier werken, is dit een alledaagse omgeving. Vertrouwd, gewoon. Maar het is een gemoedelijkheid die voortdurend moet worden bewaakt en in goede banen geleid, zo is ook voor een bezoeker al snel duidelijk. Regel is regel; alleen door een strak kader te hanteren ontstaat ruimte voor een meer ontspannen benadering.

Dat geldt zeker voor deze premièreavond. Longstay van Mok en Uslu wordt voor het eerst aan de tbs-gestelden vertoond. Voor alle mannen in deze kliniek geldt dat ze ‘uitbehandeld’ zijn en daarom in de ‘longstay’ zitten (officieel: langdurige forensisch psychiatrische zorg). Dat betekent dat de behandeling niet meer is gericht op het voorkomen van recidive, zoals bij andere veroordeelden met tbs. De kans dat ze ooit nog vrij komen is klein. In heel Nederland hebben tweehonderd mensen de status ‘longstay’; 88 van hen zitten in deze kliniek.

Langs het pad naar de geïmproviseerde premièrezaal zijn tuinkandelaars in de grond gestoken, om de feestelijkheid te verhogen, maar die zijn allemaal gedoofd door de wind en de miezerende regen. De filmmakers hebben zelf een rode loper neergelegd, die ze hebben meegenomen in de achterbak van hun auto.

Slechts een deel van bewoners kan en mag de film met elkaar bekijken in de grote zaal. De mannen die niet zo lang op een stoel kunnen stilzitten, of voor wie te sterke prikkels ontwrichtend kunnen zijn, bekijken de film onder toezicht op hun eigen afdeling.

Dat Mok en Uslu toestemming hebben gekregen om de dagelijkse beslommeringen van de tbs’ers te filmen, is heel uitzonderlijk. Ze waren net op tijd, want het ministerie van Justitie heeft vorig jaar een richtlijn uitgevaardigd dat tbs’ers niet mogen optreden in de media. Dat zou te confronterend zijn voor slachtoffers en nabestaanden.

Toch hoefde Braun niet lang na te denken, toen de filmmakers hem benaderden. „Ik dacht meteen: dat moeten we doen. Wij bedienen in deze kliniek een heel kleine niche. In Nederland zijn veel meer mensen die last hebben van de Q-koorts dan mensen die te maken krijgen met longstay. Dan is het toch prachtig als iemand belangstelling toont voor je werk?”

Longstay volgt vijf bewoners van de kliniek: waaronder de forse Willem, die zijn dagen vult met houthakken; de aanwezigheid van bijl en kettingzaag in een tbs-kliniek is nogal verrassend. Met zenboeddhisme tracht hij in het reine te komen met zijn verleden; zelf als kind zwaar seksueel misbruikt, maakte hij zich als volwassene schuldig aan wat hij zelf omschrijft als een „lustmoord”. Hij vertelt er open, maar ook tamelijk afstandelijk over in de film. Het slachtoffer was een 22-jarige vrouw die hij niet kende. „Een passant.”

Dan is er Frank, die in de kliniek getrouwd is met Dolf en een haakje op zijn deur mag aanbrengen, om enige privacy te hebben. Het meest in beeld komt Rudy, die voortdurend aan het babbelen is en grappen maakt; hij is ook degene die nog altijd de meeste hoop heeft dat hij de kliniek op een dag zal kunnen verlaten.

Vooral voor de bewoners die zich hebben laten filmen, is dit een spannende avond. Manager Braun is in smoking gekomen. Rudy schatert tijdens de film om zijn eigen grappen, Willem laat alleen af en toe instemmend of afkeurend gebrom horen.

De mannen zitten vaak al tientallen jaren vast voor een ‘delict’ – kliniekjargon dat ook de bewoners hanteren. Lacherig vertelt Rudy over de gebeurtenis waardoor hij hier zit. Hij ging met een hamer de minnaar van zijn overspelige vriendin te lijf, en daarna viel hij ook nog de buurman aan die polshoogte kwam nemen. „En dat met Kerstmis. Sorry buurman, als je kijkt”, zegt hij rechtstreeks in de camera.

Die passage maakte bij de première tijdens IDFA een bulderende lach los. Maar vanavond blijft het muisstil. De werkelijkheid achter de woorden komt plotseling dichterbij. De associatie is niet met een spannende speelfilm, maar met een gebeurtenis die iemands leven heeft bepaald. Praten over het ‘delict’ ligt uiterst gevoelig.

Sommige van de mannen willen de kliniek helemaal niet meer uit. „Ik weet van mezelf dat ik gevaarlijk ben”, verklaart Frank. „Ik heb al alle vormen van therapie geprobeerd, maar het slaat niet aan bij mij. Moet ik dan alles proberen om buiten te komen en straks oog in oog staan met mijn volgende slachtoffer? Daar pas ik dus voor.”

Dat ligt anders voor Rudy. Hij wil er nog steeds uit. In de film is te zien hoe de rechter zijn verblijf met twee jaar verlengt – een grote teleurstelling. Inmiddels hoopt hij in februari weer een kans te maken om ontslagen te worden. Misschien dat de film daarbij helpt. En de film is voor hem ook een soort contactadvertentie; hij is op zoek naar een vriendin. „Een soort Boer zoekt vrouw: „TBS’er zoekt moordwijf”, grapt hij. Hij moet er zelf hard om lachen.

Lang niet alle tbs’ers wilden of konden meewerken aan de film. Bij degenen die ja zeiden, volgde eerst een psychiatrische evaluatie, om vast te stellen of ze de gevolgen van hun beslissing goed konden overzien. Frank is van plan zijn baard te laten staan, zodat niemand hem na de film zal herkennen, als hij met verlof gaat. Willem maakt zich daar minder druk over: „Laat mensen maar naar me toekomen en me aanspreken, als ze me op straat herkennen. Ik zit nu 23 jaar in deze straf en heb met mezelf leren leven binnen de muren. Ik heb niets te verbergen.”

Wat hoopte Peter Braun met medewerking aan de film te bereiken? „In deze film kan iedereen zien dat elk individueel geval anders is, dat er altijd maatwerk nodig is.” Dat de bewoners herkenbaar in beeld komen, is volgens hem zinvol. „Een balk voor de ogen criminaliseert alleen maar.” En: „Dit zijn hele gewone mensen. Dat heeft u nu zelf kunnen zien.”

‘Gewoon’ is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar het is waar dat geen van de mannen vanavond een bedreigende of agressieve indruk maakt. Wat dat betreft, is een bezoek aan een tbs-kliniek ook een kleine confrontatie met je eigen vooroordelen.

De deelnemers aan de film vinden de film na afloop „indrukwekkend” en „herkenbaar”. Maar bij sommige anderen is er ook kritiek. Bewoner David heeft zich eraan gestoord dat het beeld van de kliniek wel erg luchtig is gehouden. Hij vindt de film te grappig. „Zo’n lolletje is het hier nu ook weer niet.” Maar directeur Braun is juist blij dat er eens een ander beeld uit de film naar voren komt „dan altijd maar weer hetzelfde, heel heftige en extreme beeld”.

Longstay is vanavond om 22.40 uur te zien op Ned. 2 bij NCRV Dokument.