'Nieuwe' taal- en rekennorm zaait verwarring

Wat is ‘taal’? En wat zijn ‘uren’? Wat de HBO-raad daadkrachtig poneerde als nieuwe norm voor het taal- en rekenonderwijs aan de pabo, valt niet bij elke opleiding in goede aarde.

Europa, Nederland, , 26-06-2007 .Foto; Evelyne JacqNederland, Amersfoort, 26-06-2007 De Vrije school. Onderbouw. sommetjes op het schoolbord. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Het leek even effectief als eenvoudig. Na aanhoudende klachten over de gebrekkige kennis van basisschoolleraren zal op hun opleiding, de pabo, voortaan wekelijks ten minste tien lesuren taal en rekenen worden gegeven. En, het allermooiste, het besluit hiertoe wordt door alle pabo’s gesteund, aldus de HBO-raad twee weken geleden.

Maar zo simpel is het niet. Een aantal pabo’s vindt dat de nieuwe Kennisbasis voor de pabo te veel is samengebald in ‘vijf uur taal, vijf uur rekenen’. Marco Snoek, lector onderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA), noemt de vertaling naar lesuren „simplistisch”, „ridicuul” en verwarrend. „Het doet de werkelijkheid onrecht.”

Bart van der Leeuw, coördinator van het Landelijke Expertisecentrum Opleidingen Nederlands en Diversiteit, heeft „bedenkingen” bij de manier waarop de Kennisbasis is neergezet. Hij herkent zich er niet in, terwijl hij toch zelf heeft meegewerkt aan de Kennisbasis taal voor de pabo.

Twee weken geleden presenteerde de HBO-raad vijf Kennisbases, waarin is vastgelegd wat aankomend leraren voor basis- en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. „Een markering”, zei voorzitter Doekle Terpstra bij die gelegenheid. Hij stelde trots vast dat „kennis weer belangrijk wordt”. De studenten worden getoetst na het eerste jaar en aan het eind van hun opleiding.

Zowel staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) als Terpstra onderstreepte dat mensen uit het onderwijs zélf dit initiatief hebben genomen. Lerarenopleiders hebben het afgelopen jaar diverse concepten aan hun collega’s voorgelegd. Het resultaat: een „aanzienlijke” toename van de studielast voor het reken- en taalonderwijs. Voortaan, zei Terpstra, besteedt de student per week minimaal vijf uur aan rekenen en minimaal vijf uur aan taal. Verplicht.

Ronald Keijzer, lector rekenen-wiskunde aan hogeschool Ipabo en betrokken bij het opstellen van de kennisbasis rekenen, zegt dat zijn collega’s „in het algemeen zeer te spreken zijn over de kennisbasis”. Maar het zal ook een behoorlijke impact hebben, beseft hij. „Ik sluit niet uit dat het competentiegerichte, vaak via pedagogische thema’s ingevulde onderwijs, op de helling moet.” Een aantal pabo’s is in paniek geraakt, omdat ze hun lesrooster flink moeten omgooien, zegt Keijzer. „Er zijn grote verschillen tussen pabo’s.”

Het is die opgelegde invulling van een specifiek aantal lesuren dat pabo-docenten steekt. „De HBO-raad speelt een ongelukkige rol”, zegt lector Snoek. „Hij doet mee aan de simplificering van hoe het onderwijs in het curriculum wordt vormgegeven.”

Waar komt die vijf uur vandaan? Coördinator Van der Leeuw noemt het nattevingerwerk. „Het lijkt net alsof de HBO-raad een oekaze heeft doen uitgaan: vijf uur taal per week. Dat vind ik merkwaardig.” Volgens Van der Leeuw zijn rekenen en taal belangrijk, maar daarover gaat de discussie niet. „De Kennisbasis doet geen uitspraak over de hoeveelheid tijd die aan vakken besteed moet worden. Wat ons betreft zet de Kennisbasis neer wát er in de opleiding moet worden behandeld. Niet per se hoe.” Dat spoort met wat de commissie-Dijsselbloem adviseerde na onderzoek naar falende onderwijsvernieuwingen: de overheid gaat over het ‘wat’, de scholen over het ‘hoe’.

Ook op het Theo Thijssen-instituut aan de Hogeschool Utrecht heerst verbazing over de uitspraken van de HBO-raad. Suzan Wolswijk, voorzitter van de vakgroep rekenen en wiskunde: „Die uitspraken zijn onduidelijk. Over wat voor uren hebben we het? Contacturen of studiebelastinguren?” Oftewel: gaat het om het aantal uren dat een student echt in de schoolbanken zit, of om alle uren, inclusief voorbereiding en praktijkopdrachten? Volgens de HBO-raad gaat het om dat laatste.

„En dat is terecht”, zegt Peta de Vries, instituutdirecteur van de pabo van de Hanzehogeschool in Groningen. Ze vindt dat mensen zich blindstaren op het aantal contacturen. „Zelfstandig oefenen is ook heel nuttig voor een student.”

De gewenste norm van tien uur rekenen en taal maakt al deel uit van het lesprogramma, zeggen veel pabo’s. Van der Leeuw kan niet zeggen hoeveel uren ‘taal’ er nu staan in het lesprogramma van een pabostudent. „Daarbij kan taal ook verschillende betekenissen hebben: de eigen taalvaardigheid van de student, of de manier waarop hij taalonderwijs moet geven.” Op zijn ‘eigen’ pabo, Fontys in Den Bosch, toont het rooster een mix van onderwijskundige en schoolvakken. „In de meeste pabo’s is dat geïntegreerd in andere lessen.” Dat geldt ook voor rekenen en wiskunde. „Er wordt al veel aan gedaan, maar dan in een andere vorm”, zeggen Snoek en zijn collega Peter Ale (sectie wiskunde) van de Hogeschool van Amsterdam.

De discussie over de verandering van curricula op de pabo’s vindt nu plaats. „We zitten er middenin”, zegt Wolswijk van de Hogeschool Utrecht. „Dat we in aantallen uren taal en rekenen omhoog gaan is wel duidelijk. Het wordt een verdubbeling. Het is wikken en wegen: wat gaat er vóór een ander vak, wat zijn de consequenties?”

Van der Leeuw: „Er zal meer contacttijd worden ingebouwd in de roosters. De afgelopen tien jaar is het onderwijs ‘competentiegericht’ geworden, met bijvoorbeeld meer aandacht voor persoonlijke ontwikkelingsplannen van studenten. De tijd die studenten daaraan besteden, is afgegaan van de inhoud en didactiek van de schoolvakken. Nu zal de balans de andere kant op worden getrokken.”

De Hanzehogeschool zal de Kennisbasis omarmen, zegt instituutdirecteur De Vries. „Meer taal en rekenen, maar wel in verschillende vormen: zelfstudie, lessen, zomercursussen. En de landelijke toetsing is prima.”