Koppig en nukkig

Het is op z’n minst knap van de Verenigde Staten dat het China tijdens de laatste uren van de klimaattop in het defensief heeft weten te dringen. Immers, het zijn de Verenigde Staten die zich de afgelopen jaren op geen enkele manier hebben willen committeren aan welke afspraak dan ook. Dus de rol voor koppigheid was eigenlijk voor Amerika weggelegd.

Maar uiteindelijk was het China dat nukkig overkwam, omdat het nu eenmaal mordicus tegen iedere vorm van toezicht is. Het is moeilijk onderhandelen met een dictatuur.

Het raakte de kern voor het falen van de klimaattop; de twee grootste vervuilers ter wereld bepaalden de regels, maar waren amper evenwichtige en serieuze gesprekspartners te noemen. De één droeg een erfenis van onwil mee, de ander die van ondoorzichtigheid.

En dat bleken ondanks de nieuwe Amerikaanse toewijding en de moderne uitstraling van het Chinese onderhandelingsteam, geen beste voorwaarden voor succes.

Voor China, het land met de grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld, was Kopenhagen desondanks een overwinning. Dat had minder te maken met de inhoud van de top dan met de rol die China er heeft gespeeld. China is een groot liefhebber van grote bijeenkomsten waar het wereldleider in de dop mag spelen – ook al spreekt die rol veel landen niet aan. Kopenhagen bleek daarvoor een uitstekende bijeenkomst en het is het Chinese publiek het afgelopen weekeinde niet ontgaan dat China bepalend was voor de uitkomst. Zoiets is belangrijk in China, ook al was de uitkomst ongewis - in China ziet de wereld er nu eenmaal anders uit.

Waar wij, armzalig aan de zijlijn, rekening mee dienen te houden, is dat de Chinese weigering tot openheid die een echt succes van Kopenhagen in de weg heeft gestaan, inderdaad betekent dat China veel te verbergen heeft als het gaat om het milieu. Eerdere internationale verdragen met China hebben ook bewezen dat zelfs wanneer China openheid belooft, echte controle vrijwel onmogelijk is omdat het politieke systeem dat niet toestaat.

En daar moeten we het dan voorlopig mee doen.

    • Floris-Jan van Luyn