Kolonisten eisen recht op bouw

De Israëlische kolonisten in bezet gebied zijn ziedend over de gedeeltelijke bouwstop van de regering. Maar voor de Palestijnen gaat de maatregel lang niet ver genoeg.

Buigen voor Obama, vat Amnon Gutman de houding van zijn premier Benjamin Netanyahu samen. Het huis van de 50-jarige ex-onderwijzer staat in het centrum van Ma’ale Adumim, met meer dan 30.000 inwoners de grootste Israëlische nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever. „U mag een huis bouwen. Ik mag een huis bouwen. Zo simpel zit dat”, zegt hij.

Ruim tien jaar woont Gutman in Ma’ale Adumim, de groeiende forenzenstad ten oosten van Jeruzalem. Ooit, zegt Gutman, zal de stad tegen Jeruzalem aangegroeid zijn. „Maar we mogen van onze eigen regering niet bouwen.” Gutman demonstreerde onlangs met ruim tienduizend kolonisten en sympathisanten in Jeruzalem tegen de bevriezing van de bouw in nederzettingen, die Netanyahu heeft afgekondigd.

Tien maanden lang geeft de Israëlische regering, na Amerikaanse druk, geen nieuwe bouwvergunningen af in bezet gebied. Op deze „betekenisvolle stap naar vrede” maakte Netanyahu tal van uitzonderingen. Bestaande bouwprojecten – circa 3.000 appartementen – gaan door. Publieke gebouwen, zoals synagoges en scholen, mogen ook gebouwd worden. Bezet Oost-Jeruzalem, dat volgens Netanyahu deel uitmaakt van de ondeelbare hoofdstad van de Joodse staat, is helemaal van de maatregel uitgezonderd. In Oost-Jeruzalem woont tweevijfde van de circa 500.000 kolonisten. Het internationaal recht maakt geen onderscheid tussen Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem en beschouwt alle 220 nederzettingen als illegaal.

Netanyahu’s kabinet steunt voor een belangrijk deel op de kolonistenbeweging. In zijn eigen Likud-partij, die de ideologie van Groot-Israël aanhangt, hebben ze een invloedrijke stem, en de extreem-rechtse coalitiepartij Yisrael Beiteinu van Avigdor Lieberman moet het voor een nog belangrijker deel hebben van de steun uit bezet gebied.

Sinds een paar weken is het onrustig in de nederzettingen. In het Palestijnse dorp Yasuf werd een moskee in brand gestoken, volgens de regering door radicale kolonisten. Op de muur was de tekst ‘prijskaartje’ gekalkt. Kolonistenleider Aryeh King riep op de stop te omzeilen, bijvoorbeeld door Palestijnse huizen te kopen.

„De kolonisten is een mensenrecht afgenomen”, zegt Israel Harel, jarenlang de leider van de kolonistenbeweging Yesha. „Het gaat niet om die tien maanden, die overleven we wel. Het gaat om het principe. Ik dacht dat Netanyahu, net als ik, geloofde Judea en Samaria [de bijbelse term voor de Westelijke Jordaanoever die kolonisten gebruiken, red.] evengoed bij het land Israël hoort. Dat land strekt zich uit tot de Jordaan. Door toe te geven aan de Amerikanen maakt hij hetzelfde onderscheid als de rest van de wereld.”

De onrust over de bevriezing is volgens Harel een teken dat „de mensen kwaad zijn”. „De brand in de moskee was ongetwijfeld een actie van opgeschoten jongeren. Die heb je overal in de wereld.” Volgens Harel zal Netanyahu de bevriezing na tien maanden verlengen. En daarna weer. „Hij wil Obama te vriend houden. Hij zei dat het een eenmalig besluit was, maar geen politicus is zo opportunistisch als Netanyahu. Hij denkt als zijn voorganger Levi Eshkol, die ooit zei: ‘Ik heb nooit beloofd dat ik mijn belofte zou houden’.”

Netanyahu zal in zijn hart blij zijn met het protest van de kolonisten, zegt Hagit Ofran, woordvoerder van Vrede Nu, dat zich verzet tegen de bouw in bezet gebied. „Hij kan de wereld laten zien: ‘kijk, zo ver heb ik moeten gaan, ik heb de kolonisten ziedend gemaakt. Verder dan dit kan niet’.”

Volgens Ofran is er „op de grond nauwelijks iets veranderd” door de bevriezing. Zelfs nu wordt er relatief meer op de Westelijke Jordaanoever gebouwd dan binnen de grenzen van 1967. „In Ma’ale Adumim bijvoorbeeld worden nu ruim 450 appartementen gebouwd. Daar was al toestemming voor gegeven. Het enige goede nieuws is dat er eindelijk voorzichtig debat is in Israël over wat toelaatbaar is in bezet gebied.”

Voor de Palestijnen gaat de tijdelijke bevriezing van Netanyahu lang niet ver genoeg, zij eisen een volledige bouwstop in de gebieden die in 1967 door Israël werden bezet. Voor die tijd, zegt de Palestijnse president Abbas, is praten over een Palestijnse Staat zinloos.

De Palestijnse PLO-onderhandelaar Xavier Abu Eid stuurt zijn auto langs nederzettingen die ten zuiden van Jeruzalem liggen. „De kolonisten lachen ons uit. Ze weten dat de bouw gewoon doorgaat”, zegt Abu Eid, een jonge man in pak. Bij een hek aan de rand van het dorp Har Gilo houdt hij halt. Hijskranen en tientallen appartementen in aanbouw laten zien dat het dorp een grote uitbreiding te wachten staat. „Zo ziet een bouwstop er dus uit”, zegt hij grimmig. „Omdat deze projecten al liepen, vallen ze niet onder de bevriezing.”

Bovendien, zegt Abu Eid, zegt de bevriezing niets over de bouw van de afscheiding die Israël en de grootste nederzettingen moeten afzonderen van Palestijns gebied. Die bouw gaat onverminderd voort, met name rondom Jeruzalem, waar de barrière meestal de gedaante heeft van een dikke muur. Abu Eid wijst naar een dal waar olijfbomen groeien. „Binnenkort worden 57 families uit Beit Jallah, even verderop, afgesloten van hun boomgaarden. In het Israëlische pr-geweld over bevriezing van de nederzettingen wordt dit door de wereld vergeten.”

In een poging de kolonistenbeweging te vriend te houden, besloot het kabinet tot financiële compensatie, al mag het officieel niet zo heten. Circa negentig nederzettingen verdienden een plek op een lijst van plaatsen die extra hulp nodig hebben om zich economisch te ontwikkelen. „Een fooi”, zegt kolonistenleider Israel Harel. „Van een paar procentjes hier en daar kunnen we hooguit een kinderdagverblijf financieren.”

    • Guus Valk