Ik heb gewerkt, geld verdiend en lol gehad, nu ga ik terug

Wie illegaal in Nederland is, heeft het niet makkelijk.

Maar illegalen helpen elkaar aan adressen en baantjes. En voor Brazilianen is er ook nog het consulaat in Rotterdam.

„Ik heb hier een goede tijd gehad. Ik ben erin geslaagd uit handen van de politie te blijven. Ik heb gewerkt, mijn geld verdiend en plezier gehad. Maar nu is het mooi geweest. Ik wil terug naar huis.”

Eén dag voordat Fernando Alves Pimentel Nederland verlaat vertelt hij in een café over de tweeënhalf jaar die hij als illegaal in Amsterdam doorbracht. Een paar dagen eerder heeft hij zich vrijwillig gemeld bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), een organisatie die illegalen helpt terug te keren naar het land van herkomst. De IOM betaalt de thuisreis voor illegalen die dat zelf niet kunnen bekostigen.

Bepakt en bezakt reist Pimentel terug naar Brazilië. Met twee koffers van elk 23 kilo gaat hij naar Schiphol. In zijn bagage zit voor ongeveer 2.500 euro aan spullen die hij in Nederland heeft gekocht. Een computer, een videocamera, kleding. Geld heeft hij nauwelijks bij zich, dat staat al veilig op een bank in Brazilië. „Met wat ik hier heb verdiend, kan ik thuis ongeveer tien jaar vooruit.”

Het verhaal van Pimentel staat voor tienduizenden arbeidsmigranten die zonder vergunning in Nederland wonen en werken. De meesten werken hier een paar jaar om geld te verdienen voor familie thuis. Of ze willen zelf een goed leven in hun land van herkomst op kunnen bouwen. Nederland wil dat zoveel mogelijk bestrijden. Toch is het nog steeds relatief eenvoudig om zonder werk- en verblijfsvergunning in Nederland te wonen en werken. Pimentel vertelt hoe.

Om te beginnen is het voor Brazilianen niet moeilijk om de Europese Unie binnen te komen. Pimentel: „Ik ben op een toeristenvisum naar Parijs gevlogen. Een vriendin van mij zat toen al in Nederland. Zij zei dat het hier makkelijk geld verdienen was, dus ik ben direct doorgereisd naar Amsterdam.” Eenmaal in Nederland liet Pimentel zijn visum verlopen. Vanaf dat moment was hij illegaal.

„In het begin was ik wel bang om opgepakt en uitgezet te worden. In Brazilië heb ik op de zwarte markt geld moeten lenen om een ticket te kunnen betalen. Als ik was uitgezet voordat ik die schuld had afbetaald, had ik een probleem gehad. Als je niet kan betalen, maken ze je af.”

Zodra een illegaal de Europese Unie is uitgezet, is het volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie moeilijk om opnieuw binnen te komen. „Iedere vreemdeling die wordt uitgezet, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem. Die informatie wordt meegenomen in de beoordeling van een aanvraag voor een toeristenvisum.” Vanaf december 2010, als de Europese Terugkeerrichtlijn wordt ingevoerd, kan uitgezette illegalen ook een inreisverbod voor de Europese Unie worden opgelegd.

Pimentel spreekt geen Nederlands en gebrekkig Engels. Toch had hij weinig moeite om werk te vinden in Nederland. „Ik had die vriendin hier wonen. Zij kende weer een ander Braziliaans meisje, dat op dat moment terug ging naar Brazilië. Die had een schoonmaakbaantje voor drie uur per week dat ik voor honderdtwintig euro van haar kon overkopen.” Op het schoonmaakadres verdiende Pimentel tien euro per uur. Het was zijn eerste baantje in Nederland.

Toen Pimentel meer Brazilianen leerde kennen, kreeg hij ook steeds meer baantjes. Hij schilderde, maakte schoon, waste borden en verrichtte hand- en spandiensten op een hockeyclub. „Er is hier een heel netwerk van illegale Brazilianen in de stad, die allemaal vergelijkbare baantjes hebben en werk aan elkaar doorgeven.”

Werkgevers die illegalen inhuren zijn strafbaar. Zij riskeren een boete van achtduizend euro per illegale werknemer. Voor particuliere werkgevers is dat vierduizend euro. Toch nemen werkgevers illegalen in dienst. Waarom lopen ze willens en wetens dat risico?

Omdat, zegt een Amsterdamse restaurant-eigenaar die niet met zijn naam in de krant wil, „de pakkans klein is, de loonkosten laag zijn en illegalen doorgaans hard werken”. Ook hij heeft „zo nu en dan” een illegaal in de keuken werken. Hij zegt dat het voor hem „nooit een bewuste keuze is” om een illegaal in te huren. „Op het moment dat ik op zoek ben naar een nieuwe bordenwasser, dan neem ik iemand aan die een betrouwbare indruk maakt en bereid is hard te werken voor weinig geld. Soms is dat een scholier, soms een illegaal. Zolang ze er de kantjes niet vanaf lopen, heb ik daar geen probleem mee.”

De restaurant-eigenaar behandelt illegale werknemers naar eigen zeggen „niet anders” dan andere werknemers. „Ze verdienen netto zelfs iets meer dan gewone bordenwassers. Die krijgen wit het minimumloon. Toch kost mij dat meer door alle premies die daar bovenop komen. Een illegaal krijgt bij mij tien euro per uur, belastingvrij. Voor zover ik weet is dat de gangbare prijs in Amsterdam. Ze werken er in elk geval graag voor.” Volgens hem zijn er „meer dan genoeg Nederlanders te vinden” die bereid zijn illegalen aan het werk te helpen. „Denk maar eens aan al die particulieren met hun Ghanese en Braziliaanse werksters. Stuk voor stuk illegaal.”

Pimentel bevestigt het uurtarief van tien euro. „Eigenlijk betalen alleen Braziliaanse bazen die wél een legale status hebben minder. Zij teren vooral op nieuwkomers uit Brazilië. Maar als die hier eenmaal een tijdje zijn, gaan ze meestal voor Nederlanders werken.”

Een andere maatregel die het leven van illegalen moet bemoeilijken, is dat illegalen in Nederland geen bankrekening kunnen openen. Maar dat is geen probleem, zegt Pimentel. „Ik krijg mijn loon altijd cash. Alles wat ik hier niet nodig heb, stort ik met money transfer op de bankrekening van mijn moeder in Brazilië.”

In de tweeënhalf jaar die Pimentel in Nederland doorbracht, had hij nauwelijks contact met Nederlanders. „Ik heb ongeveer een jaar een Nederlands vriendinnetje gehad, mijn huisbaas is Nederlands en ik heb voor Nederlanders gewerkt.” Verder ging Pimentel alleen met Brazilianen om, de meesten net als hij illegaal. De Brazilianen hebben hun eigen samenleving binnen de samenleving, zegt hij.

Toch weten ze precies van welke voorzieningen ze gebruik kunnen maken. „Iedere illegale Braziliaan weet dat je met de IOM gratis naar huis kunt. En elke Braziliaan die ik ken, reist ook op deze manier”, zegt Pimentel. De illegalen weten óók dat ze in Amsterdam bij de Kruispost terecht kunnen voor huisartsenhulp. „En als je iets hebt dat ernstiger is, kan je gewoon naar het ziekenhuis gaan zonder dat ze de politie bellen.”

Het is niet toevallig dat Brazilianen – die vaak geen Nederlands spreken – zo goed op de hoogte zijn van de rechten die ze hebben. Ze krijgen hulp van het Braziliaanse consulaat in Rotterdam. Consul-Generaal Gomes Pereira: „Wij helpen iedere Braziliaan die onze hulp nodig heeft, of hij hier nu legaal is of illegaal. De hulp varieert van het verstrekken van nieuwe paspoorten tot het geven van voorlichting over Nederlandse wetgeving die van toepassing is op illegalen.”

Volgens de Nederlandse wet mogen politieagenten vreemdelingen van wie zij een redelijk vermoeden hebben dat ze illegaal zijn, om een legitimatiebewijs vragen. Pimentel: „Ik weet gewoon dat als ik ergens voor word aangehouden, ik meteen op een vliegtuig naar Brazilië wordt gezet. Daarom zorg ik altijd dat mijn licht het doet en ik fiets nooit door rood.”

Toch hield Pimentel er iedere keer dat hij de deur uitging rekening mee dat hij misschien niet meer thuis zou komen. „Ik heb altijd mijn belangrijkste spullen klaar liggen bij mijn koffers, zodat ze makkelijk ingepakt kunnen worden. Als ik dan gepakt word, kan ik nog iemand bellen om mijn spullen te laten brengen.” Hij heeft vrienden die daar niet op voorbereid waren. „Dan word je in de kleren die je op dat moment aan hebt het land uitgezet.”

Inmiddels is hij veilig in Brazilië aangekomen en heeft hij zijn werk als autospuiter weer opgepakt. Daarmee verdient hij genoeg om in zijn levensonderhoud te voorzien. Met het geld dat hij in Nederland heeft verdiend, kan hij het huis van zijn moeder opknappen en een auto kopen.

Pimentel bewaart goede herinneringen aan Nederland. Trots denkt hij terug aan het schoonmaakadres waar de mensen hem zo vertrouwden dat hij hun huissleutel kreeg. „Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid.” Toch zal hij geen van zijn vrienden aanraden om als illegaal naar Nederland te gaan. En niet alleen omdat de Braziliaanse economie steeds beter draait. „Ik had in Nederland gelukkig een goede vriend – ook een illegale Braziliaan – die mijn familie zou waarschuwen als mij iets zou overkomen. Want dat is het ergste aan illegaal zijn. Je kunt zomaar doodgaan zonder dat je familie thuis dat ooit te horen krijgt.”

    • Sander Heijne