Helaas ministers, er was zat bekend over Q-koorts

De ministers van Landbouw en Volksgezondheid verkondigen dat ze door gebrek aan kennis de Q-koorts niet eerder konden aanpakken. Maar Q-koorts komt al tientallen jaren voor. Vooral in Beieren en Baden-Württemberg vormt het een probleem. Duitse mens- en diergezondheidsinstituten beschikken dan ook al jaren over draaiboeken hoe met Q-koortsuitbraken om te gaan. Een voorbeeld van de ‘deutsche Gründlichkeit’-aanpak was te zien in Herpen, bij Soest/Dortmund. Daar vond in 2003, vier jaar vóór de eerste Nederlandse uitbraak in het Brabantse Herpen, een uitbraak van Q-koorts plaats. Binnen enkele weken werden daar 240 ziektemeldingen geregistreerd. De Duitse overheid wist snel de bron te achterhalen: een besmette ooi van proefboerderij Haus Düsse, die had gelammerd op een boerenmarkt. Alle schapen op het bedrijf werden direct getest en besmette dieren werden afgevoerd. Bovendien werden alle bedrijfscontacten nagelopen. Door deze aanpak bleef de uitbraak beperkt tot een incidenteel geval op slechts één bedrijf.

Waarom heeft de Nederlandse overheid, na de eerste signalen van Q-koorts in Oost-Brabant, niet direct de alarmbellen laten rinkelen? Draaiboeken en verdere informatie staan op internet, het is in Brussel besproken en er zijn tal van publicaties in vaktijdschriften aan gewijd. Het gevolg van deze lakse houding zijn elf doden en tienduizenden afgemaakte geiten, veel boerenbedrijven zullen failliet gaan. Ministers zijn opgestapt voor mindere fouten.

Guus Queisen

Landbouwjournalist, Sittard

    • Guus Queisen Landbouwjournalist