Een verfrissende zesdaagse

Het baanwielrennen in Apeldoorn is in de nieuwe sporthal opgeleefd. Deze week is in het Omnisport de Zesdaagse. In 2011 is er de WK baan. „Ik zie dat ze het sportief uitvechten.”

Apeldoorn, 21 dec. - De zesdaagse, is dat niet zo’n wielerevenement in een lawaaiige, naar bier, sigaretten en braadworst stinkende sporthal waar de sport meer kermisattractie is dan een demonstratie van atletische vermogens op de fiets? Ja, zo staat het te boek, als een vooral door de commercie ontaard sportfeest. Maar wie zich dezer dagen naar het kolossale Omnisport in Apeldoorn begeeft om de zesdaagse te volgen, wordt vergast op pure wielersport.

De zogenoemde vipboxen, waar prominenten en sponsors zich met sport als excuus te goed doen aan eten en drinken, zijn er wel. De bekende muziek, de zangers en orkestjes, de biertap en de bekende harde stemmen van de omroepers ook. Maar ze overheersen niet. De eerste Zesdaagse van Apeldoorn is vooral sport. Deze zesdaagse is een voortzetting van het baanwielrennen dat in Apeldoorn op de betonnen baan van wielerclub De Adelaar gestalte kreeg, een inzinking doormaakte door de afbraak tien jaar geleden, maar door de permanente baan in het Omnisport sinds vorig jaar weer glorieert.

Hans van Bon, vader van drie wielrennende zonen onder wie Leon (tweevoudig etappewinnaar in de Tour de France, tweevoudig Nederlands kampioen) vertegenwoordigt het Apeldoorns elan. Niet te stuiten in zijn verhalen en ambities is de oud-schooldirecteur een drijvende kracht achter de wielerclub De Adelaar. Nadat oud-wielrenner Henk Lubberding het startschot van de derde avond heeft gelost, begint hij aan zijn verhalen. Provinciale frisheid? „Jazeker, zie je al die bloemen, gratis geschonken. De gemeente steunt ons bij alles, qua geld en ambities. Vanaf het begin, toen de plannen voor deze hal begonnen, werden onze ideeën over een permanente wielerbaan serieus genomen. Deze zesdaagse is maar een onderdeel van al onze bezigheden. Baanwielrennen leeft hier. Deze baan is 250 meter lang, geschikt voor alle onderdelen. Elke dag is de baan bezet, met renners van alle leeftijdscategorieën.”

Naast de verhalen van Van Bon staan die van organisator Frank Boelé, verantwoordelijk voor de zesdaagsen in Amsterdam en Rotterdam. Boelé is de man met ervaring, vandaar dat Libéma Profcycling (directeur is oud-renner Cees Priem) zijn expertise heeft gebruikt om een en ander in goede banen te leiden. „Ik was gecharmeerd door het enthousiasme, veel jonge renners in het voorprogramma, trio’s in plaats van duo’s, omdat de baan langer is dan andere banen. Het is een begin, het is anders dan de tradities in Rotterdam en Amsterdam.”

Nadat zijn zoon Leon (38) op de baan de afsluitende sprint van een afvalkoers heeft gewonnen, kan Hans van Bon weer doorgaan met zijn verhalen over de baansport. „Elke dag zijn hier tachtig tot honderd renners van alle leeftijden. We hebben eigen fietsen, dernies, tandems, helmen, kleding, betaald door sponsors, de provincie en de gemeente. Dat op olympisch niveau nummers als achtervolging verdwijnen is jammer, maar er is genoeg voor jonge jongens en meisjes om zich te bekwamen. Baanwielrennen is prachtig om te doen, maar ook om naar te kijken”, weet hij. „De jeugd heeft de toekomst. Maar je moet ze wel een toekomst bieden.”

Zeven wielerclubs uit het oosten van Nederland zijn deelnemer aan het wielerplan Omnisport. Ze betalen mee, aan de trainingen, leveren trainers die opgeleid zijn en doen mee aan clinics. De Adelaar is een begrip in Apeldoorn en omgeving. Henk Lubberding, uit het naburige Voorst, weet nog hoe hij als wegrenner conditie opdeed op de betonnen baan. Nu gebruikt hij de permanente houten baan van het Omnisport voor zijn wielerschool. „Ik zie bekenden, mannen die van wielersport houden. Daar krijg ik tranen van in mijn ogen. Excuus, ik mot nou effe naar de tribune om de koers volgen.”

De Belg Patrick Sercu is wedstrijdleider, recordhouder met 88 zesdaagseoverwinningen. Hij is gelaten, maar hoopvol. „Zesdaagsen moeten sfeer hebben, zoals vroeger in Gent en Antwerpen met Peter Post en Rik van Steenbergen. Dit is wat anders dan ik heb meegemaakt als renner en organisator. Als je van de sport houdt heb je mensen nodig die van oude dingen iets moois maken.”

Martin Bruin, juryvoorzitter in Apeldoorn, zegt dat hij goed oplet. „Ik ben blij met deze zesdaagse. Vijftien jaar geleden hebben de renners de zesdaagse verpest. Ze vulden alleen hun zakken. Ik denk dat het de goede kant op gaat. Ik zie dat ze het sportief uitvechten.”

Of Apeldoorn een succes wordt is onduidelijk. Cees Priem (oud-zesdaagserenner) meent als directeur van Libéma dat „de provincie een kans verdient”. Zesduizend zitplaatsen telt het Omnisport, per dag trekt de zesdaagse duizend mensen. „Dit is een test voor de organisatie. In 2011 is hier het WK baan. Tegen die tijd is Apeldoorn het centrum van het baansport.”

    • Guus van Holland