Duitser op de Dam

Op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland. Op 15 augustus 1945 deed Japan dat. Beide data markeren het einde van de Tweede Wereldoorlog in respectievelijk Europa en Azië. Bijna nergens worden er meerdere dagen uitgetrokken om stil te staan bij de gruwel van de oorlog en de vreugde van de bevrijding. Maar wel in Nederland. In de meeste landen wordt vooral de overwinning op Duitsland en Japan gevierd. Dankzij de Dodenherdenking wordt er in Nederland echter ook aparte aandacht gevraagd voor de offers.

Dat onderscheid tussen de 4de en de 5de mei is al decennia waardevol. Maar het spreekt niet vanzelf. In de tweede helft van de jaren zestig heeft de regering ooit geopperd om te stoppen met de Dodenherdenking. Na bijna een kwart eeuw zou de urgentie zijn verwaterd, aldus het kabinet. Het is goed dat dit voornemen niet is gerealiseerd. Sindsdien is de belangstelling voor de Dodenherdenking, onder jong en oud, alleen maar toegenomen. Kortom, in de herinnering van de bevolking is de periode 1940/45 zeker niet voorbij.

Het succes van de voortreffelijke televisieserie De Oorlog is daarvan wederom een illustratie. In de slotuitzending van gisteravond zei de Duitse ambassadeur Läufer dat ook hij graag bij de nationale herdenking op de Dam in Amsterdam aanwezig wil zijn. Bij verschillende lokale plechtigheden zijn Duitsers welkom, maar op de Dam nog steeds niet.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat de Dodenherdenking op de Dam sinds 1987 organiseert, heeft Läufer laten weten dat daarin geen verandering komt. De herinnering aan de Duitse bezetting ligt nog te gevoelig, heeft het Läufer laten weten. „Als we echt werk willen maken van verzoening, dan horen we ook in Amsterdam te zijn”, meende de ambassadeur. Waarom zou hij bij een herdenking in het voormalige kamp Vught mogen zijn en niet op de Dam?

Zijn verzoek plaatst het comité voor een dilemma. Formeel gesproken is er bij het Nationaal Monument sprake van een nationale herdenking. Daar hoort geen Duitser bij. Maar dat nationale argument gaat voorbij aan het feit dat in talloze toespraken op 4 mei de internationale dimensie van de Tweede Wereldoorlog juist vaak wordt gememoreerd.

Voorstanders van het idee dat ook de Duitse ambassadeur aanwezig mag zijn, bedienen zich soms van het argument dat de ‘gevoeligheden’ na 65 jaar wel voorbij zijn. Dat is geen zuivere redenering. Als dat zo zou zijn, zou er helemaal geen reden meer zijn voor de herdenking. De 4de mei wordt in ere gehouden omwille van die historische sensitiviteit. Die is waardevol en moet dus worden bewaard.

Voor velen zal de aanwezigheid van een Duitser op de Dam wellicht een emotioneel moment zijn. Maar het appèl van Läufer is ook een bewijs dat Duitsland zo integer met de eigen geschiedenis omgaat dat het openlijk betrokkenheid wil tonen met de slachtoffers van datzelfde Duitsland.

Juist omdat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelige is, zou het Nationaal Comité er goed aan doen het Duitse verzoek serieus te overwegen.