Circusdynastie grossiert in klassieke acts

Circus Wereld Kerst Circus, door NTB/Stardust. Gezien: 19/12 in theater Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 3/1. Inl. www.theatercarre.nl****

De stoelen in de stalles hebben weer plaatsgemaakt voor de piste. In zestien dagen worden hier 39 voorstellingen van het Wereld Kerst Circus opgevoerd. Jaarlijks komen er zo’n 50.000 bezoekers kijken. Hoog boven de speelvloer hangt ditmaal een schilderij van de statig te paard gezeten Oscar Carré, de man die dit theater in 1887 heeft gebouwd om zijn eigen circus een glorieus dak boven het hoofd te bieden. En hoog boven het reguliere podium, waarop nu een deel van de bezoekers zit, in een soort hangende loge, zit het orkest dat bij wijze van opening het aloude Geef mij maar Amsterdam en ander lokaal repertoire tettert. De toon is gezet, het schouwspel kan beginnen.

Het huidige Wereld Kerst Circus viert dit jaar zijn 25ste editie. Op initiatief van de theaterproducenten Wout van Liempt en Henk van der Meyden, werd de kerstcircustraditie van Carré – die sinds de jaren zestig enigszins in onbruik was geraakt – in 1985 in ere hersteld. En volgens het aloude model. De vernieuwingen die het circusgenre de laatste decennia heeft ondergaan, met de nadruk op variété zonder dieren en een enscenering die de nummers meer aan elkaar verbindt, hebben hier niet postgevat.

Dit gaat nog helemaal zoals het altijd ging: een donkerslag (duisternis) na elk optreden, een snel changement in het duister, de spreekstalmeester die in smetteloze superlatieven de volgende artiest(en) annonceert en dan gaat het weer verder. Wat dat betreft is de Zwitserse circusbaas Fredy Knie jr, de vaste regisseur van het Wereld Kerst Circus, geen hemelbestormer.

Maar dat hoeft ook niet. Knie, afkomstig uit de achtste generatie van de fameuze dynastie, schotelt het hooggeëerde publiek een overladen programma voor, dat meteen al begint met het enige roofdierennummer (vier tijgers en drie leeuwen in één kooi) en daarna de ene na de andere topact biedt.

Zoals hogeschoolwerk aan de trapeze (inclusief twee keer een viervoudige achterwaartse salto), een gespierd springplanknummer, twee vergelijkbare duo’s die verstrengeld aan een kabeltouw zwieren, een verticale tango aan een hoge paal, een koorddanser die op een slappe draad niet terugschrikt voor een spagaat en allerlei handstanden, een duo dat zich twintig (of misschien wel meer) keer binnen luttele seconden kan verkleden en een uiterst elegante paardencarrousel van Géraldine-Katharina Knie, dochter van de regisseur en dus van de negende generatie, die vijf zwarte paarden rondjes laat draven tegen zes witte en zes grijze in.

Het enige Nederlandse optreden is het finalenummer van de illusionist Hans Klok, die zichzelf en zijn assistentes uit kistjes en kastjes wegtovert – een truc die hij ook al veelvuldig elders heeft laten zien, maar die blijft verbazen.

En het enige dieptepunt is wat mij betreft het optreden van twee Italiaanse clowns, die weliswaar niet in klassiek clownstenue verschijnen, maar verder niets verrassends in petto hebben. Hun nummer, waarin de spreekstalmeester als aangever fungeert, is veel te lang en veel te flauw.

Maar ook dat past in een traditie, want het is al heel lang geleden dat een clown mij voor het laatst aan het lachen maakte.

Het programmaboek verwijst alvast naar het Wereld Kerst Circus van volgend jaar. Dat is hoe dan ook een mooi vooruitzicht.

    • Henk van Gelder