'Voor ons bedrijf is het einde oefening'

Boeren zijn verbijsterd dat ook hun gezonde geiten worden gedood. Bedrijven zullen daardoor ten onder gaan. „Soms staat vader met tranen in de ogen.”

Nederland, Chaam, 18-12-2009 Geitenboer Jan Schoenmakers met een van zijn geiten. Zijn bedrijf is besmet verklaard en moet dus geruimt worden. Foto: Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Alleen een klein, blauw bord op de stalmuur verraadt het drama dat zich afspeelt op het melkgeitenbedrijf van Jan en Ria Schoenmakers in Chaam, net onder Breda. Op het bord staat een opgestoken hand, als een stopteken, en daaronder een verwijzing naar internet: www.qkoortsinnederland.nl. „Zoals het er nu voor staat zijn we binnenkort failliet”, zegt Jan Schoenmakers.

Ruim een maand geleden was er nog niets aan de hand op het bedrijf van Jan en Ria (beiden 47), maar op 9 november kregen ze te horen dat een of meer geiten op hun bedrijf zijn besmet met de bacterie Coxiella burnetii – veroorzaker van Q-koorts. Hoeveel geiten besmet zijn weten ze niet. Misschien is het maar één dier op een totaal van ongeveer duizend geiten, of misschien vijf, of honderd. Ze weten het niet, want het is niet onderzocht. Het enige dat ze weten, is dat er besmetting is aangetoond in melk afkomstig van hun boerderij. In hun regio zijn niet veel mensen met Q-koorts, dus misschien valt het onder de geiten ook wel mee.

Met die wetenschap was er tot afgelopen woensdag nog geen reden voor grote zorgen bij de Schoenmakers. Hun bedrijf ligt immers in het gebied waar een vaccinatieplicht geldt. In juli waren alle dieren ingeënt. In dat vaccinatiegebied, zei minister Verburg (Landbouw, CDA) tien dagen geleden, zouden alleen de werkelijk besmette, drachtige dieren worden gedood.

Afgelopen woensdag maakten Verburg en haar collega Klink (Volksgezondheid, CDA) een draai uit overwegingen van volksgezondheid. Het individueel testen van duizenden geiten zal niet gaan lukken. Het risico dat besmette geiten door de test glippen is te groot, aldus Verburg, en dus zullen alle drachtige geiten op besmette bedrijven worden gedood. De drachtige dieren zijn het slachtoffer omdat de bacterie vrijkomt bij miskraam of geboorte. Dit jaar stierven zes mensen aan Q-koorts en werden er krap 2.300 ziek. Dat mag in het voorjaar van 2010 niet opnieuw gebeuren.

Op basis van dat ene gegeven, de positieve uitslag van de melkwagen van hun bedrijf, komen er de komende weken mannen langs bij de Schoenmakers om de halve veestapel te doden: zo’n vijfhonderd dieren. De kadavers gaan in vrachtwagens naar een destructiebedrijf. Aanstaande maandag begint ergens in Nederland deze operatie. Met Kerst en Nieuwjaar zal er halt worden gehouden. Over enkele weken moet het af zijn.

„Elke geit op dit bedrijf heb ik persoonlijk bij de geboorte de fles met biest (de eerst afgegeven melk na geboorte, red.) gegeven”, zegt Ria. „Geiten zijn heel aaibaar, heel vriendelijk, heel attent”, zegt Jan. „Ze hebben allemaal een eigen identiteit, hun eigen hebbelijkheden.”

„Als alleen de besmette dieren gedood zouden worden, dan konden we dat nog begrijpen”, zegt Jan, „maar dat ook alle gezonde dieren worden gedood, dat begrijpen we niet. We hebben 250 jonge, ingeënte geiten die dit jaar voor het eerst drachtig zijn. Die kunnen niet besmet zijn en toch worden ze straks gedood. Dat is echt buiten proporties. Alsof men maar een daad wil stellen.” Ria: „En wij zijn toevallig het slachtoffer.”

Als alleen de besmette dieren zouden worden gedood, dan konden ze hun bedrijf misschien voortzetten. „En hoefden we niet eens een vergoeding voor die dode dieren te hebben”, zegt Jan. Maar met zeker de helft minder dieren en dus minder melk en minder inkomsten, en bovendien een verbod op fokken of het aanvoeren van nieuwe dieren „is het straks einde oefening”, meent Jan. „We hebben onze vaste kosten en die kunnen we straks niet meer opbrengen. Bovendien vraag ik me af: willen we nog wel aan de goden overgeleverd blijven? Aan de hypocrieten die zeggen: wij weten de oplossing!”

Het is niet zo dat Jan geen sympathie heeft voor de mensen die slachtoffer zijn geworden van de ziekte. „Wij boeren wilden juist al heel lang de dieren vaccineren”, zegt hij. Zelf is hij overigens nooit ziek geweest.

Jan is de derde generatie Schoenmakers op dit bedrijf. Zijn grootvader bouwde de boerderij op tijdens de crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw. Zijn eigen vader is nu 74 en komt nog elke ochtend helpen met melken. „Het hakt erin dat hij het familiebedrijf op zo’n manier ziet eindigen”, zegt Ria. „Hij staat soms met tranen in z’n ogen, dat dat zo kan.”

„Boeren doe je niet voor het geld”, zegt Jan. „Het is een manier van leven. We willen ons gezin op deze manier, in de natuur, onderhouden. Dat vinden we geweldig. Maakt niet uit hoeveel uur we er voor moeten werken. Daar kijken we niet naar.”

Aan tafel zit ook zoon Bart, die dit schooljaar eindexamen mavo doet. „Tot voor kort had ik me voorgenomen om het bedrijf voort te zetten. Nu krijg ik twijfels. Ik wilde naar de landbouwschool, maar misschien stel ik dat uit en ga ik eerst verder met de havo.”