Vier dilemma's voor de tafelkok

Het duo Houtekamer & Van Santen test elke maand een product. Dit keer een pizzarette en vier andere ‘funcooking’-apparaten.

‘Groot(s) tafelen en feestvieren!’ Zo moeten we dit jaar volgens het decembernummer van Allerhande Kerst vieren. En dus maken we een kabeljauwhaasje met sint-jakobsschelpen en we verstoppen onze paddenstoelenbouillon onder een dakje van bladerdeeg. Wel een strak tijdschema aanhouden graag – op straffe van kerststress.

Hier aangekomen ziet u het al niet meer zitten. Niet erg. We kunnen altijd nog gourmetten. Of steengrillen. Of Chinees fonduen. Of pizzaretten. ‘Funcooking’ biedt genoeg keuze. Maar is het wel gezellig? Vier dilemma’s voor de moderne eter.

1. Bunkeren of rustig aan?

Er zijn twee soorten ‘gezellig tafelen’, ontdekken we. Het soort waarbij je tegen de klippen op stukken biefstuk en zalm verwerkt, want oh jee, het is alweer gaar. En het soort waarbij je de hele avond, starend naar een apparaat, stokbrood met Carnaval-, Festival- en Fiëstasaus eet. Chinees fonduen is van het tweede soort.

Aan het begin van de testavond hengelt het zeskoppige testpanel, samengesteld door Houtekamer & Van Santen, met goudkleurige mandjes naar voedsel in een pan borrelende bouillon. Links van het schot drijven garnalen en mootjes zalm in een visbouillon, rechts biefstuk, rettich en kip in een pittige kruidenmix. Erg lekker, en gezond.

Chinees fonduen kent wel vertragende factoren. Iedereen is voortdurend zijn eten kwijt, want niets blijft in de mandjes zitten. „Wat drijft hier”, vraagt man 3. Het blijkt een verdwaalde garnaal. Houtekamer is zelfs haar hengeltje kwijt.

Een apparaat van het bunkertype is de Table Chef Pro, een metalen plaat met regelbare temperatuur. Man 2 draait de knop op maximum. „Vol open en gaan.” Man 1: „Ik vind wel dat we de afzuigkap even moeten aanzetten.” Van Santen kiepert een bak vlees op de bakplaat. Houtekamer vindt dat conservatief. „Jij wil eigenlijk gewoon een ouderwetse steengrill.”

2. Traditioneel of experimenteel?

Houtekamer houdt van noviteiten. En eindelijk komt ’ie op tafel: de Pizzarette, een terracotta iglo op elektriciteit. Hij wordt loeiheet. In de vier poortjes passen vier mini-pizzaatjes. Man 2 trapt af met een garnalenpizzaatje met geraspte kaas. De bodems hebben we – heel lui – met het bijgeleverde ringetje uit kant-en-klaarpizzadeeg gedrukt. Na 7 minuten is de pizza krokant, al is de ene kant gaarder dan de andere. Vrouw 3 noteert: „Gelijkmatigheid is een issue.” Als man 2 het pizzaatje van zijn spatel probeert af te schuiven, glibbert de kaasgarnaalmassa er eerst af. De bodem is aan de spatel vastgebakken, maar de pizza smaakt heerlijk. „Veel lekkerder dan kant-en-klaar.”

Is de Wok Party ook zo vernieuwend? Op het traditionele gourmetstel staan geen lage pannetjes, maar hoge wokjes. Echtpaar 3 bakt er stukjes courgette, biefstuk en rode ui in. Man 3 slooft zich enorm uit. Hij schudt aan het pannetje en werpt de inhoud in de lucht. „Je moet het wokken actief maken.” Man 2, inmiddels ook aangeschoven, schampert dat het nog steeds gewoon gourmetten is. Maar de hoge pannetjes zijn handig.

3. Eigen bakje of allemaal in dezelfde pan?

Bij Van Santen thuis werd er elke Kerst gegourmet. Mama sneed de champignons en de paprika en schoof dan aan. Voor één keer in het jaar kookte iedereen zelf en het was nog leuk ook.

Van Santen houdt er niet meer van, dat gefröbel in een eigen pannetje of mandje. Zij is van het type showkok, dat het werk naar zich toe trekt. De metalen bakplaat leent zich er goed voor. Hup, alle garnalen erop en dan trots uitdelen.

Je zou verwachten dat die show-koks enthousiast worden van een simpele driepitter op tafel, aangesloten op een ferme tank campinggas. Dat is nog goedkoop ook. Maar de driepitter blijft onaangeroerd. Houtekamer, dol op eigen pannetjes, merkt op: „Dit voelt toch te veel als het aanrecht.”

4. Vegetariërs of carnivoren?

Man 1 eet, zoals steeds meer Nederlanders, vlees noch vis. Dat komt hem duur te staan.

Eerst probeert hij in de Chinese fondue een plak tofu in de bouillon te garen. Enkele minuten later: „Kijk, een stukje bruin matras.” Dan plonst er een falafelballetje in. „Ja, die valt zoals verwacht uit elkaar.”

Nepvlees koken, dat gaat niet. Bakken in het wokpannetje en op de bakplaat gaat beter. Man 1 bakt groente en een halve vegaburger, maar komt toch niet echt in de feeststemming. Aan de andere kant van het apparaat werken man 2 en 3 aan de lopende band sissende hamburgers naar binnen. Een stukje aubergine ligt verdroogd in een hoekje.

Een pizza misschien. Van Santen bedekt liefdevol een bodem met ananas en kaas voor man 1. Man 1 na 12 minuten: „Een pizza Hawaii. Aangebrand.”

De Pizzarette belooft de meeste fun voor de vegetariër. Man 1: „Dan eet je tenminste iets normaals. Maar voor vegetariërs zijn eigenlijk de gasten het leukst.”