Uitspraak EADS-zaak onbevredigend

Het was niet de beste dag van de Franse Autorité des Marchés Financiers (AMF). Bij wijze van dolkstoot voor haar eigen onderzoeksdivisie heeft de sanctiecommissie van de toezichthouder op 17 december alle aantijgingen wegens handel met voorkennis tegen 17 functionarissen van het Frans-Duitse luchtvaartconcern EADS van de hand gewezen. De commissie zei ook dat aanvullende beschuldigingen tegen de producent van de Airbus en zijn voornaamste aandeelhouders, Lagardère en Daimler, iedere grond misten. Maar ondanks de schijn van het tegendeel levert deze verrassende uitspraak geen winnaar op, louter een nare smaak in de mond.

Het besluit zegt feitelijk dat de onderzoekers van de AMF geen overtuigend bewijs konden overleggen van een verband tussen de verkoop van EADS-aandelen door topfunctionarissen begin 2006 en het nieuws dat het nieuwe toestel van EADS, de Airbus A-380, te kampen had met vertragingen en industriële problemen. De EADS-aandelen kelderden op 14 juni 2006 met 26 procent, toen Airbus deze problemen naar buiten bracht. Als de uitspraak van de commissie juist is, zijn de namen van topfunctionarissen van het bedrijf in de drie jaar dat het onderzoek heeft geduurd middels lekken en zinspelingen voortdurend door het slijk gehaald.

In de vreemde wereld van het Franse recht kan de AMF niet in beroep gaan tegen het besluit van haar eigen sanctiecommissie. Slechts de aangeklaagden kunnen dat doen. En zelfs in hun geval kan het hof van beroep de uitspraak slechts verzachten. Er is dus geen kans op dat het besluit door een hoger gerechtshof zal worden herzien. Dit betekent dat de minderheidsaandeelhouders van EADS altijd het vermoeden kunnen blijven houden dat er iets niet in de haak was.

Na de vrijspraak bewogen de EADS-aandelen nauwelijks. Dat is begrijpelijk: het aandeel heeft sinds de affaire nog eens 30 procent. En Airbus moest ook industriële en financiële problemen de baas worden bij zijn militaire vliegtuig, de A-400M, en het hoofd bieden aan de vrije val van de dollar en – niet te vergeten – de pijn bij zijn klanten als gevolg van de recessie.

Uit het hele verhaal blijkt dat de Franse regels over handel met voorkennis eenvoudigweg te ingewikkeld zijn. De negatieve publiciteit van dit langdurige, onovertuigende onderzoek kan een afschrikwekkende uitwerking hebben op insiders die hun aandelenopties willen verzilveren. Het kan een welkome geheugensteun zijn dat zelfs in de zakenwereld niet alles dat wettelijk is toegestaan ook moreel verantwoord is.

Pierre Briançon

Vertaling Menno Grootveld

    • Pierre Briançon