Schone kleren

Het is eind december en dus denken we ook even aan degenen die zich niet te goed kunnen doen aan oliebollen en champagne uit glazen ontworpen door Viktor & Rolf.

We denken even aan Rumana, die in Dhaka woont, de hoofdstad van Bangladesh. Ze werkt in een fabriek die onze kleren maakt. Daar werkt ze zes dagen per week van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Doet ze dat twaalf jaar achter elkaar, dan verdient ze nog steeds minder dan een Nederlandse kledingverkoopster in een maand verdient. „En dat is kwalijk”, zegt Erica van Doorn, directeur van de Fair Wear Foundation, een belangrijk initiatief op het gebied van eerlijke kledingproductie.

De laatste jaren profileren steeds meer modelabels zich met verantwoord geproduceerde mode. Want vooral de jonge consument vindt het belangrijk dat zijn broek niet door een kind is gemaakt. De industrie antwoordt met Organic Fair Trade Jeans, schoenen gemaakt van hennep en meer van dat soort, naar eigen zeggen, verantwoorde mode.

Die bewustwording is goed, zegt Van Doorn. Maar achter de schermen wordt volgens haar nog veel te weinig gedaan, vooral op het gebied van arbeidsomstandigheden. Het uitbetalen van ‘leefbaar loon’, het bedrag dat een arbeider minimaal moet verdienen om het hoofd boven water te kunnen houden, blijkt nog altijd geen noodzaak voor modemerken als Levi’s, O’Neill en Kuyichi.

„Wil een bedrijf maatschappelijk verantwoord gaan produceren”, zegt Van Doorn, „dan moet de hele bedrijfsstructuur aangepast worden. Daar is een lange adem voor nodig.”

Maar niet alleen de industrie is verantwoordelijk. Het is aan de kritische consument om misstanden aan de kaak te stellen. „Let op herkomst”, zegt Van Doorn. „En vraag modelabels hoe ze hun kleren produceren.” Op de website modepoly.org kan worden gecheckt in welke mate bekende kledingmerken en -winkels bijdragen aan een eerlijker kledingindustrie. Een kleine moeite, waarna de oliebollen vast beter smaken.