Rock van Biffy Clyro is massief

Pop Biffy Clyro. 17/12 Melkweg, Amsterdam. Herhaling 20/12 Watt, Rotterdam.***

De eerste aanblik van zanger Simon Neil op het podium is onthutsend. Hij springt over het toneel met bloot bovenlichaam, de broek laag op zijn heupen, zich vastklemmend aan zijn gitaar. Achter die gitaar, op zijn bezwete borst, is een tatoeage zichtbaar van de woorden God only knows what I’d be without you, een citaat uit een nummer van The Beach Boys.

Een romantische tekst, maar de muziek van Neil en zijn groep Biffy Clyro is niet in de eerste plaats romantisch. Hun rocknummers zijn compact en massief, gebouwd op een steeds verschuivend patroon van gitaarriffs. Neils gitaarerupties zijn fel en striemend, als korte hagelbuien. Het is verrassend hoeveel geluid de band voortbrengt, al zijn ze maar met zijn drieën. Dat komt door de taakverdeling: de staccato drummende Ben Johnston en bassist James Johnston zingen tegen de partijen van Neil in, waardoor er steeds een tegenbeweging te horen is.

Biffy Clyro bestaat al sinds 1995, en heeft inmiddels vijf cd’s gemaakt. Op het pas verschenen Only Revolutions staan furieuze songs, maar ook een paar glooiende ballades, als Born On A Horse, en een rustig rocknummer als Mountains. In de Melkweg imponeerden Simon Neil, bij wie het zweet uit zijn baard droop, en zijn ritmesectie met het snelle werk. Het publiek galmde de ingewikkelde structuren moeiteloos mee. Neil boog en zong een nummer op zijn knieën, als eerbetoon. Toch romantisch.

    • Hester Carvalho