Poolse seculiere uitvaartmeester volgeboekt

Na de dood van de Poolse paus Johannes Paulus II kende de Poolse kerk nog een korte opleving. Nu zoeken steeds meer Polen een seculier alternatief.

Stéphane Alonso

Jacek Borowikow mag niet klagen. Niet alleen is zijn branche, het begrafeniswezen, bij uitstek crisisbestendig, hij heeft het alleen maar drukker gekregen. „Dit jaar breken we het record”, zegt hij in een gesprek op Cmentarz Pólnocny, de grootste begraafplaats van Warschau.

Borowikow verzorgt seculiere, niet-religieuze uitvaarten, een snel groeiend fenomeen in het overwegend katholieke Polen. „We merken dat de kerk terrein verliest”, zegt hij tussen twee rouwdiensten door in het cafetaria van de begraafplaats, een doolhof van 144 hectare. „Ik ben niet tegen de kerk, maar voor mij is dat natuurlijk goed nieuws.” Dit jaar heeft hij al meer dan 300 begrafenissen gedaan.

De aanpalende kapel stroomt vol voor een nieuwe dienst. Borowikows vrouw, Anna, verwijdert het kruis, de kaarsen en de wijwaterkwast van het altaar en zet ze in een hoek op een klein tafeltje. Hij verdwijnt achter een blauwige tegeltjesmuur, een artistieke uitbeelding van de hemel, en verschijnt even later in een zwarte toga. Weldra vult zijn warme, lijzige stem de kapel. Na een warme, maar van God verstoken monoloog over de gestorvene, waarin geen kleinkind wordt overgeslagen, maakt Borowikow een buiging naar de op het podium opgestelde doodskist.

Borowikow, organist van opleiding, oogt en klinkt als een typische katholieke priester, maar is, zoals de Polen dat noemen, een ‘seculiere uitvaartmeester’. In heel Polen (38,6 miljoen inwoners) heeft hij 200 collega’s. Onder het communisme, toen de kerk in het verdomhoekje zat, waren dat er veel meer, maar na de val daarvan, in 1989, raakten de rollen omgedraaid. Nu is de uitvaartmeester weer terug.

Eerder dit jaar kwam de kerk zelf met statistieken over het kerkbezoek in Polen. Dat blijkt sinds 2000 gedaald met 7 procentpunt, tot 40 procent. Vooral vorig jaar was de daling fors, wat nog aan slecht weer werd toegeschreven. Maar de traditionele pelgrimstocht naar Czestochowa, de religieuze hoofdstad van Polen, telde dit jaar 101.000 deelnemers, een daling van 30 procent in twee jaar.

Secularisatie is een groot woord: het overgrote deel van de Polen is nog steeds katholiek. In 2005, het jaar dat paus en landgenoot Johannes Paulus II overleed, was er zelfs een opleving in religiositeit. „Maar die bleek van korte duur”, legt Rafal Boguszewski, van peilingbureau Cbos, uit. „Sindsdien is de deelname aan kerkelijke riten systematisch gedaald.”

Van Teresa Jakubowska mag de secularisatie wel wat sneller gaan. Zij is de leider van Racja (Rede), de enige antiklerikale partij van Polen, met slechts 3.000 leden. „Ik denk dat veel mensen het met ons eens zouden zijn, maar dat ze gewoon niet weten dat we bestaan”, zegt ze in een gesprek in haar piepkleine kantoor in Warschau. „Reguliere media mijden ons, omdat ze bang zijn voor de kerk.”

De invloed van de kerk is nog steeds groot, zegt ook Adam Cioch, adjunct-hoofdredacteur van het antiklerikale weekblad Fakty i Mity (Feiten en Mythes). Toen in 2005 de regerende sociaal-democraten de verkiezingen verloren en plaats maakten voor een moreelconservatieve regering, verdween zijn blad een half jaar lang uit de schappen van Ruch, de belangrijkste kioskketen. „Het was een illegale vorm van censuur”, zegt Cioch.

Toch zijn Poolse antiklerikalen optimistisch. Toen een Europese rechter vorige maand de verplichte aanwezigheid van kruisbeelden in openbare scholen in Italië veroordeelde, bleef de in Polen verwachte verontwaardiging uit. Er was wel boosheid, vooral in rechtse en kerkelijke kringen, maar die kon tegengeluiden niet overstemmen. „Poolse kranten schrijven steeds moediger over kerkelijke kwesties”, zegt Cioch.

De kerk dankt haar sterke positie vooral aan de historische rol die zij lang speelde. In de negentiende eeuw waren geestelijken de hoeders van de nationale identiteit. En onder het communisme stonden zij vaak aan de kant van dissidenten.

Na de val van het communisme werd dit morele krediet ten volle benut. Polen sloot in 1993 een concordaat met het Vaticaan, een akkoord dat de kerk voorrechten geeft in het onderwijs, alsmede belastingenvoordelen. De voorheen zeer liberale abortuswetgeving in het land werd opeens uiterst streng.

Maar de laatste jaren heeft het imago van de kerk deuken opgelopen, vooral door schandalen rondom priesters en bisschoppen, die voor de communistische geheime politie bleken te hebben gewerkt. „De historische rol van de kerk wordt overdreven”, zegt Jakubowska. „Priesters hebben zich ook vaak geconformeerd.”

Formeel mag de kerk niet-katholieken geen plek weigeren op kerkhoven, maar in de praktijk gebeurt dat wel. Vooral homo-organisaties klagen dat overleden homoseksuelen soms geweerd worden. Uitvaartmeester Borowikow heeft nog nooit iemand geweigerd. Nou ja, één keer dan. „Een stalinistische rechter, die met showprocessen honderden mensen de dood in had gejaagd”, zegt hij. „Toen ik door zijn nabestaanden gebeld werd heb ik beleefd geantwoord dat ik helaas was volgeboekt.”

    • Stéphane Alonso