Maak van Wereldmuseum toch geen kunstmuseum

Het Wereldmuseum in Rotterdam is heropend (NRC Handelsblad, 9 december). Het lijkt erop dat de huidige directeur, Stanley Bremer, het museum en het museumgebouw heeft gekaapt. Sinds zijn aantreden zijn vrijwel alle curatoren hetzij vertrokken, hetzij ontslagen. Hij meent topdeskundigheid te kunnen inhuren om exposities te organiseren, maar curatoren doen meer: ze beheren een collectie, doen nieuwe aankopen, en onderhouden contacten met museumbezoekers.

Het overgrote deel van de collectie moet weg. Dure stukken mogen blijven en de focus komt op ‘religie en spiritualiteit’. De directeur spreekt geringschattend over de vele gebruiksvoorwerpen in de collectie. Hij wil het Wereldmuseum omturnen tot een kunstmuseum. Daarmee zou het ophouden een volkenkundig museum te zijn, want daar gaat het om inzicht geven in andere levenswijzen, primair door middel van voorwerpen gebruikt in die levenswijzen. Ook al zijn ze mooi voor veel westerse museumbezoekers, het gaat om hun plaats in de betrokken levenswijzen.

Het Wereldmuseum presenteert voorwerpen nu als ‘krachtige, autonome expressies van kunst’. In deze visie is ‘kunst’ een universele categorie. En omdat ze kunst zijn, zijn ze blijkbaar autonoom, wat naar ik aanneem wil zeggen dat hun maatschappelijke context niet ter zake doet. Het lijken me ernstige misvattingen. De meeste van deze ‘kunstvoorwerpen’ zijn hun bestaan begonnen als gebruiksvoorwerpen: trommels, schilden, rituele benodigdheden, enzovoort. Ze tot kunst te bombarderen, is een westerse kunstgreep die met het oorspronkelijke gebruik en de oorspronkelijke betekenis niets te maken hoeft te hebben.

dr. Anton Ploeg

Antropoloog, Harfsen