'Ik vertrouw niemand meer'

Roberto Saviano (30) is door zijn bestseller Gomorra het symbool van de strijd tegen de Italiaanse maffia. Zijn leven is hij niet meer zeker. ‘Het lijkt mooi, episch, romantisch, moedig – voor een week.’

Children walk past Italian paratroopers who patrol a street in Casal di Principe, near Caserta , southern Italy on October 4, 2008. Italian Interior Minister Roberto Maroni said the day before that some 500 paratroopers will deploy to the Naples area at the weekend to join the fight against the local Camorra mafia and will man checkpoints, conduct weapons searches, protect "at-risk" shops and patrol suspects under house arrest. AFP PHOTO / CARLO HERMANN AFP

‘Ik zie het nog voor me. Dat vuurrode gezicht, helemaal opgeblazen. De dikke man lag in een enorme pan vol buffelmelk waar ze mozzarella van maken. Ze hadden hem erin verdronken. Ik vond het helemaal niet rot om dat te zien.” Roberto Saviano was 12 jaar toen hij onderweg naar school in Casal di Principe, ten noorden van Napels, voor het eerst een lijk zag. Daarna is hij altijd gaan kijken als er weer iemand was vermoord. Net als de andere kinderen uit de buurt.

Volgens Saviano (30) is het een universele reactie. „Kijk naar foto’s van moordpartijen. Op de eerste rij met omstanders staan altijd kinderen. Het is een manier om je groot te voelen. Het is als een eerste sigaret roken. Voor het eerst de liefde bedrijven. Het is een overgangsritueel van kleine jongen naar de wereld van de volwassene.’’

Acht jaar geleden begon Saviano zijn jeugdervaringen op te schrijven. Uit woede over alles wat hij had gezien. En met de ambitie om een groot schrijver te worden. Vijf jaar werkte hij aan het boek Gomorra. Hij observeerde, hij participeerde, hij wilde begrijpen. Hij nam een baan als hulpje van een fotograaf die bruidsreportages maakte van de huwelijken van maffiabazen. Zo kon hij hun privéleven van dichtbij meemaken. Hij volgde de maffiaoorlog in Scampia en Secondigliano in Noord-Napels door er een maand te verblijven. Als er weer een moord was gepleegd, was hij vaak al vóór de politie ter plekke.

Gomorra is een wereldwijde bestseller geworden. In vijftig landen zijn inmiddels 5 miljoen exemplaren verkocht. Wie het boek leest, zit in de val van een vreselijke werkelijkheid. De lezer kan niet denken ‘het is maar een roman’. Want alles is gebaseerd op de werkelijkheid, op politiedossiers en op persoonlijke ervaringen, zo benadrukt Saviano. „Ik monteer de gebeurtenissen, zonder ze te veranderen. Ik noem het een roman, omdat het de stijl van een roman heeft.”

Gomorra rammelt de lezer door elkaar. De ene scène is nog wreder dan de andere. Gezichten van ‘verraders’ en vijanden worden kapot geschoten. Een hoofd wordt met een decoupeerzaag afgezaagd. Een container in de haven van Napels zweeft door de lucht en schiet open, tientallen lijken van Chinezen vallen er uit.

Met zijn boek en met de verfilming ervan heeft Saviano zijn geboortestreek op de kaart gezet. Een gebied waar de Staat volstrekt de controle kwijt is, waar de machtige clan van de Casalesi op wrede wijze de wet voorschrijft. Saviano’s grote succes heeft deze clan in de schijnwerpers gezet. En dat is het laatste wat maffiosi willen. Sinds drie jaar laten ze dan ook geen gelegenheid ongemoeid om Saviano te melden dat hij ten dode is opgeschreven. De schrijver staat onder permanente politiebewaking. Saviano is het symbool van de strijd tegen de maffia. Terwijl zijn net afgestudeerde leeftijdgenoten vaak nog zoeken naar een eerste baan, is hij de hoop en de held van alle Italianen die de maffia verafschuwen. Als hij op televisie verschijnt, trekt hij miljoenen kijkers.

De last die de jonge successchrijver draagt, is van zijn gezicht af te lezen als hij ruim een uur te laat, begeleid door vier carabinieri de geheime locatie binnenstapt. Zijn oogleden hangen over de vermoeide donkere ogen. Hij is gehuld in een zwart colbertje en een zwarte blouse. Zijn hoofd is vrijwel kaal geschoren, zijn baard drie dagen oud. „Ik heb van vier tot half acht geslapen. Ik slaap weinig. Het is een moeilijke tijd.” Aan zijn rechterhand draagt Saviano twee ringen, een om de wijsvinger, een om de pink. Aan zijn linkerhand nog een ring om de wijsvinger: „De heilige drie-eenheid”, zegt hij. Een oude traditie in zijn geboortestreek. „Mijn vader droeg ze, mijn opa, mijn overgrootvader. Ik ook. Niet omdat ik in God geloof, maar als teken van verbondenheid met mijn streek.”

Achter Saviano zit een van zijn lijfwachten, de armen over elkaar. Hij zal de interviewer geen seconde loslaten met zijn ogen. Het gesprek mag maximaal anderhalf uur duren. Langer zou om veiligheidsredenen onverantwoord zijn. Daarna is de schrijver weer onvindbaar. Mails beantwoordt hij niet. De telefoon neemt hij niet op.

Aanleiding voor het gesprek is de vertaling in het Nederlands van twee andere boeken van Saviano. De andere kant van de dood gaat over Zuid-Italiaanse jongemannen die het leger in gaan om in Irak, Libanon, Afghanistan te vechten. De Schoonheid en de hel is een verzameling eerder gepubliceerde verhalen over zijn belevenissen, gedachten en ontmoetingen sinds hij onder bewaking leeft en een bekende persoonlijkheid is.

In uw boek heeft Italië niets meer van het voor veel mensen ideale vakantieland met relaxte mensen, prachtig landschap, mooie kunst en goed eten.

„De meeste Europeanen hebben een eenzijdig beeld van Italië. Ik zie weinig moois als ik kijk naar drugspleinen waar de camorra de scepter zwaait. Italië is kwaadaardig, gemeen en slecht. Iedereen is er bang, omdat het hier moeilijk is om gerechtigheid te vinden. En als mensen dat niet krijgen, worden ze gemeen. Alles wordt dan een privilege, alles draait om gunsten vragen. En gunsten vragen betekent in het krijt staan bij anderen en gechanteerd worden. Wie deze misstanden aanklaagt, loopt een groot risico. Iedereen die zich uitspreekt, weet dat zijn doopceel wordt gelicht en dat zijn zwakheden naar buiten worden gebracht. Dat geldt vooral voor politici, journalisten en schrijvers. Er is het voorbeeld van een hoofdredacteur die zich tegen de regering uitsprak en die publiekelijk aan de schandpaal is genageld als homoseksueel. Hij is ontslagen. Ook al had zijn seksuele geaardheid niets te maken met wat hij te zeggen had.”

De laatste jaren zijn er veel maffiabazen gearresteerd. Is de Staat aan het winnen van de maffia?

„In de publieke opinie lijkt het dat al het kwaad wordt uitgeroeid, maar dat is niet zo. Er zijn enkele clans hard aangepakt. Maar er zijn ook veel maffiosi die weer vrij komen, omdat de arrestaties gebaseerd zijn op zwakke onderzoeken, bedoeld voor pappen en nathouden in plaats van oplossen.

„Het is sowieso verkeerd te denken dat je de maffia met arrestaties kunt verslaan. Daarvoor moet je het economische systeem en de regels veranderen. Neem Nicola Cosentino, straks kandidaat voor het presidentschap van de regio Campanië, namens de partij van Berlusconi, en nu staatssecretaris van Financiën in de huidige regering. De magistratuur beschuldigt hem ervan dat hij een man van de camorra is. Ik heb de stukken gelezen. Het is evident dat hij van jongs af aan is gekneed om een intermediair van de clan van de Casalesi in de bovenwereld te zijn. Wat ik betreur is dat rechters in Italië de politici op hun eerlijkheid moeten toetsen. Dat zou de politiek zelf moeten doen als ze kandidaten lanceren. Ik zou willen dat links en rechts het eens zouden worden over de criteria waaraan een presentabele kandidaat moet voldoen. Maar de politiek richt zich naar de maffia, zoals ze zich richt naar multinationals. De maffia commandeert. Ze lobbyt en oefent druk uit, zoals General Motors, Mercedes en Shell en elk groot bedrijf dat doen. Het is steeds meer de criminele economie van de maffia die politiek produceert.”

Waarom komt het kwaad zo aan de oppervlakte in Italië?

„Er is hier niet meer slechtheid, het is alleen zichtbaarder. Het kan meer zijn gang gaan. Dat komt door de manier waarop de maffia zich heeft georganiseerd, maar ook doordat er geen echt ontwikkelde democratie is. De maffia legt zijn dictatuur op aan hele gebieden. De helft van het land is niet vrij.”

Zijn maffiosi een rolmodel voor andere criminelen?

„De Italiaanse maffia heeft criminelen overal in de wereld laten zien hoe je van een criminele organisatie een bedrijf kunt maken. Eén clan is er zelfs in geslaagd om een hele wijk in Brussel op te kopen. Maar het lijkt wel alsof de perceptie in Noord-Europese landen tegengesteld is aan de werkelijkheid. Er wordt in het buitenland weliswaar niet zoveel gemoord door de maffia als in Italië, maar veel voortvluchtige maffiosi leven in Duitsland, Nederland en België. Ze duiken er onder voor de politie en brengen er hun geld naartoe. Helaas interesseert het Europese politici niet. Duitsland heeft zich alleen even met de maffia beziggehouden na de moord op zes maffiosi in Duisburg. Tekenend en onbegrijpelijk. Toen ik klein was, zeiden ze bij ons in het dorp al: ‘Duitsland en Spanje zijn van ons, daar investeren we. We kunnen er doen wat we willen. De politie heeft er geen macht’. Het misdrijf ‘deelname aan de maffia’ staat in Noord-Europese landen niet in het wetboek van strafrecht.”

Noord-Europese politici willen het gevaar niet zien?

„Zolang de camorra en andere maffia alleen zwart geld binnenbrengen en niet moorden, knijpen de Noord-Europese magistraten een oogje dicht. De Italiaanse maffia zet jaarlijks 100 miljard euro om en veel van dat geld investeren ze in Noord-Europa. Ik begrijp niet waarom de Noord-Europese politici niet wakker worden. Waarom zwart geld binnenhalen als je weet dat het schadelijk is voor een samenleving?”

U leeft onder politiebewaking. Heeft uw uitgever u daarvoor gewaarschuwd?

„Niemand had dit kunnen voorzien. En ze hebben er ook goed aan gedaan me niet te waarschuwen. Want wat mijn leven onmogelijk en mijn woorden gevaarlijk maakt, is niet wat ik heb geschreven, maar het feit dat mijn boek door zoveel mensen is gelezen. Hoe meer lezers ik heb, hoe meer de criminele organisaties er last van ondervinden.”

Had u niet liever onder pseudoniem willen schrijven?

Resoluut. „Nee, voor mij was het gezicht fundamenteel. Anna Politkovskaja, de Russische journalist die vermoord werd omdat er geen andere manier was om haar het zwijgen op te leggen, heeft me in een brief geschreven dat ook zij zich niet wilde verbergen. Op elk boek stond haar foto op de omslag. Zij accepteerde uitgemaakt te worden voor een narcist, omdat ze het heel belangrijk vond om zich niet te verbergen. Mijn grootste angst is niet de doodsbedreiging, maar karaktermoord. Je wordt gehaat, omdat je veel verkoopt, veel op tv bent en een symbool bent geworden. In zo’n situatie houd je weinig vrienden over en dat is zwaar.”

Wat helpt u deze strijd voort te zetten?

„De boosheid, maar ook de ambitie om een schrijver te zijn die met zijn woorden de wereld probeert te veranderen. Van Gomorra zijn drie miljoen boeken in Italië en twee miljoen in de rest van de wereld verkocht. Dat is eigenlijk onmogelijk. Als Italiaanse schrijver heb je een klein afzetgebied en toch word ik wereldwijd gehoord. Dat is iets bijzonders.”

De grootste oppositiekracht, de Democratische Partij, heeft u gevraagd u kandidaat te stellen voor het presidentschap van de regio Campanië.

„Ik weiger pertinent. Ik ben ervan overtuigd dat mijn politieke medestanders zich uit jaloezie zullen ontpoppen tot mijn grootste vijanden. Ik zou behalve mijn rivalen, ook mijn bondgenoten en partijgenoten tegenover me vinden. Ze zouden boos zijn omdat een dertigjarige de plek inneemt die zij zelf zó graag willen hebben dat ze in staat zijn hun kinderen er voor te verkopen.”

Hoe blijft u overeind onder de enorme druk?

„Ik heb een sterk professioneel evenwicht, maar een absoluut breekbare persoonlijke harmonie. Mijn publieke leven is spartaans, evenwichtig en gedisciplineerd georganiseerd. Mijn strategie is veel in de media komen om mezelf te verdedigen. Wie mij raakt, raakt alle personen die in me geloven. Het moeilijkste is de eenzaamheid. Ik heb bondgenoten die in me geloven, alleen zie ik ze niet. Mijn vijanden daarentegen weten me wel te vinden. Ze vallen me aan, klagen me aan. Ze volgen me constant en wachten op mijn misstappen. De vrienden zijn steeds verder weg. Zo is het altijd als mensen bekend worden. Ik probeer er mee te leven.

„Privé is mijn leven een ramp. Privé vertrouw ik niemand meer. Ik heb het gevoel dat iedereen wat van me wil. Er is niks meer, geen wandeling, geen bioscoopbezoek, geen feest. Niks. Ik probeer strategieën te ontwikkelen voor mijn privéleven. Ik train. Ik boks veel. In het verleden drie maal per week. Ik ga nu weer beginnen. Het is fundamenteel voor mijn fitheid. Ik sport in de kazernes, waar ik vaak verblijf. Het probleem is dat ik mij de hele tijd moet verbergen. Anders stel ik mijn familie en vrienden bloot aan gevaren.

„Het is moeilijk voor een geliefde om naast mij te leven. Het lijkt mooi, episch, romantisch, moedig, maar slechts voor een week. Mijn soort leven maakt je een onmogelijk mens, met een gesloten karakter, nerveus en boos en altijd heel triest. Ik ben onhandelbaar. Ik ben steeds op mezelf gericht. Op wat ik moet zeggen en schrijven. Ik moet altijd op mijn hoede zijn, in strategieën denken en op mijn werk geconcentreerd zijn.”

Wat is voor u geluk?

„Ik geef een Italiaans antwoord, maar het is waar: voor mij is geluk een familie hebben. Maar ik heb me gerealiseerd dat dit in mijn geval zou betekenen dat mijn familie moet betalen voor mijn keuzes. Ik heb nu een heel ander idee van geluk dan toen ik een jongen was. Toen was geluk voor mij doen waar je zin in hebt, de wereld rondreizen, belangrijke dingen doen. Nu ik dat alles heb bereikt, voel ik me niet gelukkig. Eerst had ik niks en kon ik alles. Nu heb ik alles en kan ik niks.”

Waar komt uw rechtvaardigheidsgevoel vandaan?

„Van mijn moeder. Ik heb een Joodse moeder. Die heeft me enorm gestimuleerd om de zaken diep te doorgronden en te observeren. Ik heb veel te danken aan haar en haar vader. Zij hebben me gevormd, door hen ben ik filosofie gaan studeren. Daarnaast betekent opgroeien in mijn geboortestreek dat je keihard wordt geconfronteerd met de werkelijkheid. Ook van mijn vader heb ik veel geleerd. Hij legde me uit wie de maffiabazen waren, wie hun vrouwen. Hij leerde me het riool te herkennen. Hij is arts. Vaak zijn medici betrokken bij de maffia. Wie dat niet is, heeft daar expliciet voor gekozen, uit overtuiging of uit angst. Mijn vader is conservatief. Hij heeft zijn plek veroverd in dit gebied, maar heeft nooit contact gehad met de camorra. Hij is er altijd bang voor geweest.’’

Zijn uw ouders trots op u?

„Ik moet zeggen dat ze aanvankelijk erg geleden hebben onder mijn werk. Toen ik over de camorra schreef, vroegen ze me waarom ik me met zulke smerige dingen bezighield. In de loop van de tijd hebben mijn moeder, tante en broer me laten weten dat ze heel trots zijn wegens mijn verzet. Maar zij betalen er ook nog steeds voor, ja zeker. Hun leven is vernield. Mijn broer moest emigreren. Mijn moeder heeft politiebescherming. Nadat het boek is uitgekomen, heb ik mijn vader nooit meer gezien. Ik kan hem niet ontmoeten in mijn geboortestreek. Hij wil er niet vandaan om mij te ontmoeten. Hij wil in dat gebied blijven leven. Misschien zien we elkaar ooit nog. Maar nu wil geen van ons tweeën dat. Zo is het gegaan.”

Is er een prognose van de politie hoe lang u nog onder bewaking moet leven?

„Nee, en als die er was, zou ik er niet op vertrouwen. Weggaan is mijn uiteindelijke doel. Ik ben weggeweest, drie maanden, naar de VS en Israël. Maar ook daar werd ik bewaakt door de politie. Het leven was daar nog moeilijker, want ik was in een land waar ze niet eens mijn taal spraken. Ik kon er geen kranten lezen. Laat staan erin schrijven. Nu heb ik besloten dat ik pas wegga uit Italië als ik een land vind waar ik me zonder bewaking kan bewegen. En dan bedoel ik niet Groenland of Oeganda. Dat heeft geen zin. Ik moet naar een land waar ik kan blijven werken. Tot nu toe bestaan er nog geen landen waar ik zonder lijfwachten kan leven.”

Wat betekent de dood voor u?

„Ik ben niet bang te sterven. Ik ben zo gewend aan het idee dat het bijna iets irreëels lijkt. Zoals een chirurg die elke dag doden ziet. Het wordt zijn werk. De dood raakt mij ook niet meer.”

Is het uiteindelijk de moeite waard geweest?

„Het zou hypocriet zijn als ik zou zeggen: ja, het is het waard. Dan zou ik liegen. De beledigingen, de haat en het wantrouwen zijn soms zo enorm dat ik me wel eens afvraag waarom ik het allemaal heb gedaan. En soms zijn de omhelzingen en de solidariteitsbrieven zo talrijk dat ik denk ‘potverdorie, zie je wel, de mensen waarderen het allemaal’. Maar het is duidelijk dat mijn boek Gomorra mij niet meer dierbaar is. Ik verloochen het niet, ik blijf het verdedigen, maar het heeft mijn leven vernietigd. Als ik toen de wijsheid van nu had gehad, weet ik niet of ik het had geschreven.”

    • Bas Mesters