Hamlet raast als een bizarre clown over het kerkhof

Theater Hamlet van Shakespeare door Schaubühne am Lehniner Platz Berlin. Gezien 18/12 Schouwburg, Amsterdam. Her: aldaar vanavond. Inl: ssba.nl. *****

Anders dan William Shakespeare schreef, begint de Hamlet van Duitse regisseur Thomas Ostermeier met de monoloog ‘Sein oder Nichtsein’, en dat is meer dan een gimmick van een regisseur die de traditie te lijf gaat. In de monoloog overweegt prins Hamlet – die in verwarring is omdat hij zijn zojuist vermoorde vader moet wreken – de vlucht in de dood. Maar stel, zo overweegt hij, dat die eeuwige slaap wordt verstoord door dezelfde nachtmerries die hij nu heeft. Dan heeft die vlucht geen zin. Wat we vervolgens te zien krijgen, is zo’n doodsdroom van Hamlet, waarin hij alles herbeleeft, stevig vertekend.

Dat heeft als eerste consequentie dat de Duitse voorstelling – gisteravond en vanavond in de Amsterdamse schouwburg – het karakter krijgt van een solo. De andere personages, hoewel voortreffelijk gespeeld door de spelers van Ostermeiers Berlijnse Schaubühne, dienen voornamelijk als boksbal voor Hamlet, een verpletterende rol van Lars Eidinger, die met een dikmaakpak en een kale kruin rondraast als een woedende clown. Om het verraderlijke hof te ontmaskeren simuleert hij verschillende geestesziektes, van zwakzinnigheid en psychoses tot gilles de la tourette. Maar het spel is ook ernst. Deze jongen is de grond onder zijn bestaan kwijt.

Het hof is hier een doodsakker van zwarte aarde waarop de prins rondspartelt, hij neemt een hap aarde, hij gooit met aarde, hij begraaft zijn vader en zijn liefje ermee. Op een verrijdbaar gordijn van gouden kettingen projecteert Ostermeier bleke nachtshots van de spelers in extreme close up. Dit is hoe vertekend Hamlet het hof ziet: bevolkt door schranzende, geile, onbetrouwbare gedrochten. Zes acteurs spelen alle rollen. Moeder Gertrude dubbelt veelbetekenend als liefje Ophelia. Koning Claudius dubbelt als de broer die hij vermoordde.

De voorstelling begint met de begrafenis van Hamlets vader. Dat, en de monoloog ‘Zijn of niet zijn’, die als een refrein drie keer terugkomt, zijn de grootste ingrepen die Ostermeier heeft gepleegd. Verder heeft hij de tekst gestript tot een helder verhaal dat recht op zijn doel afgaat. Deze Hamlet heeft een ongekende vaart en energie. Eidinger danst, vecht, zingt, schreeuwt, scratcht en trekt gekke bekken. Veel van het oorspronkelijke drama trapt Ostermeier onderuit met groteske clownerie. De zeven sterfgevallen oogsten vooral gelach.

Maar hij blijft wel steeds trouw aan de geest van het stuk. Alle vreemde sprongen die deze Hamlet maakt zijn in lijn met hoe Shakespeare hem heeft beschreven. Een bizarre, destructieve gek op een kerkhof, die soms in verrassend heldere momenten wijze woorden spreekt, maar die uiteindelijk zijn eigen graf graaft, en iedereen meesleurt.