Groepsgesprek

Wesley Sneijder wil een groepsgesprek. Alle teamgenoten van het Nederlands elftal moeten aanwezig zijn. Wesley heeft namelijk het idee dat er vanuit de spelersgroep naar de media wordt gelekt. Ook nog met roddels die nergens op slaan. En, zo liet hij bondscoach Bert van Marwijk telefonisch weten, met die krochtige verzinsels worden we geen wereldkampioen.

Het zal een onvergetelijke sessie worden, dat groepsgesprek. Hilarisch ook. Met welke aanspreektitel zou Wesley de hachelijke confrontatie openen? Collega’s? Vrienden? Mannen? Gasten? Je kan op zo’n plechtig moment niet met voornamen beginnen – dan schilfert toorn zichzelf weg en gaat de boel gelijk over op sms’en.

Zal Wesley rechtstaan voor de frontale aanval? Of hangt hij, in gekende nonchalance, als een accordeon over de tafel. Ik denk het laatste. Maar hoe houdt hij dan de handen stil? Je kan geen filippica uitspreken terwijl je van de zenuwen een bestek aan flarden rotzooit. Of vliegertjes maakt van servetten. Als van graniet zal Wesley zich moeten handhaven in gestolde zit. De ogen koud als de dood. Als waren zijn arabesken getroffen door een handgranaat. Wel een opgave.

Ook moeilijk: Wesley Sneijder is, naast Klaas-Jan Huntelaar en Dirk Kuijt, een dwerg. De hele selectie weet dat hij zijn kleine gestalte wil compenseren met praatjes en grapjes, met grillen en nukken. Al bij zijn tweede zin hoor ik Rafael van der Vaart fluimen: „Hé kleine, wel blijven lachen.” Niemand zal geloven dat zijn misbaar deze keer van een grotere omvang is dan de rondte van zijn minderwaardigheidscomplex. Zo’n misverstand eindigt gegarandeerd in joelen.

Daar zit hij dan aan die crisistafel, de kleine Napoleon van Oranje: van strijder tot gehakt stro. Nog voor het door hem zo gewenste groepsgesprek goed en wel begonnen was, moest hij het afmaken, met een knipoog en een gore grap. Om de trieste ondergang van steile voornemens nog enigszins te camoufleren.

Yolanthe zal het dagenlang moeten bekopen.

De suggestie was dat Wesley Sneijder door de spelersgroep wordt gezien als etter van Oranje. Bert van Marwijk kon hem maar beter niet meenemen naar Zuid-Afrika. De bondscoach wuifde het verzoek tot karaktermoord stoïcijns weg. Hij had nooit iets gemerkt van relationele problemen in zijn selectie, ook niet met Wesley Sneijder. Ja, in zo’n groep heb je snoevers en dromers, lawaaimakers en beschroomden, maar die genetic engineering was hem wel toevertrouwd. Nog in de verste verte niet had hij de afgelopen jaren een zweem van netelkoorts kunnen vermoeden. Oranje: koekjesfabriek.

Bert van Marwijk is een man van geloof, hoop en liefde. Een mensenvriend, zou Dries van Agt zeggen. Stug in de mandekking van de zijnen. Zo was hij bij Feyenoord, zo is hij bij het Nederlands elftal. Daarom nog niet naïef, maar zeker geen lid van het ras der wankelmoedigen. Eerder totalitair in het wederkerige vertrouwen. De architectuur van een nobel streven zal niet worden opgeblazen door incidenten, laat staan door buitenstaanders. Bert is trouwens te eigenzinnig om zich te laten afleiden door puberale kinnesinne.

De knotwilg van Oranje.

Toch heeft de bondscoach een probleem: de vanzelfsprekendheid van succes. Na een schitterende kwalificatiereeks is de glorie van het Nederlands elftal ingebakken. Vanzelfsprekendheid vinden media saai. Dan moet er gauw weer iets bedacht worden als offer op het altaar van nationale opwinding. En voor de verkoop, uiteraard.

Voor het WK begint staat de bondscoach nog een zee van kneuterige kampvuren en Oranjerellen te wachten. De kabel heruitgevonden, al zal dat moeilijk zijn met deze witte selectie. Vanuit de kieren in Huis ter Duin zullen dagboeken van leed en dissidentie naar de frontpagina’s van sportkranten komen overgewaaid. De dag dat Wesley Sneijder weer eens tegen een loonslaaf van Vitesse hoog opgeeft over zijn 23 huizen in Madrid, Milaan en Amsterdam, zullen bezitlozen, met bosjes tegelijk, opstaan als Soeslovs van de polder. Wie weet is zelfs Joop den Uyl nog een citaatje waard.

Als er maar iets van opstand wenkt, wát maakt niet uit.

Bezweringen van sjamanen tegen de vanzelfsprekendheid van succes: hoe meer hoe liever, in een land waar de cultuur der culturen hunkeren en klagen is. Maar ook die turfzeden zullen Van Marwijk niet vanonder zijn sjaaltje kunnen weggeselen. Deze bondscoach kan tegen kilte. Ergo: hij is, Rudi Fuchsgewijs gesproken, de mooiste inherente kou.

Met Wesley komt het sowieso goed. In de eerste wedstrijd van Oranje loopt hij tegen een rode kaart aan. Als in parade gedragen zal hij het veld verlaten. De bondscoach tegemoet. Armen gespreid.

    • Hugo Camps