Geen uren en producten, maar resultaat

De Wet maatschappelijke ondersteuning krijgt, drie jaar na invoering, praktisch gestalte. Wethouders benutten hun vrijheid om bewoners ‘mee te laten doen’. De thuiszorg klaagt over een slagveld, cliënten en gemeenten zien succes.

Europa, Nederland, Hengelo, 17-12-2009 Wmo, In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) staat dat iedereen moet kunnen meedoen in de maatschappij. Het gaat daarbij om het wegnemen van hindernissen in en om het huis, in het plaatselijk vervoer en in het ontmoeten van anderen. De gemeente moet voorzieningen en ondersteuning geven aan wie dat nodig heeft, bijvoorbeeld aan ouderen. Ontmoetingsruimte de Windhoek biedt dagopvang aan Alle ouderen met CIZ indicatie. De ouderen koken, eten, praten samen en nemen deel aan dagactivitieten foto:Evelyne jacq Jacq, Evelyne

Zo doen ze dat in IJsselmonde. Volkstuinvereniging Hordijkerveld had zwaar achterstallig onderhoud: kniehoog gras, overwoekerde sloten. En de meeste leden zijn ouder dan 70. Bram van Hemmen, CDA-wethouder welzijn en onderwijs in de Rotterdamse deelgemeente, wist een oplossing. De lokale praktijkschool zocht stageplekken in groenonderhoud.

Het was wennen, zegt Marij de Ronde, voorzitter van de vereniging. „D’r zitten gasten op zo’n school – probeer daar maar eens wat mee te doen.” Maar de schrik is eraf. Het complex onderaan de A16 ziet er weer keurig uit. Ook helpen de leerlingen met de rolstoelen als bejaarden uit de buurt bloemstukken komen maken. De Ronde: „Als je dan zo’n jongen ziet, die de hand van een 93-jarige bijstuurt. De moeilijkste jongens komen los. En die oude dames hebben rode konen van plezier.”

Volgend jaar komt er een school tuinieren met honderd visueel beperkte leerlingen. En penningmeester Jakob Meinardi heeft intussen het geld bijeen voor een nieuwe speeltuin, voor valide én invalide kinderen uit de wijk. „Onze maatschappelijke relevantie maakt fondsenwerving gemakkelijker”, zegt hij.

Voor wethouder Van Hemmen is het volkstuinproject het tastbare bewijs dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) werkt. „Veertig jaar lang heeft de overheid een systeem om mensen heen gebouwd. Daardoor werden mensen zwakker in plaats van sterker. Nu brengen we ze weer met elkaar in contact. Ik verbaas me over het gemak waarmee ze het oppakken. Kijk wat je kunt doen met anderen. Slim koppelen, daar gaat ’t om. Wat wil je, en wat heb je daarvoor nodig?”

De WMO was de afgelopen jaren vooral in het nieuws omdat de wet gemeenten sinds 2007 verantwoordelijk maakt voor huishoudelijke verzorging. Ze stelden zich streng op. Veel inwoners kregen beperkter hulp, thuiszorgorganisaties moesten concurreren en leden verlies. Thuishulpen werden massaal ontslagen om als goedkope alfahulp hetzelfde werk te gaan doen. Inmiddels zijn de scherpe kantjes ervan af. Thuiszorgbedrijven moeten per 2010 alfahulpen weer in dienst nemen, gemeenten betalen meer – hoewel veel zorgorganisaties het te weinig blijven vinden. Ze zien de WMO als een bezuinigingsoperatie.

Door het gedoe zou de hoofddoelstelling van de WMO bijna uit zicht verdwijnen: mensen maatschappelijk laten participeren. Gemeenten hebben veel vrijheid gekregen om hulp te organiseren voor burgers met een beperking – ouderen, gehandicapten. Maatwerk is het uitgangspunt. Niet: uitgaan van aandoeningen, voorgeschreven producten en diensten. Wel: kijken naar wat bewoners nodig hebben om mee te doen, rekening houdend met lokale omstandigheden en sociale omgeving. Gemeenten hebben, uniek in de wereld, een ‘compensatieplicht’: de plicht beperkingen te compenseren, zodat iemand kan participeren in de maatschappij.

Nu, drie jaar na dato, worden de verstrekkende gevolgen duidelijk. Gemeenten hebben gaandeweg WMO-beleid ontwikkeld. Een kwart helpt burgers met een beperking al heel adequaat, vindt cliëntenplatform CG-Raad (chronisch zieken en gehandicapten). Volgens gemeentekoepel VNG is zeker driekwart van de leden heel goed bezig.

Waar gemeente en hulpbehoevende het niet eens worden over de compensatie, beslist de rechter. Diverse gemeenten zijn teruggefloten in beroepszaken van burgers die vonden dat ze meer of andere hulp mochten claimen. Per saldo, zegt Kees van der Burg, ‘WMO-directeur’ op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), vallen de botsingen mee. Op verzoek van SP-fractieleider Kant onderzocht hij twijfelgevallen die zij aandroeg. De gemeente had telkens gelijk.

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kijkt inderdaad bijna driekwart van de gemeenten bij een hulpvraag naar de ‘hele leefsituatie’. Een standaardvraag leidt dan niet per definitie tot een standaardoplossing. Als iemand om huishoudelijke hulp komt, kijkt de ambtenaar ook of er mantelzorg is, en of het eigenlijke probleem niet eenzaamheid is.

In Eindhoven pakte SP-wethouder Hans-Martin Don het onorthodox aan. Daar krijgen alle 75-plussers twee uur huishoudelijke hulp per week aangeboden, ook als ze er niet om hebben gevraagd. De gemeente krijgt zo meer informatie over hun behoeften. Het leverde tot Dons eigen verbazing een besparing op: de 75-plussers blijken per saldo minder uren zorg af te nemen dan voorheen.

Zo’n aanpak vindt de CG-raad prima. De WMO-ambtenaar bepaalt in nauw overleg met de cliënt wat deze nodig heeft om zichzelf te redden. „We willen geen uren en producten meer, maar oplossingen en resultaten”, zegt Piet Vreeswijk, beleidsmedewerker van de CG-raad. De WMO moet volgens hem leiden tot steun waar de cliënt zelf om vraagt: „Een man met parkinson wilde z’n werk als penningmeester van zangkoor en voetbalclub voortzetten. De gemeente pakte het ‘verstrekkingenboek’: beugel, krukken, stoellift.” Maar de enige oplossing voor hem zit niet in het standaardpakket: een aangepaste computer.”

Van de CG-raad mogen gemeenten minder terughoudend zijn met persoonsgebonden budgetten. Daarmee kunnen cliënten zelf een passende oplossing financieren. Niet zelden bieden ook collectieve voorzieningen soelaas. Ouderen krijgen klussendiensten aangeboden en steun bij tuinonderhoud, bijvoorbeeld door mensen uit de sociale werkvoorziening. Of de buurtsuper krijgt subsidie, zodat senioren er ‘rollator-proof’ naartoe kunnen lopen.

„Ik waarschuw mensen voor overvragen’’, onderstreept Vreeswijk. „Als je overvraagt, legt de WMO ook druk op jou. Je moet zelf meehelpen; het gaat om activeren van mensen.”

De WMO-opgave voor gemeenten werd dit jaar verzwaard door de ‘pakketmaatregel’. Het Rijk bezuinigde op de AWBZ, waardoor zo’n 60.000 mensen, onder wie lichtgehandicapten, begeleiding en activiteitenprogramma kwijtraakten. Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) kwam de gemeenten met 127 miljoen tegemoet.

Hengelo probeert die AWBZ-uitvallers een alternatief te bieden, zegt PvdA-wethouder Bert Otten, „zodat ze niet achter de geraniums blijven zitten”. Hij biedt hun dagbesteding, en vervoer erheen. Er is ook het programma ‘thuis in de buurt’, dat voorziet in huisbezoeken.

De Eindhovense wethouder Don gebruikt de bezuiniging om partijen onder druk te zetten: „Als zorginstellingen mij subsidie vragen voor hun dagactiviteiten, zeg ik: dan moet je ook wat doen voor verstandelijk gehandicapten en ouderen in de wijken. Je moet breder kijken.”

Dat doet Don ook bij het welzijnswerk – sinds 2007 onderdeel van de WMO. Zo kent de probleemwijk Oud-Woensel het T+huis, dat niet door een welzijnsorganisatie maar vooral door studenten wordt gerund.

„Drie jaar geleden zijn we begonnen een programma op te zetten omdat we zagen dat er behoefte aan was”, zegt Sara de Boer, afgestudeerd aan de Eindhovense designacademie. Met nog een ontwerper heeft ze de leiding over het buurthuis, nu spil in het gemeentelijke jeugdbeleid en aanjager van leefbaarheid en sociale cohesie. Zo’n 700 kinderen uit de buurt doen er aan techniek en toneel, er worden bezoeken georganiseerd aan klassieke concerten, men doet aan leesbevordering. Het buurthuis is ook een leerwerkbedrijf. Zo’n tachtig hbo- en mbo-studenten – deels uit de wijk zelf – doen er stageprojecten met de kinderen. Er is continu iets te doen. Vroeger, weet De Boer, kwam een welzijnswerker af en toe een buurtfeest organiseren.

En het hoeft niet veel te kosten. De studenten vonden sponsors: de Rabobank doet het printwerk en leent computers uit. Leasemaatschappij De Lage Landen verleent administratieve en organisatorische steun. Jongeren uit de wijk lopen weer stage bij het leasebedrijf. Wethouder Don: „Ik heb dat buurthuis ook nodig om te laten zien hoe modern welzijnswerk moet werken.”

Naarmate gemeenten meer WMO-projecten van de grond krijgen, verdwijnt het rumoer rondom de huishoudelijke hulp naar de achtergrond. Al schrok wethouder Otten dit najaar nog wel toen de vertrouwde zorgorganisatie Carint zei dat 20 euro per uur te weinig was om huishoudelijke hulp in Hengelo te leveren. Maar Otten vindt dat hij geen belastinggeld hoeft weg te geven, en voor de concurrentie was het tarief goed genoeg. Bovendien ging ze akkoord met zijn voorwaarden: 5 procent van de aanneemsom is bedoeld voor integratie van zwakkeren op de arbeidsmarkt. Hans Hofhuizen, die als bestuurder van Carint het contract met Hengelo liet lopen: „Onze taak is zorg, niet het opruimen van de gemeentelijke kaartenbak.”

In Den Haag was dit jaar ook veel te doen om de thuiszorg toen zorgorganisatie Meavita bankroet ging, mede door een zwaar verliesgevend contract met de gemeente. Net als in Hengelo bracht TSN (Thuiszorgservice Nederland) er soelaas, dochter van schoonmaakgigant Asito. Juist de opmars van schoonmaakbedrijven baart vakbonden en de gevestigde thuiszorg zorgen.

Horen schoonmakers wel in de thuiszorg? TSN-directeur Jan Torny vindt van niet. Maar zijn personeel bestaat niet uit schoonmakers. Zijn mensen vallen onder de thuiszorg-cao, en ze moeten als elk zorgbedrijf voldoen aan gemeentelijke eisen. Dat zijn bedrijf goedkoper kan werken, komt door een lager ziekteverzuim, betere automatisering en een kleinere overhead. Torny: „Thuiszorgland staat niet bol van ondernemerschap. Onlangs namen we een club over met 10 miljoen omzet en dertig man staf. Wij hebben 250 miljoen omzet en vijftig mensen op het hoofdkantoor.” Hij ontkent dat TSN veel jong en dus goedkoop personeel in dienst heeft. De kwaliteit? „We staan volgens onafhankelijk onderzoek in de topvijf.”

Directeur Aad Koster van brancheorganisatie Actiz noemt de WMO een „slagveld”. In 2007 leed 68 procent van de zorgbedrijven verlies op de WMO, vorig jaar zelfs 72 procent. Actiz bepleit hogere tarieven voor thuiszorg om de kwaliteit te behouden die schoonmaakbedrijven niet zouden kunnen leveren.

De SP kwam zelfs met een wetsvoorstel voor basistarieven, maar daar wil een Kamermeerderheid niet aan. De gemeenten zijn goed bezig hun vrijheid te benutten, zeiden de coalitiepartijen en de VVD tijdens het recente Kamerdebat hierover. En de cliënten zijn ook tevreden. Die geven hun thuishulp volgens het SCP-onderzoek gemiddeld een acht.

„De WMO heeft de gemeente dichter bij zijn burgers gebracht”, concludeert wethouder Don. „De tevredenheid is heel hoog, dus dat geeft aan dat de WMO een succes is”, stelt VNG-directieraadslid Sandra Korthuis vast. De CG-Raad is „heel enthousiast”, al duurt het lang voor goede ontwikkelingen beklijven. Het SCP stelt kritisch vast dat pas de helft van de gemeenten beleid heeft ‘herijkt’ en dat mantelzorg meer aandacht vergt, maar concludeert ook: „De WMO werkt.”

Topambtenaar Kees van de Burg hoort het vergenoegd aan. Dit is „welzijn nieuwe stijl”, zegt hij.