Ga op deze voet verder in Pakistan en zak weg in een heel diep moeras

De strijd van en tegen de Talibaan verplaatst zich hoe langer hoe meer naar Pakistan. Een slecht voorteken voor de Amerikaanse missie is de groeiende afkeer van de Pakistaanse bevolking, die geen stem heeft in dit conflict. Nederland moet bedenken of het zich als NAVO-lid met deze militaire expeditie wil inlaten.

Emeritus hoogleraar comparatieve sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Als Senior Fellow van de Amsterdamse School voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek doet hijantropologisch onderzoek in Zuid-Azië.

De steeds scherper botsende meningen over de vraag of Nederland wel of niet in Uruzgan moet blijven, is een onwezenlijke reductie van het Afghanistandilemma. Het debat zou plaats moeten maken voor een bespreking in een ruimer kader. ‘AfPak’ is de term die Amerikaanse beleidsmakers hanteren om dit bredere perspectief aan te geven: de bestrijding van de Talibaan en de daarmee verbonden terroristen heeft zich hoe langer hoe meer verplaatst naar het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Want de Talibaan heeft zich stevig genesteld in de hele tribale gordel die tussen Afghanistan en Pakistan ligt.

Om het overslaan van deze beweging naar het hartland van Pakistan te verhinderen, is het leger – onder grote Amerikaanse druk – tot militair optreden in de Pakistaan tribale regio Waziristan overgegaan. Maar ook het zuidelijke Baluchistan geldt als een onrustgebied. Vanuit deze grootste maar dunbevolkte provincie doen jihadi’s invallen tot in Kandahar en Uruzgan.

Intussen komt het moment dat Amerikaanse- en NAVO-troepen de grens openlijk overgaan, steeds dichterbij. Bijna dagelijks wordt met onbemande vliegtuigjes (drones) gejaagd op terroristen in de tribale gebieden. Vanuit een inlichtingencentrum in de havenstad Karachi (Zuid-Pakistan) vindt de coördinatie plaats van de geheime Amerikaanse acties op Pakistaans grondgebied. Naast de vluchten met de drones zijn dat snatch-and-grab-operaties waarmee speciale eenheden (mogelijke) terroristen opsporen en uit de circulatie nemen. In Islamabad, Peshawar en op luchtmachtbases zijn talloze Amerikanen aanwezig als ‘instructeurs’, ‘verbindingsfunctionarissen’, en ‘waarnemers’. Zoals eerder in Irak is de oorlogsvoering voor een deel uitbesteed aan huurlingen die als consultants doen wat niet mag. Veel van wat onder de noemer stiekem valt – zoals de zojuist genoemde snatch-and-grab-operaties – wordt toevertrouwd aan agenten, vaak ex-militairen, gecontracteerd door een firma die tot voor kort Blackwater heette en nu bekend staat als Xe Services and US Training Center. Het doen en laten van deze private geweldsorganisatie staat onder toezicht van maar wordt ook afgedekt door een diensttak van het Amerikaanse leger die met contraterrorisme is belast.

Een slecht voorteken voor het welslagen van de Amerikaanse missie is de stijgende achterdocht, woede en afkeer van de bevolking van Pakistan – die binnenkort tot een omvang van 200 miljoen zal zijn gegroeid – over de steeds verdergaande betrokkenheid van een buitenlandse mogendheid in een gewelddadig conflict waarop de publieke controle ontbreekt. De afstemming tussen de VS en Pakistan over wie verdacht wordt van extremistische activiteiten, blijft beperkt tot afspraken tussen de militaire bevelvoerders aan beide kanten. Het politieke bedrijf staat intussen buitenspel, en krijgt alleen te horen wat als oirbaar kan worden verkocht. En daartoe behoort bijvoorbeeld niet het feit dat de bevrijding van de inwoners van de Swatvallei van de Talibanbezetting is uitgelopen op een vernietiging van alles wat voor het dagelijks bestaan nodig is. Onbemande vliegtuigen en Pakistaanse militairen hebben er huisgehouden: onderdak, vee, gewassen en andere bezittingen zijn vernield.

Nederland, als lid van de NAVO, zal zich goed moeten bedenken alvorens zich verder te verbinden aan een militaire expeditie waarvan het einde in tijd en omvang niet is afgebakend. Betoon van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan het Amerikaanse oppercommando, nu voorgesteld als een gebaar van aanhankelijkheid jegens Obama, betekent met open ogen een moeras inlopen waaruit geen behoedzame terugtrekking mogelijk zal zijn.

Als dat nog niet voldoende reden is voor herbezinning op het in NAVO-verband voortzetten van een militair avontuur dat zich nu al als een fiasco laat bestempelen, dan zou dit de resolute weigering moeten zijn om een regime van oorlogsheren en landheren in stand te houden. Want als het Westen op deze voet doorgaat in Pakistan, blijft een regime aan de macht dat wel steun verleent aan het westerse optreden, maar zich tegen het belang van de eigen bevolking keert.

Hoe komt het dat de Taliban en haar frontorganisaties zich tot diep in het land in een groeiende aanhang mogen verheugen? Antwoord: ontstellende en aanhoudende armoede. Daaraan ligt ten grondslag een extreem ongelijke verdeling van de bestaansbronnen. Van het totale agrarische areaal is ten minste 80 procent in handen van een kleine notabele bovenlaag van landheren. De landheren gebruiken hun horige achterban niet alleen om voor hen de grond te bewerken maar ook als pionnen in hun onderlinge machtsstrijd. Deze landelijke elite vormt de bevoorrechte klasse waaruit de leden van de provinciale parlementen worden gekozen. Het politiek bestel is door en door corrupt, en dat geldt ook voor organen van de staat, zoals ambtelijke diensten en de politie. In naam is Pakistan een democratie, maar het autoritaire staatsbestel heeft hoe langer hoe meer een despotische inslag gekregen. De overheid, die in dienst staat van de coalitie van oorlogs- en landheren, heeft stelselmatig nagelaten werkgelegenheid, volkshuisvesting, gezondheidszorg of onderwijs te stimuleren. Als de staat zich zo weinig aan het lot van deze arme bevolkingsklassen gelegen laat liggen, waarom zouden die dan tot trouw en gehoorzaamheid aan de staat verplicht zijn?

Toch is die verklaring niet toereikend voor de groeiende populariteit van de fundamentalistische bewegingen. Elke vorm van publiek onderwijs ontbreekt: madrassa’s (particuliere koranscholen, red.) voorzien in onderwijs door kansarme kinderen kosteloos het schrift te leren lezen en schrijven. Dat is natuurlijk godsdienstig onderricht, maar dan op moderne leest geschoeid. En modern houdt in dit geval in: een fundamentalistische toonzetting.

De omvorming in Pakistan van een volksislam, die altijd van soefistische trekken doordrongen is geweest, naar een steile leer van wahabitische snit die vanuit Saoedie-Arabië wordt verbreid, verloopt in een snel tempo. Gezien de verbreiding van dit gedachtegoed als een heilige zending is de opmars van de Taliban en andere strijders voor orthodoxie allerminst verwonderlijk.

Tegen de achtergrond van een falende overheid en de toestand van diepe armoede moet ook het gemak begrepen worden waarmee terroristische bewegingen tegen betaling martelaren kunnen vinden om zelfmoordacties uit te voeren die meestal tegen overheidsdiensten zijn gericht. Het betekent ironisch genoeg dat de verovering van de hearts and minds van de bevolking van zowel Afghanistan als Pakistan al gaande was lang voordat deze samenlevingen onder de horizont van de NAVO waren gekomen.

Strategen van de Amerikaanse buitenlandse politiek beginnen van enig besef blijk te geven dat meer nodig is dan het sluiten van een deal met de politieke en militaire top in Pakistan. Onder erkenning dat de buitengewoon omvangrijke hulpverlening in de afgelopen decennia niet is gespendeerd waarvoor ze bedoeld was, dringt minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton aan op besteding van de enorme bedragen die opnieuw beschikbaar komen voor maatschappelijke opbouw, onderwijs, gezondheidszorg, enzovoorts.

Maar die oproep is aan dovemansoren gericht want zowel politieke leiders als militaire bevelhebbers hebben furieus gereageerd op wat zij onduldbare inmenging in binnenlandse aangelegenheden noemen. Zij eisen volledige zeggenschap over de gelden die worden overgemaakt, die zij net als voorheen voor zichzelf opeisen alsmede voor hun Amerikaanse belangenbehartigers (bedrijven, politici, p.r.-adviseurs, advocaten) die deze financiële hulp gaande moeten houden.

Een quick fix-aanpak mikkend op een begin van het einde van de missie binnen anderhalf jaar – zoals Obama nu voorstelt – , zal op een debacle uitlopen. Voor de ontwikkeling van het land en het volk is – behalve veel meer tijd – niet de sluiting maar verbreking van het bondgenootschap met de zittende machthebbers conditio sine qua non.

    • Jan Breman