Duif verdwijnt in monstermaag

Monsters bestaan niet. Er zijn geen reuzeninktvissen die zeeschepen de diepte in trekken en er zijn geen weerwolven die baby’s uit kinderwagens roven. En dat nachtelijke gestommel in de bouwval bij jou om de hoek komt niet van spoken – dat zijn gewoon krakers.

Dieren weten niet dat monsters niet bestaan. Die gaan altíjd uit van het ergste. In de dierentuin staan stokstaartjes bijvoorbeeld toch op de uitkijk of er niet een gifslang of een panter aankomt. Dat zit er gewoon in. En zelfs pas uit het ei gekropen kippenkuikentjes zijn al bang voor het silhouet van een valk.

De duiven in de Spaanse stad Zaragoza zijn echter onvoorzichtig geworden, om niet te zeggen roekeloos. Ze eten maïskorrels die toeristen op de grote markt voor ze uitstrooien. Daarna gaan ze lui op een dakgoot zitten uitbuiken. En als ze een droge snavel hebben van de hitte, dan vliegen ze naar een ondiepte in de Ebro-rivier voor een slokje water en een verfrissend bad. Maar dat kunnen ze deze dagen beter niet doen. Want in het drabbige water loeren wél echte monsters. Meervallen zijn het, grijzige vissen van wel twee meter die hoofdzakelijk andere vissen opslokken.

De duiven nemen een slokje en badderen een beetje. Totdat – plons! – een Ebro-monster opduikt uit de bruinige rivier en een duif mee snaait. Dat gebeurt nu zo vaak dat inwoners van Zaragoza dag in dag uit naar het spektakel komen kijken. En het gekke is: de duiven vliegen paniekerig op om op de brug of op de huizen langs de rivier van de schrik te bekomen. Maar daarna keren ze gewoon terug naar de rivier om te drinken en te badderen. Die duiven zijn niet alleen lui en onvoorzichtig. Ze zijn ook hardleers. Ze verdienen het om in een monstermaag te verdwijnen.

    • Menno Steketee