De stem in het babyhoofdje

Peuters hebben er veel baat bij als hun ouders zich verdiepen in hun denkwereld. Daar worden ze socialer door, betoogt ontwikkelingspsycholoog Charles Fernyhough. Hester van Santen

Seated Baby Hiding Face with Small Mirror Jupiterimages

Wie noemt zijn kind nou Athena? Daar moet je het eerst aan denken, bij het lezen van het boek dat de Britse ontwikkelingspsycholoog Charles Fernyhough over zijn dochter schreef. In zwarte notitieboekjes beschreef hij drie jaar lang hoe Athena zich ontwikkelde, vanaf haar geboorte. Soms onhandig krabbelend met één hand, terwijl hij met de andere hand als huisman zijn baby verzorgde.

Fernyhough beschrijft hoe Athena voor het eerst haar vader naar een knuffelbeest helpt zoeken. Hoe ze haar eerste leugentje vertelt. Hoe ze voor het eerst haar herinneringen verwoordt. Hoe ze, in de woorden van Fernyhough, “zichzelf leert zien in een verhaal”. Want dat is de crux van zelfbewustzijn, vindt de psycholoog. Athena wordt in drie jaar wijs. De impliciete verwijzing naar de Griekse godin is overduidelijk.

Het boek over Athena is in Nederland verschenen als De baby in de spiegel – over het ontstaan van bewustzijn. En haar naam is geen pseudoniem. Ze heet echt zo, zegt Fernyhough aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Durham in Noord-Engeland. Gevraagd naar de betekenis van Athena’s naam, begint hij over de verwachtingen die ouders hebben van hun kinderen. “Die zijn heel belangrijk.” Die verwachtingen vormen, zo beschrijft Fernyhough in zijn boek, indirect de manier waarop kinderen in de wereld staan.

Zijn redenatie is, kort gezegd, dit. De verwachtingen van ouders beïnvloeden de manier waarop ze met en over hun baby en jonge kind praten. Die gesprekken – tegen baby’s nogal eenzijdig – hebben hun weerslag in de manier waarop kinderen met zichzelf praten. En het gesprek dat kinderen met zichzelf voeren, die ‘innerlijke spraak’ die je bij peuters hoort als ze hardop denken, is cruciaal voor de ontwikkeling van zelfbewustzijn. Fernyhough beschreef het ook voor een wetenschappelijk publiek, vorig jaar in het vakblad Developmental review.

VERTELLING

Maar Fernyhoughs boek over Athena is geen uiteenzetting van zijn wetenschappelijke theorie. “Je kunt geen dwingende conclusies trekken op basis van één kind.” Het is bovenal een vertelling. Chronologisch, beeldend. De psycholoog beschrijft wat zijn dochter beleeft, en probeert zich in haar te verplaatsen: hoe denkt zij? Als baby van een maand, van vier maanden, als peuter. Fernyhough, die alleen in deeltijd als psycholoog werkt, schreef eerder een roman. “Ik was thuis voor het schrijven, toen Athena werd geboren. En wat me toen overkwam was zó overweldigend.” Hij begon te noteren, en kreeg zo het idee om van die aantekeningen een boek te maken.

Liefdevol beschrijft de psycholoog dat hij buiten wandelt met Athena op zijn rug en haar leert wat een zwaan is. Dat hij, op sabbatical in Sydney, met haar naar de speeltuin gaat en ze in slaap valt op de pont. Ja, ook dat ze haar ouders commandeert hoe ze in bed moeten liggen, en dat Athena soms door het huis rende terwijl ze ‘dood! dood!’ riep. “We hebben jarenlang een slaaptekort gehad”, geeft Fernyhough toe.

In de terzijdes verwijst de psycholoog naar zijn theorie. Of eigenlijk: zijn uitwerking van de theorieën uit de jaren dertig, van de Russische psycholoog Lev Semjonovitsj Vygotski (1896 - 1934). “Vygotski is mijn held. Hij bedacht de rol van innerlijke spraak. Die ontwikkelt zich vanuit spraak met de ouders.” Vygotski beschreef zijn ideeën in zijn boek Denken en spraak, in het jaar dat hij als dertiger aan tbc stierf.

Fernyhoughs onderzocht met zijn medewerkers in Durham hoe moeders het gedrag van hun baby’s van een half jaar oud beschreven. “We bekeken hoezeer de ouders hun baby als persoon beschouwen. Of ze proberen uit te leggen wat de gevoelens en verlangens van het kind zijn. Stel: het kind reikt naar een speeltje. Dan kun je zeggen ‘hij wil dat speeltje’.” Fernyhough noemt het mind mindedness: het bezig zijn met de geest van een ander. “Andere ouders praten vooral in fysieke termen over hun baby. Die zeggen niet ‘hij heeft honger’ maar ‘hij smakt met zijn lippen’.”

SOCIALER

Het bleek dat de kinderen van ouders die meer over de wensen van hun baby’s spraken, zich op vierjarige leeftijd socialer gedroegen. Ook waren die kleuters beter in een klassieke test voor wat in jargon theory of mind heet: het vermogen om je voor te stellen wat een ander denkt.

Ouders die over de verlangen van hun baby’s spreken, doen vast ook andere fijne dingen met hun kinderen – zoals veel knuffelen. En misschien zit het inlevingsvermogen wel in de genen, van zowel ouder als kind. Maar Fernyhough denkt van niet. “Uit onderzoek blijkt dat theory of mind niet genetisch bepaald is.” En naar dat knuffelen hadden zijn collega’s ook gekeken. Ze concludeerden: van alles wat die moeders met hun baby’s doen is juist dat praten cruciaal.

Maar hoe gaat het dan verder? Van dialoog naar innerlijke spraak, en van innerlijke spraak naar zelfbewustzijn en sociaal gedrag en alles wat erbij hoort? Wat cruciaal is, volgens Vygotski en Fernyhough, is dat peuters die dialogen ‘internaliseren’.

De Brit illustreert dat in zijn boek met Athena die, zeventien maanden oud, een puzzel met haar moeder legt. Samen bespreken ze waar de stukjes moeten. Wat is dat? vraagt haar moeder. ‘Eend.’ De zon is moeilijk. ‘Hon’, zegt Athena als ze het stukje omhoog houdt. “Het denken heeft een sociaal leven”, schrijft Fernyhough erover. “Het verbindt mensen; en ouders spelen een belangrijke rol bij het openhouden van de kanalen.” Als haar moeder weggaat, praat Athena verder – ze doet hardop een politiewagen na terwijl ze het stukje van de auto past. Later zal ze steeds minder hardop denken. De dialoog met anderen die een kind leert denken, maakt plaats voor de dialoog met zichzelf.

Het menselijk denken ontwikkelt zich volgens Vygotski uit sociale processen. Maar hoe, dat ontdekte Fernyhough niet door het opgroeien van zijn dochter. Hij zag enkel die “explosie van vaardigheden”. Athena is twee jaar en negen maanden als ze doorheeft hoe ze moet liegen. ‘Heb je je tandjes gepoetst toen pappie er niet was?’ ‘Uh-huh.’ “Maar we weten niet hoe dat allemaal in gang gezet wordt.”

Hij kan zelfs niet precies beschrijven hóé die ontwikkeling verloopt. “Ik kreeg de kritiek dat in het boek niet precies staat wat op welke leeftijd gebeurt. Maar dat heb ik bewust vaag gehouden. Ouders worden nodeloos bang gemaakt omdat ze denken over wat hun kind op een bepaalde leeftijd moet kunnen, terwijl die ontwikkeling enorm verschilt. Ik wil met dit boek ouders laten zien dat je nóg meer van het ouderschap kunt genieten als je beter kijkt.”

    • Hester van Santen