De negentiende eeuw (1)

Dit is een ander toeristisch advies. Bent u in Amsterdam, ga dan niet naar een museum, niet in een rondvaartboot zitten, niet naar de walletjes. Neem lijn tien op het Leidseplein of het Weteringcircuit, richting Azartplein, een plaats aan het raam, het hindert niet aan welke kant, en kijk goed naar buiten. We rijden langs de Weteringschans, een lange rij ‘voorname herenhuizen’ – zo worden ze in makelaarskringen nog genoemd, geloof ik. Let in ieder geval op de kleine balkons aan de eerste verdieping, met hun bescheiden, elegante pilaartjes. Zo worden ze al langer dan een eeuw niet meer gemaakt.

Dan komen we aan het Frederiksplein. Daar aan de rechterkant heeft de Galerij gestaan, een U-vormig kunstwerk, voltooid in 1883 en in 1960 afgebroken omdat het stadsbestuur, geleid door grootheidswaan en achterhaalde denkbeelden over cityvorming van mening was dat daar De Nederlandsche Bank moest komen. Ik heb erbij gestaan toen de ingang aan het Westeinde door de sloopkogel in puin werd geslagen. Als je iemand in het water ziet vallen, spring je hem na: althans, dat is de neiging die je in je voelt opkomen. Die aandrift had ik toen. Wilt u weten hoe de Galerij eruit zag, ga naar Karlsbad of Mariënbad in Tsjechië. Daar staan nog dergelijke gebouwen uit die tijd. In 2002 heeft Wim T.Schippers een stichting opgericht tot afbraak van de Bank en herbouw van de Galerij. Nout Wellink is het ermee eens als er een veilige bergplaats voor het goud in de kelders wordt gevonden. De nieuwe partij Red Amsterdam vindt het een goed initiatief. Dus nog is niet alles verloren. Frapper! Frapper toujours! Als er niet meer aan de Noord-Zuidlijn wordt gewerkt, is dit een goed project ter investering van de vrijgekomen stadsenergie.

Maar dit zijn terloopse dromen. We zitten in lijn tien, we rijden verder door de negentiende eeuw, kruisen de Amstel. De brug wordt gerenoveerd, is eind volgend jaar of eind 2011 weer klaar; dat hangt ervan af welke bron je raadpleegt. Het Amstel Hotel staat er in ieder geval onberispelijk bij. En dan dat stukje tot de Wibautstraat. Ach, het had veel beter gekund, maar die vernieuwingen staan er al tientallen jaren: dus niet meer aan frunniken. Na het kruispunt bij de halte staat een van de magnifiekste huizen uit de negentiende eeuw. Er is een soort hotel in gevestigd. Lang is het in een staat van verregaande verslonzing geweest. Intussen heeft het een verfje gekregen. Ga er kijken: stap desnoods uit. Bewonder. Dit huis hoort op de monumentenlijst.

De tram rijdt verder. Na de Roeterstraat geeft de gevelrij links een doorkijkje op een groot wit pand van drie verdiepingen. Statige, harmonische lijnen, bijna geen ornamenten, maar onmiskenbaar negentiende eeuws. Het staat al lang leeg en het is ook in een staat van toenemend verval. Hier en daar een ruit eruit, afbrokkelend pleisterwerk, ja, deerniswekkend. Een paar jaar geleden heb ik het ontdekt: nooit tijd, energie of voldoende zin gehad om het eens van dichtbij te inspecteren. En hoe dat komt weet je niet, maar deze week op een gure ochtend was het opeens zo ver. Het besluit overviel me. Uitgestapt halte Korte ’s Gravesandestraat, even terug de Roeterstraat in, en rechtsaf een stukje langs de Nieuwe Achtergracht en dan ben je er.

Van dichtbij zag het er nog treuriger uit. Zo te zien staat het rijp te worden voor de sloop. Voor het zo ver is volgt dan nog een klein, bekend Amsterdams drama. Stadsconservators, actiegroepen hebben lont geroken, er wordt een spandoek met een ludieke tekst aan de gevel gehangen, er verschijnen krakers, maar helaas, er is niets meer aan te doen. Misschien nog een klein relletje en dan, een jaar of twee later staat daar de nieuwste uitbreiding van de universiteit. Zal het zo gaan? Ik heb er geen bewijzen voor, ik speculeer op grond van mijn Amsterdamse ervaring. Volgende week rijden we verder de negentiende eeuw in.

    • S. Montag