De bank van Jan Salie doet vermogensbeheer

MKB-Nederland, de brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf, maakt zich zorgen dat het bankwezen minder toeschietelijk aan het worden is met kredietverlening aan deze sector. Het wil daar tegenwicht aan bieden door zelf een financieringsfonds op te richten. Dat zou gevuld moeten worden door de pensioenfondsen van Nederland. Dat zijn de grootste vergaarbakken van nationaal spaargeld, en ze hebben dringend een hoog rendement nodig om hun gepensioneerden volgens afspraak te kunnen betalen, dus wat let hen?

Dat de banken minder trek zullen hebben in kredietverlening dan in de afgelopen wilde jaren, ligt wel voor de hand. Er zijn twee bewegingen die in dat opzicht gelijktijdig dezelfde kant uitgaan. Er is een toegenomen risicobesef bij banken, of beter, het besef dat er überhaupt zoiets als risico bestaat. In de jaren voor het uitbreken van de kredietcrisis waren faillissementen zeldzaam geworden. Er was koopkracht genoeg, dus iedereen die een winkel opende, kon winst maken. Bedrijfsfinancieringen zijn nu spannender. Er is minder omzet, minder winst en dus meer risico. En verder worden de polsstokken van de banken steeds korter door strengere eisen van toezichthouders. Konden zij voorheen voor elke euro eigen vermogen wel 50 euro krediet verlenen, voor de toekomst zal dat meer richting 10 à 20 euro gaan. Dat betekent dat er per euro bankkapitaal zo’n 30 euro krediet moet worden teruggehaald. Nieuw eigen vermogen is ook voor banken niet gemakkelijk op te halen, en bovendien zijn de eerste miljarden nodig om de gaten te dichten die zijn gevallen door de verliezen van 2008 en 2009. Alle signalen wijzen er dus op dat de kredietovervloed van voor de crisis gevolgd gaat worden door een aantal magere jaren.

Dat klinkt allemaal redelijk theoretisch en abstract, totdat we bedenken dat elke euro minder kredietverlening ertoe leidt dat iemand ergens een euro armer wordt. Het is de omgekeerde beweging van de kredietexpansie in het verleden, die iedereen rijker maakte. Denk aan de verruimde woningfinancieringsmogelijkheden. Die maakten de huizen duurder, dus wie er een verkocht werd rijk. Maar wie er een kocht en daar geld voor leende, werd niet armer, die had alleen een duur bezit aangeschaft. Kredietkrimp levert het omgekeerde effect, en het gaat om heel veel miljarden. Op basis van puur monetaire logica is dus het vooruitzicht van soberder tijden niet geweken, ondanks alle bemoedigende berichten van het CPB en andere conjunctuur-watchers.

Toch is er iets vreemds aan de hand. Banken kunnen nu bij de ECB kort geld lenen voor minder dan een procent rente. De ondernemer die een tijdje geleden zijn bedrijf heeft verkocht, krijgt bij zijn bank hetzelfde voor zijn spaargeld, dus ook ongeveer niets. Zo wordt hij als het ware gedwongen zijn geld te steken in aandelen, grondstofderivaten en soortgelijke beleggingen, of er spullen voor te kopen. De vraag wordt dus kunstmatig opgejaagd, wat precies de bedoeling was van de monetaire stimulering door de centrale banken van de wereld.

De ex-ondernemer zit dus te grimmen dat hij bijna geen rendement krijgt voor zijn geld, of moet gaan rommelen in beleggingen waar hij niets mee heeft. Intussen zit op een willekeurig industrieterrein in Nederland zijn vroegere buurman ten minste 7 procent rente voor zijn rekening-courantkrediet te betalen. Wat ligt er meer voor de hand dan die twee bij elkaar te brengen?

De gedachte van MKB-Nederland om een eigen financieringsvehikel voor ondernemend Nederland op te tuigen, snijdt hout. Of er veel pensioenfondsen zullen staan te trappelen om mee te doen, lijkt me twijfelachtig. Daarvoor liggen die werelden te ver uit elkaar. Maar iets – een fonds, een instelling, een bank – waar ex-ondernemers hun geld aan kunnen toevertrouwen in het besef dat het zakelijk en verstandig wordt uitgezet bij ondernemers, dat klinkt als een interessante propositie.

Het is natuurlijk een model dat we kennen. Het coöperatieve bankwezen, met de Rabobank als uiterst succesvolle exponent, is volledig op deze leest geschoeid. Maar er zijn andere voorbeelden. Zo was er in het begin van de 19de eeuw de Enschedese notaris Blijdenstein, die zo veel vertrouwen genoot dat de mensen in zijn omgeving hem graag hun spaargeld in beheer gaven. Tegelijk waren er fabrikanten die bij hem konden aankloppen voor de financiering van hun varende voorraden. Hij kende zijn relaties en hield zijn eigen krediet hoog. Zo speelde hij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de Twentse textielindustrie, die hem op zijn beurt hielp uit te groeien tot een bank van formaat. Het kantoor B.W. Blijdenstein & Co werd de Twentsche Bank, een van de pijlers van de latere ABN Amro.

Wat toen kon, kan nu ook. Toevallig deze week kondigden enkele vooraanstaande ex-bankiers aan dat ze een nieuwe Nederlandse zakenbank willen bouwen op het chassis van de deftige maar piepkleine bank Oyens en Van Eeghen. Het moet een bank worden die zich, volgens een betrokkene, vooral „richt op Nederlandse ondernemende families, met onder andere fusies en overnames, kapitaalmarkttransacties, vermogensbeheer en private equity”. Helaas is dat niet het profiel van een bank maar van een tussenpersoon die het hoog in de bol heeft. Geen spoor van ondernemend elan, van Jan Rap en wereldzeeën, maar de sfeer van poederpruiken, de geest van Jan Salie en lusthoven aan de Vecht. Alleen gaat het nu om villa’s in de Provence, in Dubai of Mozambique. Dat past bij de tijdgeest, maar hier schiet niemand er iets mee op.

De mannen van het nieuwe Oyens en Van Eeghen en die van MKB-Nederland moesten maar eens bij elkaar gaan zitten. Die van MKB kennen het ondernemende bedrijfsleven, de anderen vermogende families. Zet er een paar goede kredietbeoordelaars tussen en je hebt een echte bank – een bank die zich hoeft niet te profileren met het lusteloos-passieve ‘vermogensbeheer’ waar iedereen met een beetje ondernemende instelling bij voorbaat flauw van wordt. Ondernemingsfinanciering, dat klinkt tenminste ergens naar, daar bouw je iets mee op.

    • Johan Schaberg