Burger bibbert het liefst achteraf

Groeit de economie weer in 2010? Zowel het Centraal Planbureau als De Nederlandsche Bank gaan er in hun jongste prognoses van uit dat er volgend jaar een economisch herstel optreedt – hoe mager dat ook zijn zal.

Dat is een hele verbetering ten opzichte van eerdere ramingen van dit jaar, die diep pessimistisch waren. Maar er is wel iets opmerkelijks aan de hand. De consumenten wisten het lang geleden al veel beter.

Gisteren kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de jongste cijfers over het consumentenvertrouwen. Dat is gestegen van min 14 naar min 11 in december, en dat is de hoogste waarde sinds maart 2008.

De crux zit hem in de deelvragen waaruit het vertrouwen is opgebouwd. Consumenten wordt daarin onder meer gevraagd naar hun oordeel over het economisch klimaat in de afgelopen twaalf maanden, en hun oordeel over de komende twaalf maanden.

Als er economisch onheil nadert, dan zakt het oordeel over de toekomst het eerst weg: het was vroeger beter dan wat er komen gaat. Als er een herstel aanstaande is, dan draaien de rollen om. Het oordeel over de toekomst verbetert, terwijl dat over het verleden nog zeer negatief is.

Op dit moment is dat laatste verschil tussen de beoordeling van de toekomst en het verleden extreem. Alleen in januari 2004 en in september en november van dit jaar was het groter. Dat wijst op een veel groter optimisme bij de burgers dan op het eerste gezicht uit de economische cijfers blijkt. De afgelopen tijd wordt als een zwart gat ervaren, terwijl de toekomst zo slecht niet meer is.

Nu zit er wel een standaardoptimisme in de antwoorden ingebouwd. Wie de vertrouwensreeksen van de afgelopen negen jaar, dus sinds de eeuwwisseling, bekijkt vindt dat consumenten altijd positiever zijn over het jaar dat voor hen ligt dan het jaar dat achter de rug is. Dat geldt trouwens ook voor het oordeel over de eigen financiële situatie in het afgelopen, en in het komende jaar. Achteraf vinden we het allemaal veel erger dan het werkelijk was.

Nederlanders blijken optimistische mensen. Meer dan dat: ze zijn ook goede voorspellers. Al in augustus 2008 werd het oordeel over de toekomst minder negatief dan dat over het verleden.

Als wordt gecorrigeerd voor het standaardoptimisme, dan voorspelden de burgers in december 2008 in wezen dat het einde van de recessie achter de rug was. De wisdom of crowds mag dan op de financiële markten met hun kuddegedrag worden geridiculiseerd, in de reële economie lijkt het principe best op te gaan.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel