Berliner Lautarchiv

Bijna waren de stemmen van Duitse krijgsgevangenen verloren gegaan. In het Lautarchiv zijn ze nu te horen. Luister naar Mall Singh.

„Er was eens een man. Hij at twee kilo boter in India. Hij dronk twee liter melk. Deze man kwam in de Europese oorlog. Duitsland nam deze man gevangen. Hij wenst naar India terug te keren.”

Op 11 december 1916 om half vijf ’s middags vertelt Mall Singh in zijn eigen taal, het Punjabi, kernachtig en in de derde persoon enkelvoud hoe hij in Duits krijgsgevangenschap is geraakt en niet gelukkig is. „Als deze man naar India terugkeert, zal hij hetzelfde eten als vroeger krijgen. Als deze man hier nog twee jaar moet blijven zal hij sterven.”

Tweeëntachtig jaar later is Mall Singhs één minuut twintig durende verhaal een van de verborgen schatten van het Berliner Lautarchiv. Een tikje groot woord voor twintig donkergroene, stalen archiefkasten met tachtig laden in een lange, smalle kamer van het Muziekwetenschappelijk Seminarium van de Humboldt Universiteit.

Liefdevol schuift Jürgen Mahrenholz, die de collectie verzorgt, een la open. „De kasten zijn indertijd speciaal gemaakt, ze kostten in de jaren twintig ongeveer een maandsalaris van een secretaresse.” In met vilt beklede vakken staan schellakplaten keurig in het gelid.

Mall Singhs verhaal staat op de plaat met de code PK 619. Met 7.499 andere platen vormt hij het levenswerk van Wilhelm Doegen.

Doegen werd geboren in 1877, het jaar dat Edison zijn fonograaf uitvond. Na even economie en handelsrecht gestudeerd te hebben stort Doegen zich op talen, fonetiek en het vreemde talenonderwijs. Hij ziet daarin grote mogelijkheden voor het gebruik van grammofoonplaten. Daarnaast droomt hij van een ‘museum van alle stemmen van de wereld’.

Hij is niet alleen een dromer, maar ook een man die een kans grijpt als die zich voordoet. De Eerste Wereldoorlog is zo’n kans. Hij krijgt de overheid zo ver dat hij in de Duitse krijgsgevangenkampen vol soldaten uit alle windstreken en werelddelen geluidsopnamen mag maken. Niet alleen van sprekende gevangenen, maar ook van zingende of muziek makende, zoals een groep Russen die balalaika spelen.

Mall Singh is één van de 1.650 soldaten die in 250 talen voor een grote opnametoeter hun eigen verhaal doen of het Bijbelse verhaal van de verloren zoon voorlezen. Alle teksten worden vooraf in de oorspronkelijke taal, fonetisch en in vertaling vastgelegd. Bij een enkeling die niet (goed) kan lezen fluistert een medewerker zachtjes de tekst in het oor, onbedoeld hard genoeg om ook opgenomen te worden.

Na het einde van de oorlog stoppen ook de opnamen. Doegen trekt nog wel enkele jaren door het land om met geluidsopnamen en lichtbeelden zijn museum van stemmen onder de aandacht van het publiek te brengen. Daarna raken de opnamen in vergetelheid. Jarenlang liggen ze onaangeroerd in de Staatsbibliothek in Oost-Berlijn.

„In de jaren tachtig zijn de opnamen bijna weggegooid”, zegt Mahrenholz. „Met handkarren zijn de archiefkasten hiernaartoe gereden.”

Intussen heeft hij het grootste deel van de collectie inmiddels gedigitaliseerd. Over enige jaren gaan ze naar het Humboldt Forum in het nog te herbouwen Stadspaleis. Toepasselijk, vindt Mahrenholz. „Hier heeft keizer Wilhelm het begin van de Eerste Wereldoorlog aangekondigd.” In het Lautarchiv hebben ze daar ook een opname van.

Alleen waren liveopnamen toen nog niet mogelijk. Wilhelm heeft daarom zijn ‘zu Waffen’ enkele jaren later voor de toeter van Doegen overgedaan. In januari 1918.

Fragmenten zijn te horen via http://publicus.culture.hu-berlin.de/lautarchiv/index.htmMall Singh is nog tot t/m 17 januari 2010 te horen op de tentoonstelling Anders zur Welt kommen in het Altes Museum in Berlijn.