Basel Comité boekt vorderingen

Het gebeurt niet zo vaak dat de wereld ademloos zit te wachten op een bekendmaking van het zogenoemde Basel Comité over het toezicht op de banken. Dat is maar goed ook. De langverwachte update van de hervormingsagenda van het Comité bevat veel aanwijzingen, maar laat de belangrijkste vragen nog steeds onbeantwoord.

Ondanks de op zijn laatste bijeenkomst van 7 september gedane belofte om met „concrete voorstellen” te komen heeft het Comité specifieke uitspraken vermeden over de belangrijkste kwesties: wat voortaan zal gelden als ‘kernkapitaal,’ welke bezittingen in de bredere liquiditeitsbuffers van de banken mogen worden opgenomen, en wat de precieze verhouding tussen eigen en vreemd vermogen eigenlijk moet zijn.

Nu is er tenminste duidelijkheid over de kwestie die de markten op 16 december in beroering bracht: de vraag wanneer de banken onder het nieuwe regime zullen vallen. De deadline zal precies zo zijn als de G20 eerder had voorgesteld: uiterlijk eind 2012, tenzij de mondiale recessie langer aanhoudt. Daarmee vervloog de hoop dat het schema tien jaar lang kon worden opgerekt.

En het Basel Comité liet enig licht schijnen op zijn ideeën over de vraag hoe de kapitaal- en liquiditeitseisen aan de banken moeten worden geformuleerd in de wereld van na de crisis. Er werden welkome details bekend over de gewenste samenstelling van het vermogen, waarbij het eigen kapitaal wordt afgezet tegen het totaal van de bezittingen. Dit zal ingewikkelder zijn dan het Amerikaanse systeem, dat draait om de verhouding tussen het kernkapitaal en de bezittingen, want het zal ook buiten de balans gehouden entiteiten omvatten. En het Basel Comité lijkt zich hard te zullen opstellen inzake hybride kapitaal dat zich voordoet als kernkapitaal.

Het Comité weerstaat terecht de neiging om snel met slecht doordachte doelen te komen – dat zou het vertrouwen kunnen ondermijnen in wat nog steeds een zich herstellende sector is. De experts hebben tijd nodig om diverse scenario’s te beproeven en met de banken te overleggen, alvorens doelen te kunnen formuleren.

Toch kan deze methodische aanpak makkelijk van de weg worden geblazen. Neem de denkwijze van het Comité over de liquide bezittingen van de banken. Het Comité lijkt het voorbeeld van de Britse toezichthouder te willen volgen en te eisen dat liquiditeit de vorm heeft van contant geld of staatsobligaties. Maar er wordt nog steeds overleg gepleegd over een veel bredere definitie, waarin ook bedrijfsobligaties worden meegenomen.

Het is lastig de 27 verschillende staten van het Basel Comité op één lijn te krijgen. Maar het Comité mag zich, samen met de G20 en andere toezichthouders, niet van de wijs laten brengen.

George Hay