'Bamboe is het staal van de natuur'

Architect Simón Vélez is in de loop van zijn carrière steeds meer gaan bouwen met bamboe, in Colombia bekend als materiaal voor de armen. ,,Het is lichter en sterker dan hout.

Tracy Metz

Kathedralen en muziekpaviljoens, bruggen en woonhuizen: alles wat je van beton, staal, glas en hout kunt maken kun je ook van bamboe bouwen. Bovendien is het lichter, flexibeler en goedkoper. „Het staal van de natuur” noemt de Colombiaanse architect Simón Vélez het materiaal waarin hij zich heeft gespecialiseerd. Deze week kwam hij naar Nederland om de prijs van het Prins Claus Fonds (100.000 euro) in ontvangst te nemen.

In het vervolg van de prijs heeft hij al een opdracht in Nederland: in Overhoeks, de nieuwe wijk van Amsterdam aan de overkant van het IJ, gaat hij een podium bouwen. „Ik zou hier ook graag een brug van bamboe bouwen, dat zou ik een geweldige eer vinden.’’

In Colombia is bamboe normaal gesproken van elke prestige gespeend: de allerarmsten gebruiken het als onderdak omdat het overal groeit en niets kost. Vélez (60) heeft de afgelopen 25 jaar laten zien dat het zich ook leent voor grote gebouwen van een poëtische schoonheid. Hij laat een foto zien van een gebouw aan een meer dat hij geen kerk wil noemen maar een ‘spiritual space’, die er net zo verheven uitziet als een Gotische kathedraal maar warmer en toegankelijker. Hij heeft vier voetgangersbruggen gebouwd, waarvan de langste 46 meter is. Voor rijke Colombianen die geen last hebben van het stigma van bamboe bouwt hij buitenhuizen met spectaculaire daken die wel acht meter over de veranda’s uitkragen.

Natuurlijk leent bamboe zich ook voor sociale woningbouw, en Vélez heeft één keer een project van honderd woningen gedaan in Colombia. „Maar de armen willen het zelf niet. De arbeiders die voor mij werken zijn zeer bedreven in het werken met bamboe, maar ze wonen in huizen van beton. Ze mogen van hun buren niet in bamboe bouwen omdat dat de buurt een slechte naam zou geven.’’ Hij hoopt dat zijn werk een omslag in die mentaliteit teweeg brengt, ,,maar dat zal nog lang duren.’’ Uit alle beelden die hij toont blijkt in elk geval dat bamboe weliswaar goedkoop en milieuvriendelijk is, maar er strak en chic uit kan zien.

Sinds enkele jaren werkt Vélez ook in het buitenland. Op het centrale plein van Mexico Stad bouwde hij een expositiepaviljoen van 120 bij 50 meter, het Museum van de Nomaden. In China bouwde hij een hotel, op de Wereldexpo in Hannover een paviljoen en op de komende Wereldexpo in Sjangheid bouwt hij een koepel in bamboe voor het Indiase paviljoen. In Europa heeft hij deelgenomen aan workshops die het Centre Pomidou en meubelfabrikant Vitra jaarlijks organiseren op het Franse landgoed Domaine de Boisbuchet.

Vélez gebruikt nooit een computer, hooguit om beelden van zijn werk te laten zien. Hij haalt een eenvoudig schrift met ruitjespapier uit zijn tas en toont zijn simpele maar heldere tekeningen. ,,Soms zijn computertekeningen nodig om een bouwvergunning aan te vragen. Maar op de bouwplaats mogen de arbeiders alleen mijn met de hand gemaakte ontwerpen gebruiken. Die begrijpen ze ook.’’

Bamboe is op zichzelf een van de oudste bouwmaterialen, maar nieuw is de manier waarop Vélez het verwerkt om er grote constructies mee te kunnen maken. De techniek is even simpel als ingenieus, legt hij uit. „Als je bamboe met schroeven of bouten probeert vast te maken dan scheurt het alleen maar. Dus maken we een gaatje in het segment waar de verbinding moet komen en gieten daar beton in. Daardoor blijft de rest van de constructie heel licht.’’

Vélez is „geen ecofreak en ook geen fundamentalist’’, zegt hij. ,,Ik gebruik bamboe vaak in combinatie met andere materialen, zoals beton. Bij een mooi buitenhuis in Colombia horen ook paardenstallen. Daarin kun je geen hout gebruiken omdat de paarden daaraan gaan knagen. De verblijven van de dieren maak ik soms van beton en ijzerstaven die als bewapening in beton zitten.’’ Maar hij is wel lyrisch over de eigenschappen en mogelijkheden – ook de economische – van bamboe, en dan met name de Colombiaanse soort die guadua heet. ,,Het is lichter en sterker dan hout. Bamboe groeit ook veel sneller en biedt doorlopend werkgelegenheid, waarvoor je ook geen zware machines nodig hebt, maar alleen een machete. En anders dan staal, dat veel energie kost en CO2 uitstoot, levert bamboe zuurstof op. Dit is pas echt duurzaam.’’ Als de rest van de wereld dit ook gaat inzien dan kan de guadua-bamboe nog eens belangrijk voor de export van Colombia worden, „wat mij betreft belangrijker dan drugs’’.