Vliegende hangjongeren

Net als mensen zijn kraaien schaamteloze opportunisten. Dus zullen ze het zo goed doen in het landschap van de toekomst. We koersen af op een kraaienplaneet.

Crows in a Tokyo park March 12, 2004. Japan plans to ask local governments to catch crows and pigeons, ubiquitous in the nation's cities, to monitor for possible bird flu as concerns grow that the disease could spread across the country. REUTERS/Toshiyuki Aizawa TA/TW

Lyanda Lynn Haupt: Crow Planet. Essential Wisdom from the Urban Wilderness. Little, Brown, 240 blz., € 24,-

De vogels spelen met de wind, met elkaar en met het prikkeldraad. Drie door de lucht dwarrelende kauwen beginnen een achtervolging. De voorste twee duiken naar beneden, scheren laag over het weiland – en dan dwars dóór het prikkeldraadhek heen. De vleugels even stil. Het past net.

De derde wijkt naar boven uit, hij durfde het niet aan. Meteen staakt hij de achtervolging en keert om. In zijn eentje vliegt hij nog eens hetzelfde traject, zet aan voor voldoende snelheid – en ja, ook hem lukt het nu om het zweefmoment tussen twee prikkeldraden uit te voeren. Hij wilde het kunnen.

Het is zomaar wat vertoon van kraaiennatuur, tegen een modern Hollands decor – de rand van zo’n zielloos bedrijventerrein, dat gebouwd lijkt voor permanente leegstand. Natuur ontmoet de stad, of beter, volgt de stad en haar rafelranden. Gelukkig is daar af en toe toch nog iets boeiends te zien, want de kraaiachtigen zijn erg aansprekende medewezens, voor wie er oog voor heeft – als bieders van een pakket bevederde vitaliteit en veelzijdige intelligentie. Ze geven je te denken over hún denken. Tegelijkertijd dwingen ze je in een natuurbeschouwende spagaat. Want je zou ze ook weleens níet willen zien. Niet overal.

Kraaien zijn de vooruit geworpen schaduw van de toekomst: nog meer eenvormig asfalt en beton, recreatieveldjes, afvalbergen en mondiale eenvormigheid. Kraaien gedijen nu net in de omgevingsarmoede die we creëren, ze passen zich aan aan onze stedelijke en voorstedelijke leefstijl. Net als wij zijn kraaien schaamteloze opportunisten. En de wereld die we bouwen bevalt hun erg goed. Terwijl fijnzinnige, specialistische natuurbewoners overal het veld ruimen, gedijen zij. We gaan richting Kraaienplaneet.

De Amerikaanse vogelkenner Lyanda Lynn Haupt schreef onder die titel een verzameling fijnzinnige natuur- en cultuurbeschouwingen. Als urban naturalist. Er zijn nu meer kraaien dan ooit, weet zij. Die groei van kraaiheid is verontrustend, als aanwijzing dat ecologisch evenwicht ver te zoeken is en de planeet onvoorstelbaar verarmt. Tegelijkertijd biedt die groei een mooie gelegenheid in aansprekend contact te komen met de wereld van wilde dieren. ‘Kraaien kunnen ons laten zien hoe bepaalde niet-menselijke dieren leven – wat ze nodig hebben, hoe ze spreken, hoe ze lopen, en hoe ze hun koppen op die bijzondere manier scheef houden om van het kleinste beetje regenwater te nippen.’

Waslijst

Haupt bewondert die ‘knappe, eindeloos schitterende en glanzende wezens’. Tegelijkertijd kan ze niet echt van ze houden. Kraaien zien betekent: al die andere dieren, alleen al een hele waslijst aan kleuriger maar geestelijk eenvoudiger vogels niet meer zien, sinds de plek waar ze zaten – een stukje natuur, of zo maar vrije buitenruimte – geruimd werd in de vaart der mensenvolkeren. Haupt voelt zich in Seattle veroordeeld tot een bestaan als urban naturalist en volgt de Amerikaanse kraai. Die sociale soort heeft daar de rol van onze onvolprezen kauw, maar heeft ook weer veel weg van onze zwarte kraai – met misschien nog een sterkere sociale intelligentie. Pure persoonlijkheden, die een fijnzinnige geest en talent voor empathie koppelen aan aardse interesses en een streetwise instelling.

In Crow Planet verweeft Haupt haar eigen kraaienverhalen met wetenschappelijk onderzoek, geschiedenis en mythologie rond kraaien. Daartussen strooit ze verhandelingen waar kauw noch kraai aan te pas komt. Zoals over de vraag: wat maakt jouw gewetensvolle gedrag ten aanzien van het milieu nou eigenlijk nog uit? Hoop tegen de klippen op, is het korte antwoord – en dat het je kan troosten als je de natte was nog ouderwets buiten hangt, onder de condensstrepen van vliegtuigen. Hoe word je een goede natuurbeschouwer, urbaan of niet? Kijken, kijken, kijken, altijd de verrekijker mee. Of: waarom helpt het om je regelmatig je eigen toekomstige lijk rottend voor te stellen, om je één te voelen met wat we natuur noemen? We zijn allemaal al bijna dood, en je daarvan rekenschap geven maakt geestelijk gezond.

Afgrond

Zulke verfrissende uitstapjes voorkomen dat Haupt al te zweverig wordt. Want soms koerst deze gevoelige schrijfster aan op een afgrond – die van de esoterie. Gelukkig komen de kraaien er dan weer aards doorheen stappen, terwijl ze nauwgezet Haupts zaaigoed ontwortelen, en de plantjes een voor een op rij leggen, zoals we dat van onze kraaien ook kennen.

Iedereen heeft zijn kraaienverhalen, weet Haupt. Een zwarte kraai bij mij in de straat is met geen vondst zo blij als met die van een pakje ouderwetse vloeitjes. Een voor een werkt hij ze los, geeft ze prijs aan de wind, kijkt ze na tot ze ter aarde zijn gestort, en pakt dan pas de volgende. Steeds weer vol levendige belangstelling voor de wonderen der natuur.

Nee, zo zwart is de toekomst nog niet, denk je op zo’n moment. Maar is die gedachte een heel boek waard? Bij reluctant crow watcher Haupt is het in ieder geval aangenaam verpozen, schrijven kan ze, en ze doet dat ook nog in een eigen genre: stilistisch verantwoord opboksen tegen cultuur- en natuurpessimisme.