Uitreisverbod voor minister Pakistan na uitspraak corruptie

De Pakistaanse minister van Defensie, Ahmed Mukhtar, is als eerste hoogwaardigheidsbekleder het slachtoffer geworden van de heropening van corruptiezaken in het land op last van het Hooggerechtshof.

Toen hij, zijn vrouw en secretaris gisteren in Islamabad op het vliegtuig naar China wilden stappen voor een driedaags officieel bezoek, werden ze op het vliegveld tegengehouden en moesten ze onverrichter zake naar huis terugkeren.

Met die van de minister van Defensie staan de namen van nog eens bijna 250 andere functionarissen op een lijst van mensen die worden verdacht van corruptie of die al zijn veroordeeld, en die daarom het land niet uit mogen. Onder hen zijn nog meer ministers uit de regering van premier Gilani.

Het uitreisverbod volgt op het baanbrekende vonnis eerder deze week van het Hooggerechtshof over het schrappen van een omstreden amnestieregeling die twee jaar geleden onder de vorige president en legerleider Musharraf werd uitgevaardigd. De – nu als ongrondwettelijk bestempelde – amnestiewet maakte terugkeer mogelijk uit ballingschap van ex-premier Benazir Bhutto en later, na haar gewelddadige dood, de verkiezing tot president van haar echtgenoot Asif Ali Zardari.

Het uitreisverbod voor de minister van Defensie heeft geen consequenties voor de huidige militaire operaties tegen extremisten in het grensgebied met Afghanistan. De strijd tegen de Talibaan en Al-Qaeda staat geheel onder regie van de strijdkrachten.

Het uitreisverbod, dat ook geldt voor de minister van Binnenlandse Zaken, heeft wel grote politieke betekenis. Doordat de handel en wandel van ministers en topfunctionarissen aan banden komt te liggen, neemt de druk toe op president Zardari, politiek leider van de regerende Volkspartij (PPP), om af te treden.

Als president geniet Zardari immuniteit voor strafvervolging. Maar los van juridische beschouwingen over de legitimiteit van zijn uitverkiezing tot president en over de mogelijkheid dat in Zwitserland (opnieuw) vervolging tegen hem wordt ingesteld, vinden velen dat hij uit morele gronden moet aftreden.