Timisoara brak door informatiepantser

Het revolutiejaar 1989 beleefde een gewelddadig eind met de omwenteling in Roemenië. Ook het regime van Ceausescu bleek niet onaantastbaar.

Local people travel on a tram decorated with pictures from 1989 Revolution in Timisoara city (580km west from Bucharest) on December 17, 2009. Scores of people on re-enacted rallies which ignited the uprising 20 years ago that brought down communist rule in Romania. In Timisoara, in the west of the country, people gathered in front of the town's protestant church to recreate the 1989 protests against the eviction of pastor Laszlo Tokes by the communist authorities.Tokes, an ethnic Hungarian, used his sermons to criticise the regime of dictator Nicolae Ceausescu and is seen by some as the "spark" that began Romania's revolution. AFP PHOTO DANIEL MIHAILESCU AFP

Gabriel Marinescu (55), een gedrongen man met een korte grijze baard en een leesbril aan een touwtje, verdiende in de jaren tachtig als ingenieur goed bij. Hij wist als enige in de West-Roemeense stad Timisoara hoe je antennes op daken kon monteren om buitenlandse zenders te ontvangen.

In de universiteitsstad bij de Joegoslavische en Hongaarse grens stonden Roemenen niet alleen uren in de rij voor eten, maar ook voor de programmagids van de Joegoslavische radio en tv. Als er stroom was konden de bewoners naast twee uur saaie propaganda op de staatstelevisie naar vijf buitenlandse zenders kijken. Daardoor wisten ze eind 1989 dat de Berlijnse Muur er niet meer stond. Elders in het geïsoleerde land was dat een te onwerkelijk idee om serieus te nemen.

Marinescu verwachtte geen revolutie toen hij op 14 december 1989 in het donker met zijn vrouw en een vriend naar de kerk van de Hongaarse protestantse gemeente liep. Hij was nieuwsgierig, omdat hij had gehoord dat mensen op straat protesteerden tegen de gedwongen verhuizing van een kritische predikant. Dat was ongewoon. Hij was nieuwsgierig en misschien een tikje minder bang dan de meeste Roemenen die opgroeiden onder de communistische dictatuur van Nicolae Ceausescu. Dat zegt Marinescu niet over zichzelf, wel: „Ik maakte te vaak grappen over de partij.”

Het aantal protestanten voor de parochiewoning van dominee László Tökés groeide snel. Op 15 december was het een groep. Op 16 december een massa. Op 17 december reden de tanks op ze in en over ze heen en werd met scherp geschoten op vluchtende mensen. Er vielen tientallen doden, maar de opstand groeide door. Op 18 december stonden zo’n 200.000 Roemenen op het plein voor de opera.

De bloedige Roemeense revolutie, de laatste en meest gewelddadige van de anti-communistische revoluties in 1989, was begonnen. Buiten Timisoara circuleerden slechts vage geruchten over wat zich daar afspeelde. Op 16 december werkten de telefoons nog. Marinescu probeerde familie en vrienden in de Zuid-Roemeense industriestad Craiova te vertellen dat er een opstand was. „Ze geloofden me gewoon niet. Dachten dat ik gek was.” Een dag later waren de lijnen afgesloten en moesten alle radioamateurs hun apparatuur inleveren. 43 lichamen werd 's nachts uit het mortuarium gehaald en met een koelwagen naar een crematorium in de hoofdstad gebracht waar ze werden verbrand en de as in het riool uitgestrooid. De stad was omsingeld. De staatsradio berichtte over een Hongaarse afscheidingsbeweging ‘die gelukkig succesvol was onderdrukt’.

Zolang in de rest van het land niemand wist wat er gebeurde, kon de vonk niet overslaan. „We moesten berichten naar buiten brengen, anders werden we vermorzeld”, vertelt Lucian Ristea, die destijds studeerde en voor een (gecensureerd) studentenblad schreef. „We waren doodsbang”, zegt Marinescu, die uitgroeide tot een van de revolutieleiders.

De opstandelingen in Timisoara probeerden op alle mogelijke manieren met de buitenwereld te communiceren. Via het spoorcommunicatiesysteem werd naar andere steden geseind. Een revolutionair vertrok naar de vijftig kilometer verder gelegen stad Arad, klom in een hoge paal en schreeuwde over het stadsplein hoe het leger de demonstratie neersloeg. Daarna dook hij onder.

De enige diplomaat in Timisoara was de Servische consul Mirko Atanackovic, die fanatiek versleutelde boodschappen en diplomatieke post naar de Joegoslavische hoofdstad Belgrado stuurde. „Ik liep door de stad en zag hoe mensen werden meegenomen”, vertelt Atanackovic, een frêle man, tegenwoordig hoofd van de Servische kamer van koophandel in Timisoara. „In het consulaat hoorde ik de doffe klappen van de politieknuppels terwijl mensen ‘vrijheid’, ‘vrijheid’ riepen.” Tienduizenden demonstranten voor het communistisch partijkantoor schreven hun namen op lange lijsten en gaven die aan Atanackovic, opdat hij ervoor kon zorgen dat personen niet verdwenen zonder bewijs van hun bestaan buiten Roemenië. De buitenlandse media bleven maar stil, herinnert Atanackovic zich. „Ik snakte naar een verslag op Radio Free Europe (RFE) als naar een zonsopkomst.”

De door Amerikanen gefinancierde radiozender RFE werd vanuit buurlanden met krachtige signalen Roemenië ingestuurd. Op 17 december was een opname te horen van schoten en paniek in Timisoara. De berichtgeving was gebaseerd op wilde schattingen. Vierduizend doden, zeiden de verslaggevers, die zelf niet verder kwamen dan de grens, maar wier boodschap de rest van Roemenië wel bereikte en geleidelijk voor onrust in andere steden zorgde.

De opstand werd zo massaal, dat het leger zich op 20 december uit Timisoara terugtrok. De stad was vrij, maar in de rest van het land regeerde de Communistische Partij, bijgestaan door de gevreesde staatsveiligheidsdienst Securitate.

En toen maakte partijleider Ceausescu een inschattingsfout, vertelt Marinescu. Ceausescu liet op 21 december in de hoofdstad Boekarest een grote steunbetuiging organiseren als tegenwicht voor de onrust in het westen van het land. „Inmiddels wist het hele land dat er iets aan de hand was, maar niemand had de moed. Gelukkig voor ons riep Ceausescu mensen zelf de straat op.”

Op televisie was live te volgen hoe Ceausescu met zijn slepende stem geroutineerd de bevolking toesprak vanaf het balkon van het partijgebouw. En hoe van achterin de menigte in plaats van applaus gefluit en boe-geroep aanzwol. Zijn gezicht drukt verwarring en onbegrip uit. Hij probeert de menigte te kalmeren, maar tot zijn verbijstering luistert de bevolking niet meer. De boodschap uit Timisoara was aangekomen.