Tbs'er zoekt moordwijf

Op de première van de documentaire ‘Longstay’ was het bijna gezellig in de tbs-kliniek. De gefilmde bewoners zaten in hun beste pak op de eerste rij.

Bang is ze niet geweest, vertelt documentairemaker Maria Mok. Gedurende negen maanden kwamen Mok (regie en geluid) en collega Meral Uslu (regie en camera) over de vloer in de tbs-kliniek De Corridor van de Pompestichting, in het Brabantse plaatsje Zeeland. Mok: „Het was eerder omgekeerd, dat ik me op zeker moment zo op mijn gemak voelde in de kliniek dat ik bijna vergat waarom die mannen daar zitten. Ik deed een keer mee met een potje volleybal, en ineens keek ik om me heen en besefte ik dat ik aan het sporten was met moordenaars en verkrachters. Dat was een heel vervreemdend moment.”

Van buiten ziet de tbs-kliniek er onheilspellend uit. Om het enorme terrein van zes hectaren staat een vijf meter hoog hek met prikkeldraad. „De hoogte van het hek is wettelijk voorschrift”, zegt manager Peter Braun. „We zouden met een hek van drie meter ook prima toe kunnen.” Mok noemt de kliniek „net het dorp van Asterix en Obelix met die muren eromheen”. Bezoekers gaan eerst door een sluis, de tweede poort gaat pas open als de eerste dicht is. Alleen wie een geldig identiteitsbewijs kan overleggen mag naar binnen, mobiele telefoons blijven achter bij de portier. Dan volgt de metaaldetector.

Binnen is de sfeer een stuk gemoedelijker dan de vervaarlijke hekken doen vermoeden. Dat is ook niet zo gek. Zowel voor de mensen die hier opgesloten zijn als degenen die hier werken, is dit een alledaagse omgeving. Vertrouwd, gewoon. Maar het is een gemoedelijkheid die voortdurend moet worden bewaakt en in goede banen geleid, zo is ook voor een bezoeker al snel duidelijk. Regel is regel; alleen door een strak kader te hanteren ontstaat ruimte voor een meer ontspannen benadering.

Dat geldt zeker voor deze premièreavond. Longstay van Mok en Uslu wordt voor het eerst aan de tbs-gestelden vertoond. Voor alle mannen in deze kliniek geldt dat ze ‘uitbehandeld’ zijn en daarom in de ‘longstay’ zitten (officieel: langdurige forensisch psychiatrische zorg). Dat betekent dat de behandeling niet meer is gericht op het voorkomen van recidive, zoals bij andere veroordeelden met tbs. De kans dat ze ooit nog vrij komen is klein. In heel Nederland hebben tweehonderd mensen de status ‘longstay’; 88 van hen zitten in deze kliniek.

Langs het pad naar de geïmproviseerde premièrezaal zijn tuinkandelaars in de grond gestoken, om de feestelijkheid te verhogen, maar die zijn allemaal gedoofd door de wind en de miezerende regen. De filmmakers hebben zelf een rode loper neergelegd, die ze hebben meegenomen in de achterbak van hun auto, om er een echte filmpremière van te maken.

Slechts een deel van bewoners kan en mag de film met elkaar bekijken in de grote zaal. De mannen die niet zo lang op een stoel kunnen stilzitten, of voor wie te sterke prikkels ontwrichtend kunnen zijn, bekijken de film onder toezicht op hun eigen afdeling. Van het personeel wil iedereen graag de filmvertoning bijwonen; er moesten lootjes worden getrokken om te bepalen wie op de afdeling zou blijven.

Dat Mok en Uslu toestemming hebben gekregen om de dagelijkse beslommeringen van de tbs’ers te filmen, is heel uitzonderlijk. Ze waren net op tijd, want het ministerie van Justitie heeft vorig jaar een richtlijn uitgevaardigd dat tbs’ers niet mogen optreden in de media. Dat zou te confronterend zijn voor slachtoffers en nabestaanden. Bovendien ontstaat rond dit onderwerp al snel grote politieke en maatschappelijke turbulentie.

Toch hoefde Braun niet lang na te denken, toen de filmmakers hem benaderden. „Ik dacht meteen: dat moeten we doen. Wij bedienen in deze kliniek een heel kleine niche. In Nederland zijn veel meer mensen die last hebben van de Q-koorts dan mensen die te maken krijgen met longstay. Dan is het toch prachtig als iemand belangstelling toont voor je werk?”

Ook rond Longstay ontstond al ophef. Op de dag van de première tijdens het documentairefestival IDFA, vorige maand, berichtte De Telegraaf over „prostituees in tbs-kliniek”. Aanleiding was een scène in de film waarin medewerkers discussiëren over de optie om prostitutie toe te staan in de kliniek, zonder tot een conclusie te komen. „In Den Haag ligt dit onderwerp extreem gevoelig”, zegt een van behandelaars in de film. „De politiek doet alsof seks in de tbs-kliniek niet bestaat.” Hoe gevoelig dit onderwerp ligt, bleek meteen: op de zwaar aangezette berichtgeving van De Telegraaf volgden onmiddellijk Kamervragen.

Longstay volgt vijf bewoners van de kliniek: de forse Willem, die zijn dagen vult met houthakken; de aanwezigheid van bijl en kettingzaag in een tbs-kliniek is nogal verrassend. Met zenboeddhisme („om te leren loslaten”) tracht hij in het reine te komen met zijn verleden; zelf als kind zwaar seksueel misbruikt, maakte hij zich als volwassene schuldig aan wat hij zelf omschrijft als een „lustmoord”. Hij vertelt er open, maar ook tamelijk afstandelijk over in de film. Het slachtoffer was een 22-jarige vrouw die hij niet kende. „Een passant.”

Een andere bewoner, die ook Willem heet, volgen de filmmakers tijdens een begeleid bezoek aan zijn bejaarde moeder. „Bent u niet bang dat hij wegloopt”, vragen ze in de auto aan zijn begeleidster. „Welnee, Willem loop niet weg. Hij is veel te bang dat hij me kwijtraakt.”

De film volgt ook nog Duy Rinh, afkomstig uit Vietnam, maar soldaat in het leger van Cambodja onder het schrikbewind van Pol Pot. Hij lijdt onder stemmen in zijn hoofd. Bij een vechtpartij bracht hij iemand om. Een roerend moment in de film is zijn telefoongesprek met zijn vrouw, die eveneens in een psychiatrische kliniek verblijft, over hun zoon die bij een pleeggezin woont. Dan is er Frank, die in de kliniek getrouwd is met Dolf en een haakje op zijn deur mag aanbrengen, om enige privacy te hebben. Het meest in beeld komt Rudy, die voortdurend aan het babbelen is en grappen maakt; hij is ook degene die nog altijd de meeste hoop heeft dat hij de kliniek op een dag zal kunnen verlaten.

Vooral voor de bewoners die zich hebben laten filmen, is dit een spannende avond. Ze zitten op de voorste rij, behalve Duy Rinh die op de afdeling kijkt, maar die zich voor de gelegenheid, blijkt bij de korte kennismaking, wel in zijn beste pak heeft gestoken. Manager Braun is in smoking gekomen. Dolf heeft zijn trouwpak tevoorschijn gehaald. Rudy schatert tijdens de film om zijn eigen grappen, Willem laat alleen af en toe instemmend of afkeurend gebrom horen.

De mannen zitten vaak al tientallen jaren vast voor een ‘delict’ – kliniekjargon dat ook de bewoners hanteren. Sommigen vertellen erover voor de camera, terwijl het bij anderen verhuld blijft.

Lacherig vertelt Rudy over de gebeurtenis waardoor hij hier zit. Hij ging met een hamer de minnaar van zijn overspelige vriendin te lijf, en daarna viel hij ook nog de buurman aan die polshoogte kwam nemen. „En dat met Kerstmis. Sorry buurman, als je kijkt”, zegt hij rechtstreeks in de camera.

Die passage maakte bij de première buiten de kliniek, tijdens IDFA, een bulderende lach los. Maar vanavond blijft het muisstil bij dit gedeelte van de film. De werkelijkheid achter de woorden komt plotseling veel dichterbij. De associatie is niet met een spannende speelfilm, maar met een gebeurtenis die iemands leven heeft bepaald. Praten over het ‘delict’ ligt uiterst gevoelig.

Sommige van de mannen willen de kliniek helemaal niet meer uit. „Ik weet van mezelf dat ik gevaarlijk ben”, verklaart Frank. „Ik heb al alle vormen van therapie geprobeerd, maar het slaat niet aan bij mij. Moet ik dan alles proberen om buiten te komen en straks oog in oog staan met mijn volgende slachtoffer? Daar pas ik dus voor.”

Dat ligt anders voor Rudy, die snel een sigaret rookt voor de deur, terwijl zijn begeleider wacht om hem terug te brengen naar de afdeling na de film. Hij wil er nog steeds uit. In de film is te zien hoe de rechter zijn verblijf met twee jaar verlengt – een grote teleurstelling. Inmiddels hoopt hij in februari weer een kans te maken om ontslagen te worden. Misschien dat de film daarbij helpt. En de film is voor hem ook een soort contactadvertentie; hij is op zoek naar een vriendin. „Een soort Boer zoekt vrouw: „TBS’er zoekt moordwijf”, grapt hij. Hij moet er zelf hard om lachen. In de film zegt hij al: „Ik ben Rudy die alles weglacht.”

Lang niet alle tbs’ers wilden of konden meewerken aan de film. Bij degenen die ja zeiden, volgde eerst een psychiatrische evaluatie, om vast te stellen of ze de gevolgen van hun beslissing goed konden overzien. Frank is van plan zijn baard te laten staan, zodat niemand hem na de film zal herkennen, als hij met verlof gaat. Willem maakt zich daar minder druk over: „Laat mensen maar naar me toekomen en me aanspreken, als ze me op straat herkennen. Ik zit nu 23 jaar in deze straf en heb met mezelf leren leven binnen de muren. Ik heb niets te verbergen.”

Wat hoopte Peter Braun met medewerking aan de film te bereiken? „In deze film kan iedereen zien dat elk individueel geval anders is, dat er altijd maatwerk nodig is.” Dat de bewoners herkenbaar in beeld komen, is volgens hem zinvol. „Een balk voor de ogen criminaliseert alleen maar.” En: „Dit zijn hele gewone mensen. Dat heeft u nu zelf kunnen zien.”

‘Gewoon’ is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar het is waar dat geen van de mannen vanavond een bedreigende of agressieve indruk maakt. Wat dat betreft, is een bezoek aan een tbs-kliniek ook een kleine confrontatie met je eigen veroordelen, en de sensationele beelden die ongemerkt in je hoofd zitten.

Als de film de negatieve gevoelens die in de samenleving bestaan over tbs enigszins kan temperen, zou dat ook mooi meegenomen zijn, vindt de manager van de kliniek. „In een speelfilm als TBS met Theo Maassen werden alle clichés weer eens opgelepeld.”

Voorafgaand aan de film zegt bestuursvoorzitter Jos Poelman: „Deze film laat zien dat iemand meer is dan zijn delict. Voor ons is dat vanzelfsprekend, maar in de maatschappij is dat nog lang niet zo.” Voor slachtoffers en nabestaanden is de film confronterend, erkent hij. „Maar wij moeten ook elke keer contact opnemen met de slachtoffers als een van onze bewoners op verlof gaat. Dat is telkens opnieuw weer confronterend. Aan de televisie zit tenminste nog een knop. Die kun je uitzetten.”

De deelnemers aan de film vinden de film na afloop „indrukwekkend” en „herkenbaar”. Maar bij sommige anderen is er ook kritiek. Bewoner David heeft zich eraan gestoord dat het beeld van de kliniek wel erg luchtig is gehouden. Hij vindt de film te grappig. „Zo’n lolletje is het hier nu ook weer niet.” Maar directeur Braun is juist blij dat er eens een ander beeld uit de film naar voren komt „dan altijd maar weer hetzelfde, heel heftige en extreme beeld”.

Ook de tbs’ers zelf zijn zich scherp bewust van het inktzwarte beeld dat er van hen bestaat. „Ik heb een tegengeluid willen laten horen aan de actie van Peter R. de Vries”, zegt Frank over zijn medewerking. De misdaadverslaggever smokkelde ooit met de verborgen camera een mes de toen pas geopende kliniek binnen, om aan te tonen dat de beveiliging niet deugt. „De Vries doet alsof het hier een enorm zooitje is en dat hebben we niet verdiend.” En: „Wij zijn geen monsters. Zo mogen we niet worden afgeschilderd.”

Ook Willem is na afloop strijdbaar: „Ik heb meegedaan omdat ik me niet monddood wil laten maken. Het ministerie wil het liefst dat wij onzichtbaar zijn. Ik wilde laten zien dat wij maar gewone mensen zijn.” Hij vult zijn dagen niet meer met houthakken. „Dat heb ik dertien jaar gedaan, maar dat gaat niet meer omdat ik een dubbele hernia heb. Ik ben nu bezig met beeldhouwen.”

Van de filmmakers krijgen Frank, Willem, Rudy en de andere deelnemers die aan de film meewerkten na afloop een witte roos uitgereikt. „Laten we het over vijf jaar nog eens overdoen”, zegt Frank, verguld met alle aandacht. „Kijken hoe het dan met ons gaat.” De mannen krijgen allemaal een dvd. Ze willen de film dezelfde avond nog een keer gaan zien.

Longstay is aanstaande maandag, 21/12, om 22.40 uur te zien op Ned. 2 bij NCRV Dokument. Herhaling: dinsdag 22 december om 13.20 uur op Ned. 2.

    • Peter de Bruijn